Anderhalve nacht in Reykjavik

Gisteren Glasgow-Reykjavik. Een bomvolle Boeing 757, een echte kanjer, en de Belgische pers wordt willens nillens verbannen naar businessclass. Wat een beproeving. Een zee aan beenruimte, Johnnie Walker ( Black label uiteraard) als aperitief, een kippensalade gevolgd door appeltaart en overgoten met een glaasje Nebbiolo uit Noord-Italië.

Om de vlucht van twee uur vol te maken kunnen we uit een ruim filmaanbod kiezen. Het wordt een documentaire over Eidur Gudjohnsen, de in België geboren supervedette van het IJslandse voetbal.

Een reporter interviewt de zoon van Arnor ( ex-Lokeren en Anderlecht) in alle stadions waar hij gespeeld heeft en draagt daarbij een clubshirt. De gesprekken zijn in het IJslands, maar er zijn gelukkig Engelse onderschriften.

Het Belgische luik van zijn carrière begint in Jan Breydel in het groen-zwart van Cercle. De verslaggever schakelt ( zonder van shirt te wisselen) over naar Club en vraagt waar die ploeg dan wel speelt. Je kan niet alles weten.

Eidur groeide op in Brussegem en ook daar werd gefilmd. Er komt een plaatselijke boer in beeld die iets brabbelt in een bijna onverstaanbaar dialect ‘Ge kunt de zwaluwen filmen’ ( in het Nederlands vertaald). De belangrijkste quote uit de reportage wordt noch in het Engels noch in het IJslands ondertiteld.

Eidur vertelt ook dat hij een afspraak had voor een telefonisch interview met iemand van het befaamde maandblad World Soccer. De journalist mocht hem op een afgesproken uur bellen. Eidur liet echter zien vriend Arnar Vidarsson ( ex-Lokeren en Cercle) de telefoon opnemen en op de vragen antwoorden. Elke woord in het exclusieve interview met World Soccer kwam van Vidarsson.

U herinnert zich misschien nog hoe onze enige avontuur in business tijdens het WK afliep: vanwege een onweer werd onze vlucht naar Rostov afgeleid naar Krasnodar waardoor we niet om acht ’s avonds in ons hotel waren, maar om twintig voor vijf ’s morgens.

Ook nu zijn er weer problemen. Niet met de vlucht, maar met het busje dat ons van de luchthaven naar het hotel moet brengen.

Zelfs ik heb na een paar seconden door dat de batterij leeg is en zelfs ik weet dat blijven proberen niets oplost. Na een kwartiertje geeft de chauffeur het dan toch op en het is wachten op een taxi met een startkabel om ons in beweging te krijgen.
Het gevolg is dat we niet meer tijdig op de persconferentie geraken als we eerst naar het hotel rijden. Op zichzelf niet zo erg, maar we zijn wel ruim een uur te vroeg voor de klassieke babbel met de bondscoach en één speler. In dit geval Toby Alderweireld.

We hebben ruimschoots de gelegenheid om elk hoekje van het nationale stadion te bezoeken. Een mooie installatie voor een club uit Bevordering ( hoe heet dat tegenwoordig? Derde amateurs?). De perszaal is, hoe moet ik het zeggen: dicht bij elkaar.

Het stadion telt twee tribunes. Achter de doelen gaapt de grote leegte. Het gaat hier niet warm zijn tijdens de match. Het ergste is echter de atletiekpiste rond het veld. Dat is ook het geval in het Koning Boudewijnstadion, maar deze piste lijkt niet gemaakt voor acht of negen maar voor twaalf banen. Je hebt bijna een verrekijker nodig om de zijlijn te zien.

Na de babbel met Martinez en Alderweireld stappen we even af in het hotel en nemen een taxi naar het centrum van Reykjavik. Het lijkt wel Noorwegen met al die fel gekleurde huizen. In het hotel is ons restaurant Apotek aanbevolen. Inderdaad, in een oude apotheek. Langs de wand staan allemaal bruine flesjes zoals in een apotheek uit de vorige eeuw.

Gelukkig staat er geen pillendraaier in de keuken, want het eten is voortreffelijk. Dat mag ook wel, want de rekening is gepeperd. En dat is nog zacht uitgedrukt. Tachtig euro voor een steak, zeventig euro voor een gewone fles chianti. Geen riserva dus: die kost 110 euro.

De cijfers doen even duizelen: iets meer dan 11.000 IJslandse kronen per persoon. Gelukkig stelt zo’n kroon weinig voor: 0,0077 euro, maar dus toch nog ongeveer negentig euro. In IJsland wordt zo goed als niet meer betaald met echt geld. Alles gebeurt met een kredietkaart. Ook de taxirit.

Terug in het hotel verneem ik dat mijn excursie naar de Blauwe Lagoon van vanmorgen in het water valt. Er worden elke dag maar een bepaald aantal bezoekers toegelaten en ik kan er niet meer bij. Ik kan nog wel meerijden met de fotografen naar de gysers, maar het vertrekuur is half vijf. Ik heb geen zin in Russische toestanden, want na de interland van vanavond staan er slechts een paar uur slaap op het programma. Om kwart over drie moeten we bus naar de luchthaven in. Hopelijk start hij.

 

About Author

Leave A Reply