Boekrecensie: homoseksualiteit en voetbal in Duitsland

Stefan Heissenberger, Schwuler* Fußball. Ethnographie einer Freizeitmannschaft. Bielefeld, transcript Verlag, 379 blz., ill.; ISBN 9783837642926; 29,99 €. E-book ISBN 9783839442920; 26, 99 €.

Het is een open deur intrappen om te zeggen dat sport en homoseksualiteit een hot item is. Er wordt over gepraat. Af en toe komt er iemand uit de kast. Om de vier jaar zijn er zelfs naar analogie van de Olympische Spelen Gay Games (in 2018 in Parijs), maar verdere gelijkenissen zijn er nauwelijks. Het gaat er niet zo zeer om de prestatie dan wel om de happening. En vaak raakt men niet verder dan de clichés. Zo vertelde een Belgische rugbyspeler in een Vlaams dagblad dat hij even hard tackelde als de heterospelers. Hij zwengelde daarmee zelf de stereotype beelden aan. Alsof het in rugby om hard tackelen gaat, het gaat om precies tackelen.

Er mogen dan wel sporten zijn, waar holebisporters (LGTB) ondertussen geen of nauwelijks stof doen opwaaien, zoals kunstschaatsen of vrouwentennis, bij een sport als voetbal blijft dat daarentegen een moeilijke zaak. Literatuur hierover is beperkt en krantenbijdragen beperken zich meestal tot schuine en flauwe moppen over de zogezegde gevaren van het douchen na de match.
Daarom komt het boek van de Duitse etnoloog Stefan Heissenberger juist op tijd. Hij bestudeert het fenomeen van homovoetbal aan de hand van een ploeg uit Berlijn: Vorspiel. Hij stelt daarbij een heel aantal vragen, beginnend met het hoe en waarom van de ontstaansgeschiedenis. Maar evenzeer het seizoensverloop en de ervaringen met heteroploegen komen aan bod. Of de verschillen met wat we “normale” ploegen zouden kunnen noemen, maar dan normaal in de zin van het aandeel in het totaal aantal ploegen, want homovoetbal is hoe dan ook kwantitatief een marginaal gebeuren.

In de inleiding benadrukt Heissenberger het belang van voetbal op de maatschappij. Ook voor wie niet van voetbal houdt. De Sportschau op de Duitse tv heeft – haast structureel – mee bepaald hoe een zaterdagmiddag en –avond van vele Duitse families er uitziet. Maar in het Bundesligavoetbal hoor je niks over homovoetbal, want voetbal is een mannensport. Dat houdt onder andere hardheid en vechtlust in, zo houdt men ons tenminste voor. Eigenschappen waarover een homovoetballer niet zou beschikken. Zo wil het cliché. En daarmee grens je dan het voetbal af voor LGTB-spelers, want volgens datzelfde cliché zouden homo’s niet mannelijk zijn, maar verwijfd en dus per definitie slechte voetbalspelers. Iets wat ook onmiddellijk ook in het vocabularium van de voetbalsupporter wordt opgenomen. In Vlaanderen verwijst men dan naar voetbal voor en van janetten. Een woord dat niet enkel spelers naar het hoofd wordt geslingerd, maar ook de scheidsrechter wanneer hij een zogezegd foute beslissing neemt. Schwul of homo is dus duidelijk in deze context een negatieve benadering die in het voetbal in vergelijking met andere sporten alleen maar wordt versterkt.

Volgens de auteur willen heel wat homospelers bewijzen dat ze net wel kunnen voetballen en dat ze zo de vooroordelen uit de wereld kunnen helpen. In de jaren tachtig zijn de eerste clubs daarom eerder als provocatie ontstaan, wat je vaak aan de clubnamen zag: Ballboys Hamburg, Anyway Hot Shots of Rosa Teufel Kaiserslautern. Maar ondertussen ervaart de jongere generatie deze namen eerder als pijnlijk en hinderlijk. Er is namelijk binnen de maatschappij een hele stap gezet in de acceptatie van de LGTB-gemeenschap.

Tegelijkertijd stelt de auteur vast dat heel wat spelers zich slechts aansluiten op het ogenblik dat ze voor hun geaardheid opkomen. Net om te tonen dat ze ook een mannelijke sport beoefenen. En dus mannelijk zijn. Wat meteen de vraag doet rijzen of er een normalisering in zit. Met andere woorden, wanneer een homoteam ook aan de reguliere competitie van de DFB (Duitse voetbalbond) zal deelnemen, want behalve de Streetboys München is dat nergens elders het geval. Dat heeft deels te maken met het feit dat een dergelijke ploeg moeilijk voor continuïteit kan zorgen omdat er geen afdoende jeugdwerking is aangezien men maar laat bij een ploeg aansluit, maar anderzijds ook met het feit dat men de problemen ook wel uit de weg wil gaan.

En daarbovenop heb je de media. Die zijn vooral op zoek naar schandalen en catastrofes om tegemoet te komen aan wat het grote publiek blijkbaar wil. Het kan dan ook geen verbazing wekken dat er slechts een voetballer met naam in Duitsland uit de kast is gekomen. Het gaat om de meervoudige international Thomas Hitzlsperger. Hij oogstte in 2015 lof omwille van zijn openheid, maar hij outte zich slechts toen zijn actieve voetbalcarrière voorbij was. Het negatieve geval van Justin Fashanu dat tot zelfdoding leidde, kan daarvoor de aanleiding zijn.

En vreemd genoeg zegt de volksmond – weliswaar volledig ten onrechte – dat het vrouwenvoetbal juist heel veel lesbische speelsters zou tellen. Net omdat volgens sommigen lesbische vrouwen die mannelijke kant van hun zijn willen tonen. Toch is de tolerantie tegenover het vrouwenvoetbal veel groter. Dit kan deels verklaard worden doordat het vrouwenvoetbal niet zo ernstig wordt genomen.

Het werk van Heissenberger verdient alle lof omdat hij wil loskomen van de stereotype beelden en achter de coulissen op zoek gaat naar het werkelijke verhaal. Als speler-trainer van de Berlijnse club kreeg hij daarvoor een correcte inkijk. Met dit boek kaart hij niet enkel de integratie van de holebiwereld in het voetbal aan, maar in de maatschappij tout court. Hoe breed en interdisciplinair dit werk wel is, kun je aflezen uit het aantal keywords die bij het boek worden meegegeven: voetbal, homo, queer, heteronormativiteit, homofobie, gezelligheid, humor, homosportgeschiedenis, etnologie van de sportgeschiedenis, deelnemende observatie, douchen, verenigingspolitiek, voetbaltornooien voor homo’s, etniciteit, leeftijd, mannelijkheid, rituelen en spelbederf. Het gaat om veel meer dan enkel het populaire spelletje.
Heissenberger geeft stimuli aan andere wetenschappers om de sociaalwetenschappelijke discussie van het voetbal, de belangrijkste sporttak ter wereld, aan te zwengelen. Het is meteen een inkijk in een wereld die geen minuut te vroeg komt en misschien een aanzet kan zijn om ook in Vlaanderen en Nederland een dergelijk onderzoek op te zetten om tot een beter begrip van homoseksualiteit en sport te komen.

Paul Catteeuw

 

 

 

 

 

About Author

Leave A Reply