DUIVELSE DERBYFEESTJES UIT DE OUDE DOOS – FC & RW

Op dinsdag 16 oktober 2018 wordt de 128 ste Derby der Lage Landen gespeeld.

Na Argentinië-Uruguay en Hongarije-Oostenrijk is ‘onze Derby’ de nummer drie op de wereldranglijst inzake het hoogste aantal onderlinge duels.

In ons boek ‘Honderd Duivelse Voetbalfeestjes’-  dat verscheen in de lente van 2018 en via www.dewitteduivel.com aan 15 euro (port inbegrepen) te koop is – beschreven we verschillende sterke prestaties van de Rode Duivels in de Derby. Een bloemlezing van vijf ‘Duivelse Derbyfeestjes uit de oude doos’.

 

  • BELGIE-NEDERLAND 3-0, HALVE FINALE OLYMPISCHE SPELEN 1920, 31 AUGUSTUS 1920

Stadion: Olympisch Stadion Antwerpen

Toeschouwers: 25.000

België: Jan De Bie (Racing CB); Armand Swartenbroeks (Daring CB), Oscar Verbeeck (Union); André Fierens (Beerschot), Emile Hanse (Union), Joseph Musch (Union); Louis Vanhege (Union), Robert Coppée (Union), Mathieu Bragard (CS Verviétois), Henri Larnoe (Beerschot), Désiré Bastin (Antwerp)

Scoreverloop: 46 (1-0) Larnoe, 55 (2-0) Vanhege, 85 (3-0) Bragard

Wat een verschil met twee dagen eerder! Toen joelde de meerderheid van de toeschouwers de eigen spelers uit. Nu besloot Sport-Revue: ‘Neen, zo geestdriftig hebben wij onze bevolking op een voetbalmatch nog niet gezien. Velen dansten, sprongen van vreugde, terwijl op honderden plaatsen onze driekleur tevoorschijn kwam. Opwekkende liederen weerklonken. Zoo gesteund door duizenden en duizenden Belgen zouden onze spelers wonderen verrichten.’ De Derby der Lage Landen tijdens de halve finale van de Olympische Spelen. Niet eerder stond er zoveel op het spel. En bovendien stremden de diplomatieke verhoudingen tussen beide landen. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog – waarin Nederland neutraliteit genoot – verkoelden de relaties helemaal nadat de Belgische regering tijdens een vredesconferentie in Parijs zowaar delen van het Nederlandse grondgebied – Zeeuws-Vlaanderen en Nederlands-Limburg – opeiste…’ter bescherming van het grondgebied bij een toekomstige oorlog’.  De Nederlandse overheid reageerde woedend waardoor het hervatten van de jaarlijkse traditiewedstrijd op de lange baan werd geschoven. Het lot bepaalde dat België en Nederland elkaar voor het eerst sinds 1914 troffen in het grootste voetbaltoernooi van de wereld op dat moment. Het rumoer tussen ‘Brussel’ en ‘Den Haag’ belette niet dat duizenden ‘Hollanders’ als vanouds de Scheldestad in een oranje kleurtje staken. In de straten van Antwerpen klonken de hele dag Nederlandse supportersliederen. De sensationele 5-4 zege tegen Zweden voedde de hoop in het Hollandse kamp. De Belgische bondscoach William Maxwell knoopte het protest van het publiek goed in de oren en verving de ‘oude’ Brusselse vleugeltandem Nisot-Hebdin door de ‘jonge’ Antwerpse buitenspelers Larnoe-Bastin. En dat loonde op twee terreinen: het enthousiasme van de supporters plantte zich vanaf de eerste minuut over op de spelers. Rik Larnoe (Beerschot) bracht verrassing met zijn driehoekjes en Dis Bastin bood versnelling met zijn spurten. Voor de pauze kon Nederland de score ‘blank’ houden. Volgens Sport-Revue als gevolg van het ‘windvoordeel’. Desondanks voerden de Rode Duivels de ene aanval na de anderen op. Onmiddellijk na de hervatting zorgde Larnoe voor opschudding: eerste interland, eerste doelpunt. Tien minuten later duwde de voormalige vedette van Milan Louis – Luigi – Vanhege nummer twee voorbij de Nederlandse keeper McNeill. Oranje leek voor het uur reeds uitgeteld en de snelle Antwerpse ‘linkervleugel’ drukte zijn stempel op het offensieve werk. In het midden draafde aanvoerder Emile Hanse onvermoeibaar in het rond en dichtte de ene bres na de andere. Zijn club Union leverde voor deze wedstrijd liefst vijf spelers. Hanse had de gave van het mentale overwicht maar kwam voetballend slechts matig uit de verf. Hij hanteerde als lijfspreuk: ‘Eerst de man, dan de bal’ en beschouwde het als een belediging als hij een duel verloor. Dat overkwam deze onverzettelijke bonk dus niet in deze halve finale. Op het snelle en geëngageerde spel van de Rode Duivels kreeg Oranje geen vat en de temperamentvolle ‘centervoor’ Matthieu Bragard – tussen krachtbron en verfijning in van Cercle Verviètois knalde vijf minuten voor tijd het derde doelpunt binnen. De Nederlandse spelers trokken zich weinig van de nederlaag aan. Hen wachtte nog wedstrijd om de bronzen medaille maar ze verkozen toch het genot van het Antwerpse nachtleven boven het Spartaanse Spelenregime. De pers schreef nadien over ‘de schande van de Schelde’. De Belgen zochten wèl de rust op want drie dagen later wachtte de afspraak met de geschiedenis: de zege in de finale tegen Tsjecho-Slowakije met 2-0.

 

 

  • NEDERLAND – BELGIE 1-5, 2 MEI 1926

Stadion: Sportpark Amsterdam

Toeschouwers: 30.000

België: Jean Caudron (Anderlechtois); Armand Swartenbroeks (Daring CB), François Demol (Union), Georges Ditzler (Standard CL); Florimond Vanhalme (CS Brugeois), Pierre Braine (Beerschot AC); Maurice Gillis (Standard CL), Fernand Adams (Anderlechtois), Raymond Braine (Beerschot AC), Ivan Thys (Beerschot AC), Jan Diddens (Racing Malines)

Scoreverloop: 38’ (1-0) Tap, 41’ (1-1) R. Braine, 47’ (1-2) Diddens, 48’ (1-3) Adams, 61’ (1-4) Gillis, 67’ (1-5) R. Braine

 

 

‘Schitterende Belgische zegepraal te Amsterdam’. Dat was de kop van het weekblad ‘Geïllustreerde Sportwereld’. Op de cover: het kopbaldoelpunt van Diddens. De spits van Racing Mechelen zette zijn naam onder de 1-2. Minder dan zestig seconden later buitte Anderlechtaanvaller Adams het windvoordeel uit. Zijn clubgenoot en doelman Caudron beslechtte in de eerste helft het gevecht met de elementen in zijn voordeel en moest volgens het magazine ‘onophoudend tusschenkomen’. Zeven minuten voor de pauze gaf hij zich toch gewonnen tegen Tap maar Raymond Braine scoorde snel de gelijkmaker. Het Nederlandse publiek leerde het grote talent van Beerschot die dag echt ontdekken. De Antwerpenaar had minder dan honderd uren eerder – op 28 april – zijn negentiende verjaardag gevierd. Hij nam ook het vijfde doelpunt voor zijn rekening, zes minuten nadat Gillis voor Standard op het uur voor 1-4 had gezorgd. In de slotfase trapte Tap een strafschop tegen de buitenkant van de paal en stak Caudron opnieuw enkele keren gepast de handen uit de mouwen. De correspondent van ‘Geïllustreerde Sportwereld’ besloot: ‘De Belgische spelers beoefenden een afgewisseld en snel voetbalspel, zonder bijgebrachte flauwtjes. Ze schoten naar doel in allerlei posities.’ De Rode Duivels verzorgden in 1926 het spektakel. De 3-4 nederlagen tegen traditionele voetballanden als Oostenrijk (in Luik) en Frankrijk (in Parijs) werden als halve overwinningen begroet. Het 3-5 verlies tegen Engeland (in Antwerpen) sprak pas écht tot de verbeelding. Want twaalf minuten voor tijd leidde België – dankzij twee goals van Braine – zelfs met 3-2 en leken de Engelse profspelers op weg naar een historische nederlaag op het Europese vasteland. Dé uitschieter van het jaar werd dus de vijfklapper in de Derby der Lage Landen. Nadat hij voor de tweede maal de Hollandse defensie dol had getold draafde Braine wat hautain over het veld. Hij dirigeerde, tikte rond en hield de bal in het elftal. Hij toonde wie de baas was: een negentienjarige die in twintig minuten een gracieus recital opvoerde dat België vier doelpunten opleverde. Braine tilde Beerschot uit de anonimiteit nadat hij op zijn vijftiende mocht debuteren in het eerste elftal. Hij voltooide mee de landskampioenschapstrilogie van 1924, 1925 en 1926. Hij haalde niet eerder het niveau van de lentemaanden van 1926 met uitstekende Duivelse prestaties tegen Frankrijk, Nederland en Engeland en beslissende doelpunten voor Beerschot. In dat seizoen werd hij voor het eerst topschutter met 25 eenheden in 26 wedstrijden. De demonstratie in Amsterdam leidde tot de grootste Belgische overwinning op Nederlandse bodem. Die zorgde vooral in…Antwerpen tot aparte vreugdetaferelen. Een plaatselijk dagblad kwam voor de pinnen met een zeer gesofisticeerd snufje: een bord met draadloze toestellen toonde met enkele seconden vertraging de belangrijkste momenten van de wedstrijden. Duizenden fans verdrongen zich voor deze technologische nieuwigheid en vierden hartstochtelijk de vijf doelpunten van deze ‘schitterende Belgische zegepraal te Amsterdam.’

 

 

 

  • BELGIE – NEDERLAND 7-1, 17 MAART 1940

Stadion: Bosuil

Toeschouwers: 32.000

België: Albert De Raedt (Gantoise); Robert Paverick (Antwerp), Georges Van Calenberg (Anderlecht); Armand Van de Kerkhove (White Star), Jules Henriet (Sporting Charleroi), Paul Henry (Daring), Charles Vanden Wouwer (Beerschot), Bernard Voorhoof (Lierse SK), Jules Van Craen (Lierse SK), Joseph Nelis (Berchem Sport), Gustaaf Eeckeman (CS Brugeois)

Scoreverloop: 19’ (1-0) Nelis, 38’ (2-0) Voorhoof, 44’ (3-0) Van Craen, 51 (4-0) Van Craen, 65’ (5-0) Van Craen, 77’ (6-0) Wilders, own-goal, 84’ (7-0) Vanden Wouwer, 88’ (7-1) Smit

 

 

Lente 1940. De stilte voor de storm kondigde één der merkwaardigste Derby’s aan. De 59e aflevering van de sportieve burenruzie werd gespeeld in een macabere entourage. In volle mobilisatieperiode zaten en stonden heel veel Belgische soldaten en amper Nederlandse fans op de tribunes. De oorlogsdreiging verhinderde de traditionele, massale supportersinvasie. De Belgische bondscoach dreef – na drie uitschuivers in Nederland met 9-3, 8-0 en 7-2 – een potige verjongingskuur door. De pers trakteerde op schimpscheuten. In Sportleven, het officiële bondsorgaan, lazen we op 20 maart 1940: ‘ Het heldhaftige publiek dat regen en storm trotseerde om te kunnen aanmoedigen: een ploeg die voor de lol ineengestoken werd, een ploeg die geen vijf toeschouwers vermocht te verplaatsen, naar het zeggen van sommige groottierende pers. Jan Publiek had in den strik van die goedkope stommigheid zijn dommen kop gestoken en bleef voor een groot deel thuis achter de kachel. Van de radio zou hij ’t wel vernemen met welke saus de Belgskens door de reuzen van Oranje opgevreten werden! Het dynamische spektakel is alleen voor de getrouwe geweest, voor deze die de ‘Roode Duivels’ in hun verjongingsdrift niet verlaten hebben. Voor de 30.000 die in de plassenden regen het vuur van de onze hoop hebben weten te onderhouden.’ Einde citaat van de onvermoeibare auteur.

Vijftienduizend kaartjes bleven onver­kocht, maar de driekwart volle, door bijna louter Belgen bezochte Bosuil zag een fantastische score, die vooral door de tragische held Jules Van Craen gestalte werd gegeven. De Belgische coach Hector Goetinck, heropgevist na de onverhoedse terugkeer van de Engelsman Jack Reynolds, haalde de bezem door de selectie. Goetinck verwijderde Raymond Braine uit het elftal, zonder te beseffen dat daarmee het doek viel over een indrukwekkende carrière. Raymond Braine werd vervangen door Jules Van Craen, een negentienjarige Kempenaar, die voor onderwijzer studeerde. Van Craen was de enige Belgische speler die niet door het leger was opgeroepen. Goetinck opteerde voor het ouderwetse 2-3-5 systeem en verraste met deze tactische manoeuvre het Nederlands elftal. De Rode Duivels grepen Oranje meteen bij de keel. Op het temperamentvol spel van de Belgen had Nederland geen antwoord. Na 44 minuten besliste Jules Van Craen de match: 3-0. Twintig minuten en twee doelpunten later was het al 5-0. Pas twee minuten voor tijd zorgde Kick Smit voor een oranje doekje voor het bloeden: 7-1.

Met de jonge Jules Van Craen (van 3 september 1920) speelde België meteen diep. Op z’n Engels werd de kortste weg naar het doel gezocht. De oude Raymond Braine hield het spel graag op, hij gaf de voorkeur aan de trage, technische, Tsjechische fantasie. De Belgische kranten, die ondanks de papierschaarste uitgebreid en euforisch berichtten over deze bijzondere Derby, hemelden Jules Van Craen op tot ‘interna­tionale belofte’. De spits van Lierse SK bevestigde zijn faam wanneer hij drie weken later in Amsterdam opnieuw scoorde. Dan stokte het succes, want de FIFA verbood tot Kerstmis 1944 alle internationale wedstrijden. Intussen had Jules Van Craen zijn reputatie volledig waargemaakt. Lierse SK overvleugelde drie jaar na elkaar alle tegenstand. In 1940 en 1941 bleef het bij officieuze titels, omdat de oorlogsomstandig­heden het normale verloop van de competitie verhinderden. In 1942 won Lierse overtuigend het kampioenschap. Dat seizoen werden onder aanvoering van Jules Van Craen 92 doelpunten gemaakt.

De jonge Jules ontwikkelde zich aan de zijde van zijn mentor Bernard Voorhoof tot een ware topvoetballer. In 1943 werd hij Belgisch topschutter met 43 goals. Hij was een snelle, sobere midvoor. Zijn moordend schot paarde hij aan een soepele lichaamsbeweging en een efficiënte techniek. De bevrijding was reeds in zicht en voor Jules Van Craen wenkte internationale roem als het noodlot toesloeg. Tijdens een competitiewedstrijd incasseerde hij van Tilleurspeler Nihoul een kniestoot in de maagstreek. Twee operaties zorgden slechts voor tijdelijke beterschap. De medische wetenschap stond voor een raadsel. Jules Van Craen kon niet meer worden gered. De gedoodverfde aanvalsleider van de naoorlogse Rode Duivels stief op 10 oktober 1945, nog maar net 25 jaar jong. Aan hem werd deze 7-1 zege in de Derby van maart 1940 opgedragen.

 

 

  • NEDERLAND-BELGIE 0-4, 12 NOVEMBER 1961

Stadion: Olympisch Stadion Amsterdam

Toeschouwers: 62.000

België: Jean Nicolay (Standard); Yves Baré (FC Liégeois),  Roland Storme (FC Brugeois), Martin Lippens (Anderlecht), Guy Raskin (Beerschot); Pierre Hanon (Anderlecht), Paul Vandenberg (Union), Jef Jurion (Anderlecht); Marcel Paeschen (Standard), Paul Van Himst (Anderlecht), Roger Claessen (Standard)

Scoreverloop: 25’ (0-1) Claessen, 30’ (0-2) Vandenberg, 43’ (0-3) Claessen, 46’ (0-4) Van Himst

 

De Derby der Lage Landen bleef tot het begin van de jaren zestig de belangrijkste interland van het seizoen. Met de 0-4 op 12 november 1961 behaalden de Belgen hun grootste zege op Nederlandse bodem. Het was van 2 mei 1926 geleden (1-5 in Amsterdam) dat de Rode Duivels Oranje met liefst vier doelpunten hadden ingemaakt. Tussen de lentes van 1955 en 1961 verliepen de Derby’s min of meer rampzalig voor de Rode Duivels. De balans: dertien wedstrijden tegen Oranje, één overwinning, negen nederlagen, drie gelijke spelen. De Rode Duivels beleefde sowieso turbulente tijden. De zwakke uitslagen beperkten zich niet tot de Derby. Nog wat ander cijfers: nul op twaalf in de vier WK-kwalificatiematchen tegen bescheiden tegenstanders als Zwitserland en Zweden. Zes zeges in 28 wedstrijden. En toch…gloorde er hoop aan de horizon. Standard en Anderlecht stoomden een jonge generatie toptalenten klaar. Jean Nicolay, Lorenzo Verbiest, Pierre ‘Poep’ Hanon en Paul Van Himst werden volwassen voetballers. In de interlands legden zijn stilaan hun schroom af. En in de herfst van 1961 voltrok zich de grote ommekeer met een 3-0 zege tegen het Frankrijk van de legendarische Raymond Kopa. Van de volgende zes interlands werden er vijf gewonnen, waaronder een opzienbarende 1-2 zege in Lissabon tegen Portugal met liefst acht spelers van Europacupwinnaar Benfica. Maar de partij die voor het meeste opwinding zorgde was dus de Derby van 12 november 1961. Amper acht maanden eerder werden de Rode Duivels nog met 6-2 ingemaakt in de Rotterdamse Kuip. De geniale grilligheid van het aanvallende duo Roger Claessen en Paul Vandenberg luidde de verandering in. Hun onberekenbare inspiratie kleurde ook deze wedstrijd. Claessen en Vandenberg waren beiden omstreden voetballers. Hun overeenkomst was dat zijn individualisten pur sang waren. Toch vonden ze elkaar in het samenspel. De intellectuele Vandenberg was de stille stilist, voor wie het balspel esthetica hoorde te zijn, de leer van de schoonheid. Voetbal als oude Griekse kunst.  Buiten het veld verdween hij in de anonimiteit van de Brusselse salons. Hij voelde zich enkel thuis in het decor van het oude Dudenpark van Union, de club van de betere Franstalige burgerij en van het vooroorlogse ‘la-Belgique-à-papa’. Waar de melancholie naar de mooie, maar vervlogen tijden pijnlijk aanvoelde. De linksbuiten met de etherische rechtervoet kreeg als bijnaam ‘de bleke artiest’, wijzend op zijn elegantie in het spel maar ook op zijn teruggetrokken aard.

De rumoerige Roger Claessen teerde op zijn uitzinnigheid. Hij was de furie van Sclessin en Standard: koppend, schoppend, scorend. Briesend en bruisend uit alle hoeken. Relbelust en rebels maar met een warme identiteit. Claessen had een poster van Che Guevara op de kamer en stond voor de ‘swinging sixties’ in België. Hij deed denken aan George Best: drank en vrouwen. ‘Roger-la-honte!’ Roger, de schande. Hij leefde zichzelf de vernieling in maar in Amsterdam knalde de amper twintigjarige Luikse spits de Hollandse hoop aan flarden. Hij opende op de 25 ste minuut de score en deelde twee minuten voor de pauze de genadeslag uit: 0-3. Na een half uur legde Vandenberg het tweede doelpunt achter de Nederlandse klassekeeper Eddy Pieters Graafland. De amper achttienjarige Paul Van Himst dikte de stand aan tot 0-4 in de eerste minuut na de pauze. De tegenstrijdige temperamenten Roger Claessen en Paul Vandenberg schreven op 12 november 1961 één van de mooiste hoofdstukken uit het grote, spannende boek van de Derby der Lage Landen.

 

 

  • BELGIE – NEDERLAND 0-0, 19 NOVEMBER 1972, WK-KWALIFICATIE

 

Stadion: Bosuil, Antwerpen

Toeschouwers: 54.000

België: Christian Piot (Standard), Georges Heylens (SC Anderlecht), Erwin Vandendaele (Club Brugge), Nico Dewalque (Standard), Jean Thissen (Standard), Maurice Martens (Racing White), Wilfried Van Moer (Standard), Jean Dockx (SC Anderlecht), Leon Semmeling (Standard), Paul Van Himst (SC Anderlecht), Johan Devrindt (Club Brugge)

 

Vervangingen: 80’ Wilfried Van Moer door Jan Verheyen (SC Anderlecht)

 

Een koude novemberavond in Antwerpen, met bibberende Belgen op de Bosuil. Ajax en Feyenoord beheersten het Europese clubvoetbal. Het totaalvoetbal van Oranje meldde zich voor een wereldwijde overrompeling. Raymond Goethals bevond zich op de rand van de zenuwinzinking. De kwalificatie voor het WK 1974 in West-Duitsland stond op het spel. De Brugse ‘bomber’ Raoul Lambert, de enige spits in België van Europees formaat, worstelde zoals steeds met zijn te korte spieren. Hinkend haakte de schutter van Club Brugge af. Goethals tilde de psychologische oorlogsvoering naar een hilarisch niveau. Hij hield vol dat Lambert zou spelen, trainde in het geheim en ontvluchtte de pers die hij om het uur van een andere plaats belde.  Zijn Nederlandse collega, de al even zenuwachtige Frantisek Fadrhonc beantwoordde in de minuten voor de aftrap van het vaak letterlijke WK-gevecht alle hocus-pocus van zijn tegenstrever met een valste opstelling. Johan Cruijff en Willy Brokamp betraden wél het veld maar de twee aanvallers stonden niet op het scheidsrechterblad. De goedkope truc tekende de sfeer die al weken voor de Derby grimmig uitslaat. De Oranje Leeuw beurde voor een mogelijke WK-plaatsing 60.000 gulden, de Witte Duivel moest het stellen met 400.000 frank. Zijnde drie keer minder, omgerekend naar Euro’s: 30.000 voor de Nederlanders, 10.000 voor de Belgen. De sport in het algemeen en het voetbal in het bijzonder beleefden het einde van de romantiek. Realisme werd het devies. Oranje perfectioneerde zich die avond aan de twee uitersten van het spectrum. Achter de verbeelding van Johan Cruijff stak de berekening van Johan Neeskens. Zijn cynisme liet Nederland de Hel van Deurne overleven. Het beulswerk van ‘Nees’ werkte op de Belgen als sluipend gif. Het sloopte ook Paul Van Himst, die achteraf beschouwd zijn laatste ‘grand gala du football’ met de Duivels presenteerde. Paul was de poëet onder de voetballers, de paarswitte prins van het Astridpark, de vertolker van de artistieke Anderlechtschool in de jaren zestig. Traag, intuïtief en sierlijk voetbal. De aanvoerder koesterde het witte shirt van zijn land. Wit stond dichter bij Anderlecht dan rood, dat eerder het rumoerige strijdershart van Wilfried Van Moers Standard symboliseerde. De tandem Wilfried Van Moer – Paul Van Himst bezorgde het duo Willem van Hanegem – Johan Neeskens – nochtans beiden met hun clubs winnaar van de Europa der Landskampioenen – aanvankelijk een zware avond en stuurde Jean Thissen naar zijn historische bal op de Bosuilbalk. Diep in de tweede helft is doelman Jan van Beveren geklopt maar het schot van de linksachter van Standard stierf uit op de oude, houten vierkante paal.

Oranje begon tijd te rekken, de Zilvervloot in de tribunes zweeg. ‘Leren sjotten’, joelde het Belgische publiek naar de dit keer toch wel erg tegenvallende kunstenaars van het balspel. Oranje opteerde voor pure zakelijkheid en was blij met het punt. België baalde. Paul Van Himst, de zachtaardige, trakteerde Johan Neeskens, de keiharde, nog op een elleboog. Na de wedstrijd ontstak Van Himst in woede en noemde de Nederlanders ordinaire schoppers. Neeskens barstte in tranen uit nadat de Nederlandse pers hem scherp op de korrel had genomen voor zijn kamikaze-acties. De wereld stond even op zijn kop tijdens deze Derby der Lage Landen. Goethals liep lachend het veld af. Hij toonde zich gelukkig met een gelijkspel tegen ‘de Kazen’. Volgens hem waren ‘die Ollanders’ het beste elftal van de wereld. Maar het WK van 1974 dat werd niet gehaald. De Witte Duivels sleepten in Amsterdam ook een 0-0 uit de brand maar bleven steken op een slechter doelgemiddelde dan Oranje. Goethals kreeg gelijk: het Nederlandse totaalvoetbal zou de show stelen tijdens de wereldbekerzomer in West-Duitsland.

 

 

 

 

About Author

Leave A Reply