‘Uitgewekenen’ in Nederlandse clubs

De verlossing bij het einde van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), op 11 november honderd jaar geleden, kreeg voor de Belgische voetballers een extra aspect. Ze konden weer uitkijken naar competitiewedstrijden. Vijf jaar achtereen, tot medio 1919, werd er niet om de titel gespeeld. Een recent in Nederland verschenen boek maakt duidelijk dat sommigen in de Nederlandse competitie asiel vonden, onder anderen Rode Duivel Camille Nys die eerder met zijn landgenoot Louis van Hege bij Milan Football and Cricket Club (nu AC Milan) had gespeeld.

In het boek met de titel Kampioenen ’14-’18  komt Nys aan bod als speler van Willem II, een jaar voordat de Tilburgse club als eerste niet-Randstedelijke club het landskampioenschap van 1916 zal behalen. Willem II is een van de vier clubs waarvan hun geschiedenis tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt beschreven in het boek. Terwijl Europa in oorlog was, bleef Nederland neutraal en ging de voetbalcompetitie door. In de noodcompetitie 1914-1915 kreeg de titel van Sparta nog het predicaat officieus. Daarna kon er weer zo serieus worden gevoetbald dat de landskampioenschappen gewoon telden.

Toevallig of niet zijn alle vier de kampioenen uit deze oorlogsperiode nog actief in het huidige Nederlandse profvoetbal. Na Sparta en Willem II gingen Go Ahead (Deventer) en Ajax (voor het eerst!) met de titel aan de haal. In de hoofdstukken over Willem II komen zelfs twee Belgische voetballers aan bod, want naast Camille Nys had ook Louis Schollaert de Belgische nationaliteit.

CAMILLE NYS

Eerst Camille Nys. Co-auteur Roger Rossmeisl heeft voor zijn hoofdstukken over Willem II intensief speurwerk naar hem heeft verricht. Hij schetst ook de bredere horizon voor de Belgische voetballers in Nederland. Uit het boek: ‘In het najaar van 1914 stromen ongeveer één miljoen Belgische vluchtelingen, ook wel uitgewekenen genoemd, naar Nederland. Vooral na het beleg van Antwerpen, op 7 oktober 1914, wordt Tilburg overspoeld door een uittocht van ontheemde burgers en militairen, op de vlucht voor het Duitse leger. Onder hen ook voetballers uit de Belgische voetbalcompetitie. Tijdens de kerstdagen van 1914 speelt een team van Belgische vluchtelingen tegen verschillende Nederlandse teams, zoals Quick (Den Haag), Ajax en een regioteam uit Haarlem. De recettes komen ten goede aan een fonds voor de gevluchte Belgische landgenoten. De Nederlandse voetbalclubs volgen de nieuwkomers uit België met interesse. De in Nederland gestrande Belgische internationals worden verdeeld over verschillende clubs.’

Camille Nys was niet de enige Rode Duivel in de Nederlandse competitie. Albert Carion en Jean Bouttiau speelden bij Quick in Den Haag. Oscar Bossaert kwam uit voor DFC in Dordrecht. Een volledig overzicht van de Belgische voetballers in Nederland ontbreekt in het boek. Hun meespelen blijkt van korte duur, zeker als daarop steeds meer kritiek komt. Zo schrijft De Telegraaf op 4 januari 1915: ‘De plaats dezer Belgische jongemannen is niet in ons land. En wie dit wil betwisten, stelle zich eens een oogenblik voor dat Nederland in oorlog is en onze voetballers aan het voetballen zijn in … het buitenland. Wat zou men dan verontwaardigd zijn.’

Bovendien staat in de reglementen van de Nederlandsche Voetbal Bond (NVB) dat wedstrijden slechts gespeeld mogen worden door personen die als lid staan ingeschreven bij de NVB en die Nederlander zijn of de laatste drie maanden in Nederland hebben gewoond.

Camille Nys (van 9 november 1888) staat echter ingeschreven als lid van Willem II en woont in de Schoolstraat in Tilburg als hij in november 1914 voor Willem II gaat spelen. Hij is dan al actief geweest voor Athletic & Running Club de Bruxelles, Standard Luik , Racing Club de Bruxelles en wordt in 1912 door de voorloper van AC Milan gestrikt. Nys heeft dan vier interlands achter de rug, een totaal waarop geen vervolg meer zal komen.

ALS MILITAIR

In augustus 1914 komt Camille Nys als militair in Nederland terecht. Op 16 november 1914 debuteert hij als middenvoor bij Willem II in een wedstrijd tegen een militair elftal van gemobiliseerde Nederlandse soldaten. Daarna speelt hij mee in de zuidelijke noodcompetitie die inmiddels weer op gang is gekomen. Op 9 mei 1915 verschijnt Nys voor het laatst in de opstelling.

Vier maanden later valt ook hij onder het verbod dat de Belgische voetbalbond in september 1915 uitvaardigt.  In een brief aan de NVB laat de Belgische bond weten dat Belgische spelers die gevlucht zijn voor de Duitse bezetter, niet mogen deelnemen aan de Nederlandse competities. Op straffe van schorsing ná de Grote Oorlog.  Dit leidt tot een speelverbod voor Belgische uitgewekenen dat op 9 november 1915 door de NVB wordt ingesteld. Een uitzondering wordt gemaakt voor Belgische spelers die door het Nederlandse leger geïnterneerd zijn. Zij moeten langs de kust, achter de IJssel en aan de zuidelijke landsgrens een ‘afwachtingsopstelling’ innemen om de Nederlandse neutraliteit te bewaken.

LOUIS VAN HEGE

Louis Van Hege is een van de uitzonderingen. Hij belandt als Belgisch militair eveneens in Nederland en speelt op 20 augustus 1916 tegen Willem II in een elftal van Belgische officieren die geïnterneerd zijn in Harderwijk, aan de rand van het toen nog weidse IJsselmeer, dan nog Zuiderzee geheten. Willem II wint met 4-1.  Of en waar Van Hege verder nog in Nederland heeft gespeeld, blijft onbesproken.

Camille Nys is dan inmiddels al verdwenen in de mist van de geschiedenis. Als Willem II’er laat hij een totaal van vier doelpunten noteren. Na de oorlog duikt zijn naam nog op in de atletiekwereld. Als eigenaar van een zaak in sportartikelen maakt hij reclame voor spikes die zijn naam dragen: Un Champion toujours à l’honneur ‘Le Spike Camille Nys’. Op 5 augustus 1964 overlijdt Nys in Brussel.

LOUIS SCHOLLAERT

In het elftal van Willem II dat in 1916 kampioen van Nederland wordt, speelt  met Louis Schollaert toch nog een Belg mee. Roger Rossmeisl beschrijft zijn levensverhaal in het boek:

‘Ludovicus, Louis, Schollaert wordt op 29 juni 1890 in Aalst geboren. Op achtjarige leeftijd komt hij naar Tilburg. Vader Gustaaf verdient zijn geld aanvankelijk als kousenbreier, maar ontwikkelt zich in de loop der jaren tot koopman totdat hij in 1900 overlijdt. Enkele jaren daarna trekt het gezin Schollaert in bij de nieuwe echtgenoot van moeder Anna Beckman. Louis groeit op in de Mariastraat, waar hij samen met twee broers en een stiefbroer een Tilburgse jeugd beleeft. Zijn Belgische wortels raken steeds verder uit zicht.’

In 1904 meldt Louis Schollaert zich als veertienjarige aan bij Willem II. Hij speelt op de linkshalfpositie, maar kan ook op rechts en voorin uit de voeten. Hij onderscheidt zich met zijn  traptechniek en atletisch vermogen en groeit uit tot publiekslieveling. Schollaert is zoveel liefhebber van het verfijnde, technische spel dat hij in 1925  in een brief aan de NVB klaagt over ‘het misbruik van lichaamskracht’, dat almaar toe lijkt te nemen. ‘Spelers moeten worden verplicht den bal te spelen en niet den man’, schrijft hij.

UIT ORANJE GESCHRAPT

Louis Schollaert speelt meerdere malen in het Nederlands Zuidelijk elftal en wordt in 1919 zelfs geselecteerd voor Oranje voor de eerste uitwedstrijd sinds de Eerste Wereldoorlog. Tegenstander is symbolisch genoeg Zweden, dat tevens neutraal is gebleven tijdens de oorlog. Een maand voor de trip naar Zweden wordt Schollaert uit de al bekend gemaakte selectie geschrapt. Plotseling is ontdekt dat hij nog altijd de Belgische nationaliteit heeft.

‘Naar wij vernemen heeft de Nederlandsche elftalcommissie den heer Louis Schollaert medegedeeld dat deze niet deel uit kan maken van het Nederlandsche elftal omrede dat de heer Schollaert van Belgische Nationaliteit is. Bij nadere informatie is ons gebleken, dat dit juist is. De heer Schollaert is ongeveer 20 jaren geleden uit België in ons land gekomen en is sinds dien tijd niet geneutraliseerd en dus Belg gebleven. De Nederlandsche voetbalbond heeft besloten dat alléén Nederlandsche spelers in het elftal kunnen gekozen worden. Werkelijk een tegenvaller voor onze sympathieke sportman Louis’, schrijft de Nieuwe Tilburgsche Courant op 12 juli 1919. En dat, terwijl hij gedurende de Grote Oorlog wél Nederlander genoeg is om in Rotterdam te worden gemobiliseerd.

In 1927 wordt Louis Schollaert door Willem II officieel gehuldigd voor zijn 500ste wedstrijd. In de actuele statistieken van Willem II staat evenwel John Feskens (1965) met 483 wedstrijden als clubrecordhouder genoteerd. Op het standbeeld van clubicoon Jan van Roessel, met daarop de namen van alle spelers die honderd wedstrijden en méér speelden, is Louis Schollaert niét vergeten. Op 18 mei 1954 overleed hij in Tilburg.   

In het boek ‘Kampioenen ’14-‘18’ reconstrueren de clubspecialisten Anton Slotboom (Sparta), Roger Rossmeisl (Willem II), Herman Starink (Go Ahead) en Menno Pot (Ajax) het verhaal van de ‘oorlogslandstitel’ die hun club veroverde. Ze maken tevens met tal van anekdotische voorbeelden duidelijk wat de ‘Grote Oorlog’ zoal voor gevolgen had in het Nederlandse voetbal. Het boek telt 288 pagina’s met 2 fotokaternen en kost 20 euro. Uitgever is Justpublishers.   

Twitter: @hmees

About Author

Leave A Reply