WAAROM HET DUITSE MODEL MEER DAN OOIT EEN VOORBEELD IS VOOR HET BELGISCH VOETBAL – RW

Het Belgisch voetbal kreunt, het ligt bijna knock-out wordt gezegd. Laten we even los van alle commotie een blik op de toekomst te gooien.

Ik zal dit met plezier voor u doen en nog eens – een beetje tot in den treure intussen – een pleidooi houden voor het ‘Duitse model’. Ik noem het meer dan ooit een voorbeeld voor het Belgisch clubvoetbal.

Ik beschreef het in mijn boek ‘Weltmeister’ dat in de lente verscheen. Ik citeer even mezelf: ‘Anno 2018 is Duitsland Weltmeister. Niet alleen de beste op het veld – inzake voetbalkunst – maar ook naast het veld, inzake het maatschappelijk aspect.’

Dat eerste werd snel door de werkelijkheid achterhaald, net zoals de meeste van mijn ‘voetbalvoorspellingen’: de Mannschaft overleefde voor het eerst sinds 1938 niet de voorronde van een wereldbekertoernooi. Daar sta je dan met je titel. Intussen bouwt Joachim Löw aan een nieuw elftal dat nog zoekende is naar zichzelf. Maar het begrip ‘Weltmeister naast het veld’ blijft wel overeind.

In het voorjaar schreef ik op al op deze pagina’s het volgende: ‘Gedurende weken werd er in Duitsland op het scherpst van de snede gedebatteerd tussen supporters, opiniemakers, clubleiders over de aanpassing of zelfs afschaffing van de ’50 plus 1’ regel. Gisteren viel het verdict. Dat klonk als volgt vanuit de bestuurskamer van de Deutsche Fussball Liga: ‘Wir haben respektiert was die Fans getan haben. 50+1 Bleibt!’ U hoort het goed! Dat was de slogan waarmee de supportersfederaties campagne voerden: ’50 + Bleibt!’ Ze haalden zelfs handtekeningen op en ze overhandigden aan DFL-President Reinhard Rauball een namenlijst van dertig – u leest het goed, bis – meter lengte! Dertig meter lengte! Maar ik herhaal dus: ’50 + Bleibt!’ Uitroepteken!’

En ik herhaal het nog eens zodat men het goed in de oren kan knopen. Vooral omdat die ‘50+’-regel wettelijk verhindert dat makelaars invloed krijgen in het beleid, laat staan dat ze zich via allerlei slinkse wegen kunnen inkopen. En die ’50+’-regel, dat betekent dus gewoon het volgende: geen enkel individu, bedrijf of consortium mag meer dan 49% van de aandelen van een profvoetbalclub in handen hebben. De supporters hebben een stevige vinger in de pap.

 

Het Duitse profvoetbal heeft dus gekozen voor een duidelijk afgebakend model. Met een sterke structuur van bovenaf opgelegd en tegelijkertijd van onderuit gestuurd.

De Bundesliga piekt met een gemiddelde van 42.000 toeschouwers. Ter vergelijking in de Premier League zijn dat er 32.000 en Primera Division, Ligue 1 en Serie A volgen op nog grotere afstand. Vrijwel elke Bundesligacoach kiest op zijn manier voor aanvallend voetbal en voor spektakel. Men betreedt het veld om het publiek te vermaken.

Het meest recente jaarrapport van Deutsche Fussball Liga (DFL) bezorgt interessante gegevens:

 

  • Meer dan drie miljard euro gemeenschappelijke omzet. Ook na betalen van belastingen en sociale bijdragen aan de staatskas – samen 1,13 miljard euro – schrijven alle achttien clubs ‘zwarte cijfers’ in. Over de twee afdelingen gespreid geldt dit voor 34 van de 36 clubs. U leest dit goed: het Duitse profvoetbal betaalt zijn belastingen én sociale bijdragen en is er ook nog fier op. Meer dan 2,5 miljard euro zelfs.
  • Aantal arbeidsplaatsen in stijgende lijn: van 50.000 naar 53.000 en als ‘omgevingsarbeid’ wordt meegeteld dan is de bedrijfssector ‘Profifussball’ goed voor om en bij de 165.000 werknemers. De 36 profclubs betekenen een ‘waardecreatie’ van 9% in de nationale economie. Het ‘System Profifussball’ is goed voor 6,1% bijdrage aan het BNP.
  • Weddes van spelers & coaches liggen gemiddeld rondom de 32%, zijnde 1/3 van het totaalbedrag van de uitgeven. In Spanje, Italië, Frankrijk en Engeland schommelt dat tussen de 40 en 80 procent.

Opvallend gegeven: De DFL is echt het bindmiddel tussen de 36 clubs en tussen de eerste en de tweede Bundesliga. En opereert vanuit globale belangenbehartiging.

Volgens de DFL is het Bundesligamodel het gezondste van de wereld: schuldenvrij, publieksvriendelijk en democratisch. Want de supporters hebben verschillende georganiseerde inspraakmomenten. Het Duitse licentiesysteem mag dan bijzonder streng zijn, het werpt duidelijk zijn vruchten af. Sinds de oprichting is er geen enkele club tijdens het seizoen failliet gegaan. Dankzij dus de filosofie van de vijftig plus één regel.

Die ligt vast in de statuten van de Deutsche Fussball Liga. Dat maakt het onmogelijk om de meerderheid van de stemmen via kapitaalsinjecties over te nemen. De DFL kiest voor verankering en wil niet dat een club in buitenlandse handen komt of op korte termijn kan verhandeld worden. Voor de DFL is het belangrijk dat investeerders een band hebben met de club, de fans en de lokale gemeenschap.

Het beleid wordt bedrijfsmatig georganiseerd in de club. Met ruime participatiemogelijkheden voor de fans. Investeerders kunnen hun zeg doen maar hebben niet het laatste woord.

In Duitsland bekijkt men voetbal dus ook door een andere bril. Een die belangstelling heeft voor de gunstige invloed van het spel op de samenleving.

En vooral op het spel zelf. Dat staat dus allemaal te lezen in mijn boek ‘Weltmeister’. Nog steeds te bestellen via www.dewitteduivel.com .

Beste clubleiders, voetbaljournalisten en maatschappelijke duidingsmagazines: laat je onwetendheid ter zake achterwege en hou op met hoongelach. Het ‘Duitse model’ bestaat én het functioneert. Het is echt. Ik ga het nog een allerlaatste keer zeggen: ziedaar waarom het Duitse model meer dan ooit een voorbeeld is voor het Belgisch voetbal.

About Author

Leave A Reply