EEN MIJMERING OVER PELE: 49 JAAR NA ZIJN DUIZENDSTE DOELPUNT – RW

Vandaag herdenken voetbalromantici het duizendste doelpunt – op 19 november 1969 – van Edson Arantes do Nascimento, bijgenaamd Pelé. Wat mij betreft nog steeds voetballer nummer één aller tijden. Er was iets aparts aan dat duizendste doelpunt want de fans van de tegenpartij juichten hem toe en Pelé sprak na afloop zeer geëmotioneerd: ‘Vergeet de arme kinderen niet’. In 2013 vertoefden François Colin, Braziliëkenner en onze gids ter plaatse Patrik Van Hove en ikzelf even in Santos. In functie van een boek dat we schreven over de Braziliaanse voetbalcultuur. Een mijmering over Pelé.

 

 Een voetbalpelgrimsbezoek aan Santos: kletsen met de kapper van Pelé

 

Men is een voetbalpelgrim, of men is het niet. En dat zijn we, de drie Belgen. We hebben een chauffeur ingehuurd voor een ommetje van Sao Paulo naar Santos, het kost ons vier uur in de auto om een uurtje rond het stadion te ‘hangen’.We zien gouden letters op een donkere plaat aan de hoofdingang. Dit is het dus, het mythische Santos (1912) van de witte engelen met de zwarte huid. Het voetbalhuis van de gelijknamige kustplaats aan de Atlantische Oceaan, een uitloper van Sao Paulo, de grootste metropool van het land. Aan de zijkant van het stadion Vila Belmiro nodigt socio Rei je uit tot lidmaatschap. Een metershoge foto van de pakweg twintigjarige Pelé toen Santos het beste clubelftal ter wereld was geworden.

 

Wat is dat daar aan de overkant van het stadion? Lijkt wel op een drankwinkeltje. Cabeleireiro do Pelé. E de você também Didi. Mijn gids Patrik Van Hove – die in het kader van humanitaire projecten een keer of twintig tussen België en Brazilië pendelde en het Portugees meer dan machtig is – wuift mijn verlangen weg. “De kapper van Pelé heet Didi”, zegt hij langs zijn neus weg. Nomen est omen. De naam is een teken. Didi, het vallende herfstblad, vanwege zijn als ‘herfstbladeren dwarrelende ballen’. Didi, de beste speler van het WK 1958, waar hij Garrincha en Pelé de weg wees. Didi, zoals de kapper van Pelé. Hij baat zijn zaak uit aan de overkant van het Santosstadion. Een oude, kleine man. Verzorgd, met lichtdonkere huid en een grijze haardos. Hij verklapt ons na enige aarzeling zijn leeftijd: “Ik ben 83 en ik opende deze kapperszaak bijna 60 jaar geleden. Pelé kwam hier voor het eerst in 1957. Hij bleef een vaste klant tot aan zijn vertrek in 1974. Niemand twijfelde aan zijn kwaliteiten. Iedereen heeft heimwee naar hem. Neymar wordt zeker een topper maar niet zo goed als Pelé. Waarom niet? Er is slechts één Pelé in de voetbalgeschiedenis. Hij bleef altijd een zeer vriendelijke man. Tegen iedereen, Pelé vergat nooit zijn afkomst. Hij beoefende blotenvoetenvoetbal. Hij begreep de betekenis van op de grond te moeten slapen en van het hongergevoel. Over hem geldt het gezegde: ‘Er is maar één Pelé in de wereld, die de aarde kent waar hij is geboren.’ Ik heb zoveel mooie herinneringen aan hem maar toch haal ik mijn beste meteen boven. In de derby Santos – Juventus Sao Paulo 5-1: hattrick! Geen zeldzaamheid voor hem, maar deze sprong er toch uit: alle drie met zijn befaamde bicicleta, de retro terwijl hij in de lucht hangt. Men zei over hem dat hij je pet er kon aftrappen zonder dat je het voelde. Hij was voor de volle honderd procent een eenvoudige, eerlijke mens met een goedaardig karakter. Santos verlangt nog steeds naar hem. Wisten jullie dat hij de man is van meer dan duizend doelpunten?”

Vanzelfsprekend. Het bracht me bij een passage die ik had gelezen in zijn vierhonderd pagina’s tellende autobiografie uit 1977. De Amerikaanse journalist Robert Fish schreef toen ‘Pelé, my life and the beautiful game’ en gaf een haarfijne weergave van dat duizendste doelpunt. Dat kwam eraan op 19 november 1969 in Maracana bij Vasco da Gama – Santos. Er gebeurde toen iets eigenaardigs. Bijna 70.000 Vascofans doken het delirium in want ze juichten om een goal van…Santos, het was nummer 1000 van Pelé. Na de match werd het hem te machtig. Hij stamelde voor de televisie: ‘Vergeet de arme kinderen niet.’ De gedachte aan zijn jeugd liet hem zelfs op dat moment niet los. Hij wist hoe armoede mensen kon breken en sprak er ook met zoveel woorden over in zijn boek: “Armoede maakt mensen depressief. Armoede is met door anderen afgedragen kleren lopen en geen schoenen hebben. Armoede is met z’n allen slapen in een vieze keuken tijdens een koude nacht. Armoede? Angst voor het leven!” Coiffeur Didi had het bij het rechte eind in zijn simpele typering van Pelé, want die stemt overeen met de indruk die zijn levensverhaal achterlaat.

De kapperszaak herbergt de verborgen weelde: foto’s uit de oude doos, gesigneerde Santosshirts, beeldhouwwerkjes, bekers en trofeeën. Maar vooral: een cartoon met Santosvedetten van weleer aan de kapper opgedragen en een prachtige houtgravure van ‘O Rei’. Dit is een ware schatkamer, het is dan ook bij Didi, Cabeleireiro do Pelé.

 

Muurschilderingen in de stijl van Andy Warhol op trainingscentrum Pelé

 

Ik keer nog even terug naar die wonderbaarlijke wereldbeker van Mexico 1970 toen Pelé het voetbal een soort openbaringsvisioen gaf met enkele bovennatuurlijke bewegingen. Naast de Viktorlob reflecteer ik over de Banksbal. Bij Engeland-Brazilië dwong hij met een van de grond naar de bovenhoek klimmende kopbal Gordon Banks tot de zweefsprong van de eeuw. Deze stunt van de Engelse keeper – in zijn tijd ‘s werelds beste – werd door een kunstenaar op doek gezet met als titel ‘Save of the century’.

 

Schilderkunst, daar worden we op getrakteerd als we naar het Centro de Treinamento Rei Pelé stappen, op wandelafstand van Vila Belmira. Wie rondom het trainingscentrum van Santos loopt, waant zich in een museum. Men ontdekt de prachtigste muurschilderingen in de zwart-geel-witte-kleuren. Pelé heeft ook hier een exceptionele status gekregen, met een reeks uitzonderlijke tekeningen. Ze beelden zijn carrière bij Santos uit en zijn het gevolg van een stedelijke cultuurinvestering bij de honderdste verjaardag van de club in 2012 waarin popart – stijl Andy Warhol en Roy Lichtenstein – en urban graffiti met elkaar worden vermengd. Volgt u even mee langs dit voetbalheiligdom en bid, lach, huil, kniel en bewonder bij wat ik benoem tot de ‘tien werken van Pelé’, naar zijn legendarische rugnummer.

Stap 1: Op 8 augustus 1956 zet hij op vijftienjarige leeftijd zijn krabbel onder zijn eerste profcontract.

Stap 2: Het gedicht van Carlos Drummond de Andrade O dificil, o extraordinario bewierookt het uitzonderlijke talent.

Stap 3: De zwarte muur en het witte shirt contrasteren bij zijn typische maar fenomenale beweging: bicicleta.

Stap 4: De lachende Pelé met rugnummer 10 draait schuin het hoofd. Hij lijkt steeds bereikbaar maar bouwt toch op zijn manier enige reserve in.

Stap 5: Het legendarische elftal van FC Santos, bi campeao Mundial:  twee keer wereldkampioen bij de clubteams.

Stap 6: Het duizendste doelpunt op 19 november 1969 in het Maracanastadion. Het publiek wordt stil en juicht hem nadien toe.

Stap 7: Afrika 1969. Santos speelt een serie vriendschappelijke wedstrijden in conflicthaarden zoals Brazzaville en Kinshasa en Nigeria en Biafra. De wapens zwijgen als Pelé passeert, want iedereen wil hem zien, spreken en voelen.

Stap 8: Pelé en Pepé. Spitsbroeders, vrienden, aanvankelijk leerling en mentor. Samen stippelden ze het succes van Santos FC uit: ontelbare trofeeën.

Stap 9: Op 2 oktober 1974 speelde hij zijn afscheidswedstrijd: 1091 goals in 116 optredens voor Santos. Magia. Imortalizada. Majestada. E Pelé e Eterno. Magisch, onsterfelijk, majestueus. Pelé is voor de eeuwigheid.

Stap 10: 23 oktober 1990. Drie muurdelen naast elkaar sieren het Inicio de Era Pelé Anos 50. Met centimetershoge gekrulde handtekening, het nummer 10 snelt symbiolisch weg met de bal aan de voet.

Hier heerste o rei do futebol arte, de koning van de voetbalkunst en de wandeling rondom zijn centro heeft iets van de tocht van een pelgrim naar de schrijn. Men is een voetbalpelgrim, of men is het niet.

 

Een persoonlijke mijmering bij Pelé: negenpassendans van de zwarte zonnegod

 

Pelé schreef een nieuw scheppingsverhaal tijdens Mexico 1970. Het hoogtepunt van de finale Brazilië-Italië, waar het futebol arte het catenaccio te kijk zette: de vierde geelgroene goal ontsproot uit de sierlijkste aller samba’s van vrijwel de hele Seleçao. Na een negenpassendans legde Pelé de bal op puur gevoel opzij voor de inkomende rechtsachter Carlos Alberto. Die scoorde met een diagonale schuiver: het ‘Beautiful Team’, in 2000 door de FIFA gekroond tot het beste ooit, was geboren en droeg de stempel van Pelé. Hij oversteeg het voetbal, zijn commerciële uitstraling bereikte elke uithoek van de planeet en hij pronkte als eerste ‘zwarte’ mens op de voorpagina van chique Amerikaanse tijdschriften, amper twee jaar na de dood van Martin Luther King. Geen ‘zwarte’ leider vond zoveel gehoor als ‘de lachende Pelé’, hét symbool van hoop voor de gekleurde wereldgemeenschap. Hij legde geregeld zijn Afrotude bloot. Hij getuigde hoe hij bij het reizen door Afrika nader tot zichzelf kwam. Dan begon hij spontaan te praten over zijn afstamming van slaven en verwees hij naar zijn grootmoeder die in 1976 op haar 97 ste was overleden en nog tot de eerste generatie ‘vrije slaven’ had behoord. In zijn in 2006 verschenen ‘Pelé. My autobiography’ vertelde hij met zin voor ironie: “In Senegal stelde ik vast hoe de Afrikanen hoop putten bij het zien van een zwarte man die de wereldtop had bereikt in het voetbal. Ik voelde hun trots. Honderden mensen verdrongen zich voor het hotel waar Santos verbleef. De blanke receptioniste belde de politie om deze ‘wilden’ te arresteren maar het tegendeel gebeurde. Men sloeg haar in de boeien en ik identificeerde me met de mensen die zij had beledigd en weigerde me te bemoeien om haar uit de gevangenis te krijgen.” Het deed hem ook een onprettige gebeurtenis uit zijn jeugd oprakelen: “Ik raakte smoorverliefd op een blank meisje maar haar vader kwam hardhandig tussenbeide: wat doe je met die negrinho? Ik barstte in tranen uit.” Tot in het laatste deel van zijn leven haalt hij deze vernedering aan. Hij voegt er in het slotwoord van zijn boek aan toe dat hij verlangt om ‘Pelé van zich af te schudden om terug ‘Edson’ te mogen zijn. Het leven als Pelé heeft hem opgeslorpt, het was te vermoeiend voor één mens die naast de beste voetballer ter wereld ook ambassadeur,  ondernemer en minister is geweest. Men herdenkt de leider van de ‘Os Santasticos’ en van de ‘Bonita Equipe’ als de man die van het individualistische futebol arte een collectief cultuurgoed heeft gemaakt. Men onthoudt de Pelé die in ontbloot bovenlijf als een zonnegod in het Aztekenstadion met de World Cup 1970 zwaaide. Santos, 100 anos de futebol arte, we verlaten de stad langs een gepenseeld portret van het ‘eeuwige elftal’. In het midden, een vrolijke voetballer.

Pelé.

 

Raf Willems

About Author

Leave A Reply