VOETBALGEDACHTEN OP VRIJDAG (16) – RW

In deze rubriek geef ik elke vrijdag enkele voetbalgedachten over de voorbije week mee. Ik opende met mijn basisprogramma: The Magnificent Seven van de Open Voetbalclub. Zeven uitgangspunten om het Belgisch voetbal een nieuw elan te geven. Met dank aan denktank De Witte Duivel. Deze vindt u dus terug in de eerste aflevering.

 

 

 

  • Vorige zondag 8 september was een historisch dag voor het voetbal in Lier. Toen zakten meer dan tweeduizend mensen af naar de Berlaarse ‘Doelvelden’ voor de eerste thuismatch van de nieuwe vereniging met ‘meer dan tweehonderd jaar gemeenschappelijke traditie’ K. Lyra Lierse. Afdeling Derde Amateurliga B. En dan bleef mijn stoel nog onbezet. VZW De Witte Duivel kocht immers een steunabonnement omdat K. Lyra Lierse principes in de praktijk brengt die ik al een half leven tegen de stroom en beter weten in verkondig: jeugdopleiding richting eerste elftal, sociale projecten in de samenleving, supportersparticipatie. Volgens het motto ’t is uwe voetbal, uit te spreken met onverstaanbaar Liers accent. Ik gaf ‘verstek’ omdat ik een weekendje Schotland verkoos: Hampden Park met de Rode Duivels en Parkhead met een benefiet van Celtic. Drie dagen eerder volgde ik in de Doelvelden wel een presentatie van Lyra Lierse met ‘hoog bezoek’: Antonia Hagemann (CEO) en Niamh O’Mahony (Development & Communications Manager) van Supporters Direct kwamen de uitgangspunten van hun organisatie verduidelijken: ‘Clubs & Supporters for better governance in football’. Zo horen we het graag en ook eens van een ander. Dat bezoek riep bij mij twee flashbacks op.

 

  • Flasback 1

 

Over mijn ‘voetbalcarrière’ kan ik kort zijn. Desondanks duurde ze 33 jaar. Het hoogtepunt is bij nader inzien mijn eerste match geweest, lente 1972. In het oude ‘Engelse’ stadionnetje (daterend uit 1911) van Lyra, een toenmalige derdeklasser. Op 26 maart 1972, een wedstrijdje voor dat van het eerste elftal tegen Hasselt , slechts enkele honderden toeschouwers op de statige tribunes. Miniemen, zoals dat toen nog heette: Lyra A – FC Nijlen B. Alles was mooi geregeld. Bij winst was Lyra A kampioen, dus stuurde Nijlen een samenraapsel van jongens – ‘den overschot’ zoals wij onverbloemd werden genoemd door de trainer – dat nooit met elkaar had gevoetbald. Gelukkig voor ons hadden wij de ‘Makke’, amper tien jaar, die later zou uitgroeien tot de beste voetballer van het dorp. Hij hield de bal driekwart van de match in de ploeg, of beter gezegd aan de eigen voet en met een Cruijffiaans lobje bezegelde hij het lot van Lyra: 0-1. Ik hield mijn doel schoon met de save van de match, zoals dat heet. Het waren mijn spreekwoordelijk ‘fifteen minutes of fame’ want de volgende week speelden we, zonder de ‘Makke’, uit tegen derdeprovincialer FC Broechem, tussen de barakken in een weiland en kregen we 7-1 om de oren. Ik ging niet helemaal vrijuit bij enkele doelpunten, lichtjes eufemistisch gesteld. Loopbaan voorbij, al stond ik nog tot mijn 45 ste tussen de palen van het Kempische cafévoetbal. Maar een paar weken later begon het te dagen dat die bewuste partij Lyra – Hasselt van 26 maart 1972 de laatste officiële thuismatch was geweest van de roodwitte traditieclub. Noodgedwongen stapte men in het fusieproject met eersteklasser én rivaal Lierse SK. De trouwe achterban ervoer deze operatie als een opslorping en startte binnen de maand een nieuw verhaal in…vierde provinciale. Plots ontwaakten de ingeslapen Lyrafans en men werkte zijn thuismatchen op het allerlaagste niveau af voor meer dan… 1500 toeschouwers. Het verhaal doet de ronde dat na elke overwinning – en men promoveerde meteen dus waren het er veel – een Lyra-autokaravaan toeterend toertjes maakte rond het Lispstadion van Lierse SK. Dat laatste heb ik van horen zeggen. Eigenlijk was dat nieuwe Lyra de eerste ‘cultclub’ van België waarbij supporters massaal de eigen identiteit boven ‘succes’ verkozen.

  • Flashback 2

Ik zwierf rond door Groot-Brittannië op zoek naar de roots van het voetbal. Dat mondde in 2004 uit in mijn boek ‘Kan voetbal de wereld redden?’, dat destijds voornamelijk op enig besmuikt maar toch vooral openlijk gelach werd onthaald. Het zal ongeveer in 2002 zijn geweest dat ik hem ontmoette. In een onooglijk kantoortje, een achterkamertje eigenlijk, ergens in Londen. In de buurt van waar het feuilleton Hercule Poirot werd opgenomen. ‘You’re the Belgian?’ vroeg hij mij als stond dat op mijn voorhoofd geschreven. Hij vertelde me over de ‘eeuwige liefde’ voor zijn club – de zijne was het nietige Northampton Town dat hij desondanks van een gewisse dood hielp redden – en over de veertiendaagse pelgrimstocht naar de ‘heilige plaats’ zoals hij het stadion omschreef. Hij sprak over het delen van emoties, de kameraadschap en over ‘de voetbalclub als warme thuishaven’ voor de fans. Hij noemde de liefde voor de kleuren zelfs ‘a very deeply rooted human need’. En hij stond, als overtuigde sociale liberaal, want lid van de Liberal Democrats, op voor de stem van de supporter. He stood up for Supporters Direct. Brian Lomax was a character, zoals men dat in Engels zegt. Iemand die geen megafoon nodigt heeft om zijn klare taal te verkondigen, hij was die megafoon namelijk zelf. En hij wilde verhinderden dat clubs louter commerciële instrumenten werden, die niet meer herkenbaar waren voor de achterban. Hij won me voor zijn idee van supportersdemocratie dat zou stimuleren tot de opbouw van een structuur in het belang van de fans, de club en de gemeenschap. Volgens hem vormden die fans immers het hart en ziel van elke vereniging.

Ik liet me volledig meedrijven op het enthousiasme van de losjes op mijn schouder meppende Brian Lomax. Maar dacht wel bij mijzelf: ‘Die kerel heeft nog minder realiteitszin dan ik.’  Wat op zich een vrijwel niet te evenaren prestatie mag worden genoemd. Hij verwees op het einde van ons gesprek naar de boodschap van Jock Stein, de legendarische manager die met Celtic Glasgow in 1967 de Europacup der Landskampioenen had gewonnen: ‘Football without fans is nothing.’

Ik geloofde niet dat deze utopische gedachte ook maar enige kans maakte om door te dringen tot de kern van het beleid. Maar ziet: vandaag heeft Supporters Direct internationale uitstraling gekregen dankzij de steun van zowel Uefa als Europese Unie. En al is de weg nog lang en vol van eenzaamheid, hij ligt er wel intussen. Stevig geplaveid, met meer dan goede voornemens, tot in de Doelvelden van Berlaar toe. Waar Lyra Lierse het levenslicht zag, op precies zeven kilometer en 750 meter van mijn achterdeur.

 

  • Intussen in Glasgow. In het programmaboekje van de interland las ik dat Schotland en België hun eerste duel betwistten (2-2) op 23 januari 1946. Uit oude archieven blijkt dat toen vooral ene…Marcel Vercammen in de spotlights stond. De beste speler uit de geschiedenis van…Lyra hield het hoofd koel voor 60.000 kijkers op Hampden Park en lag mee aan de basis van het onverwachte gelijkspel. We genoten op onze beurt van het hedendaagse ‘Briljante België’ en na de demonstratie van de Rode Duivels (0-4) trokken we dag nadien naar Parkhead, bijgenaamd Paradise. We woonden er ‘A Match For Cancer’ bij tussen legendes van Celtic – mijn favoriete club, You’re in my heart and in my soul zing ik met Rod Stewart – en FC Liverpool. In het gezelschap van meer dan 20.000 betalende fans keken we naar het ‘walking football’ van voormalige vedetten van The Celts en The Reds. Opbrengst tussen 200.000 en 250.000 pond ten voordele van de Celtic Foundation. Die bestaat sinds 1995 en focust op vier principes, in Schotland en wereldwijd: gezondheid, gelijkheid, educatie en kansarmoede. De Celtic Foundation verzamelde de voorbije 23 jaar meer dan twintig miljoen pond voor haar sociale programma’s. Dat is meer dan het hele Belgische voetbal samen heeft geïnvesteerd in ‘goede voetbaldoelen’. Celtic Glasgow is het huis van aanvallend voetbal, solidariteit, music & fun. En mag zich met recht en reden fier op de borst slaan als ‘a club like no other’. Bij het verlaten van het stadion botsen we op het standbeeld van Jock Stein. Hij kijkt neer op zijn beroemde slagzin: ‘Football without fans is nothing’. En zo zijn we terug bij Supporters Direct en K. Lyra Lierse.

Op zaterdag 15 september treden de roodwit-geelzwarten aan voor hun tweede thuismatch tegen Sint-Lenaarts. Allen daarheen, roep ik u op met lichte dwang. Al zal ik zelf weer moeten passen wegens feestje ter ere van de 65 ste verjaardag van de bassist van ons muziekbandje AmuZant, ‘voor en door de derde leeftijd’. First things first, in het leven. Leve Lyra Lierse, de volgende keer bén-ik-er-echt-bij!

 

Een prettig weekend gewenst! Van harte,

Raf Willems

 

 

 

About Author

Leave A Reply