Duivels dagboek 13 juli St.-Petersburg: slechts 18 ‘gelukkigen’

Twee dagen nadat we St.-Petersburg verlieten, keren we terug naar de geboortestad van Vladimir Poetin. De zomer heeft zijn tweede adem gevonden. Zelfs om zeven uur ’s morgens is het heerlijk warm.

Vorige keer waren we maar net op tijd in het station, dus vertrekt de persbus een kwartier vroeger. En zoals dat altijd gaat, zijn er juist dan geen files. Het biedt wel de mogelijkheid om voorraad in te slaan. Ik probeer op alle mogelijke manieren aan een broodje kaas te geraken, maar mijn gebarentaal schiet tekort. Toen ik met hand en tand probeerde aan te geven dat het van de koe komt die moet gemolken worden, krijg ik alleen boze blikken. Het wordt dus een broodje met iets dat op charcuterie lijkt. Kortom, niet te vreten.

Ik ken intussen de weg naar platform 11, waar je voor de tweede keer door security moet. Je kan echter moeiteloos achter het gebouw doorlopen. Dit kan alleen in Rusland.

Wat een naïeve gedachte. Drie kwartier voor het vertrek van de Sapsan-trein wordt het perron ontruimd. Je ontsnapt in dit land zelfs niet aan een tweede veiligheidscontrole. Een jongen met een geel fluorescerend hesje die twee groene vuilnisbakken achter zich aanzeult, moet deze openmaken. Daar zou inderdaad een terrorist zich in verscholen kunnen houden.

Het wordt niet opnieuw eerste klasse, zoals woensdag bij de terugkeer uit St.-Petersburg, maar de Sapsan is in tweede klasse even comfortabel als de Thalys of de Eurostar. Bovendien blijkt er een bijzonder leuke, jonge Russische vrouw naast mij te zitten. Gilles De Bilde wil zich meteen opofferen en van plaats ruilen, maar het meisje is veiliger naast mij.

Gilles laat me een sms’je van Vincent Kompany lezen: ‘Mooi afmaken nu, Gilles. Supergemotiveerd voor match van morgen.’ Dat is de juiste spirit. Misschien wordt het toch nog een leuke wedstrijd.

Op de Sapsan lees ik in Het Nieuwsblad dat René Vandereycken voor het allereerst praat over zijn ruzie in Mexico in 1986, toen bondscoach Guy Thys hem naar huis stuurde. Ik kan nochtans zwart op wit bewijzen dat de Limburger de hele affaire al eens uitgebreider uit de doeken deed in ‘Terug naar Toluca’, mijn boek over Mexico ’86 uit … 2006.

De perszaal in de St.-Petersburg Arena is zo goed als leeg. De perschef van Fifa vertelt me dat er morgen 277 journalisten zullen zijn. Tegen Frankrijk waren er dat nog 760. Behalve Engelse en Belgische perslui komt niemand speciaal naar St.-Petersburg voor de troostfinale.

Inmiddels weten we dat slechts achttien persmensen na de wedstrijd met de Duivels kunnen terugvliegen. Ik zie de wanhoop in de ogen van een aantal collega’s. Sommigen zouden hun moeder niet vermoord hebben om zo snel mogelijk thuis te zijn, maar het wel overwogen hebben.

Na veel puzzelwerk hebben we een lijst met ‘de gelukkigen’ opgesteld. De anderen moeten via München, Frankfurt of Riga in Brussel geraken. Iets meer medewerking van de bond had gemogen, ook al beschouwen ze journalisten als een noodzakelijk kwaad.

Op de laatste avond van de Rode Duivels in Rusland eet ik met uitzicht op de Baltische zee, in de verte ligt Finland ergens, in het aangename gezelschap van de jongens van de VRT. Het eten is alweer voortreffelijk, maar de organisatie is voor de zoveelste keer een puinhoop. Maar wie treurt daar over onder een blote hemel en met een goed glas Italiaanse wijn in de hand.

About Author

Leave A Reply