RODE DUIVELS NUMMER 1 VAN DE WERELD IN 2018 EN …OOK IN 1920! Een geschiedenis in honderd duivelse feestjes.

De volgende maanden voeren de Rode Duivels de wereldranglijst aan. Wist u dat ze dat ook al deden in…1920? Ontdek de geschiedenis van de nationale ploeg in ‘Honderd Duivelse Voetbalfeestjes’. Op www.dewitteduivel.com in wekelijkse afleveringen. Of in het boek: hier te koop aan 15 euro (verzendingskosten gratis, winkelwaarde 20 euro). Contacteer daarvoor: raffe.willems@telenet.be

Aflevering 2:

BELGIE – SPANJE 3-1 – KWARTFINALE OLYMPISCHE SPELEN 1920

Stadion: Olympisch Stadion Antwerpen

Toeschouwers: 18.000

België: Jan De Bie (Racing CB); Armand Swartenbroeks (Daring), Oscar Verbeeck (Union); André Fierens (Beerschot), Emile Hanse (Union), Joseph Musch (Union), Louis Vanhege (Union), Robert Coppée (Union), Felix Balyu (FC Brugeois), Fernad Nisot (Léopold), Georges Hebdin (Union)

Scoreverloop: 11’ (1-0) Coppée, 52’ (2-0) Coppée, 55 (3-0) Coppée, 62 (3-1) Arrate

Het Olympisch Stadion van Antwerpen! Wie vandaag rond het Kiel wandelt, kan het zich nog amper voorstellen: ooit was dit één van de meest prestigieuze stadions van het Europese vasteland, met onder meer een monumentale toegangspoort in klassieke stijl. In de zomer van 1920, met name. Toen stond deze Antwerpse volkswijk wereldwijd in het brandpunt van de belangstelling want de Olympische Spelen werden er georganiseerd. Op 29 augustus liepen de Rode Duivels – voor de gelegenheid in witte shirts – voor het eerst op deze grasmat. Omstandigheid: de kwartfinale van de Olympische Spelen. Tegenstander: Spanje. Telkens ‘in primeur’: niet eerder nam België deel aan het Olympische voetbaltoernooi en voor Spanje waren het zelfs de eerste interlands. De Spanjaarden kwamen nochtans goed voorbereid en scherp afgetraind voor de dag en versloegen een dag eerder in de achtste finale Denemarken. En ze hadden een verrassing in petto: een negentienjarige doelman van wereldformaat. Ricardo Zamora van FC Barcelona toonde zich die dag voor het eerst aan het internationale publiek. De ‘panter’ deed zijn naam alle eer aan met spectaculaire tussenkomsten in het luchtruim en gedurfde ‘snoekduiken’ op de punt van de schoen van de spits. Zamora zou later – en tot vandaag – postuum geëerd worden met de trofee van beste doelman van de Spaanse competitie. Ondanks zijn sterke prestatie werd hij overklast door zijn rechtstreekse opponent: Robert Coppée. De ‘rechtsbinnen’ van Union speelde de wedstrijd van zijn leven en legde het kritische Antwerpse publiek het zwijgen op.

Want dat had stevig ‘van katoen’ gegeven. De chauvinistische Antwerpenaren reageerden met een striemend fluitconcert tegen de Brusselse overheersing – met negen spelers – in het elftal. Het weekblad Sport-Revue beschreef deze onverkwikkelijke scène als volgt: ‘Betreuren wij hier eerst en vooral het jammerlijk optreden van het publiek, dat met al te chauvinistische geest ons Belgisch elftal uitfloot en uitjouwde.’ De bondsleiders voelden de onvrede aankomen en weigerden, in tegenstelling tot de vaste gewoonte, om de opstelling vrij te geven. Het leverde een bizar en zelden gezien schouwspel op: een nationale ploeg werd in eigen land gedurende minuten uitgejouwd en verwenst dat horen en zien verging. Het toeschouwersprotest van deze aard was zo een zeldzaam gegeven dat het zelfs een vermelding kreeg in een universitair Duits naslagwerk uit 2002 over de Olympische voetbalgeschiedenis: Die Olympische Fussballturniere (Agon Verlag): ‘Obwohl Belgien klar gewann, kam es während der 90 Minuten dauernd zu Zuschauerprotesten der einheimischen Zuschauer, da mit Fierens nur ein Spieler aus Antwerpen aufgestellt worden war.’ Het ‘uitfluiten’ duurde dus de hele wedstrijd. Eén man trok zich helemaal niets aan van deze kakafonie: Robert Coppée, het kanon. De kleine en geblokte rechtsbinnen van Union had een reputatie opgebouwd en werd door Pol Jacquemyns geroemd als ‘het zwaarste kanon dat ooit in een offensieve stelling van een Belgische voetbalploeg werd opgesteld. Wanneer hij drijvend met den bal aan de voet oprukte, stond de tegenstander als aan den grond genageld. Uit zijn ietwat log aandoende corpus sprak zoo’n kracht dat de tegenstander aarzelde of week. Er is een tijd geweest dat al wie in een groote club of in een straatploeg krachtig op doel schoot den bijnaam “Coppéé” kreeg.’ Robert Coppée speelde zijn beste match voor de Rode Duivels in deze bizarre omstandigheden. Op voorzet van Louis Van Hege, zijn ploeggenoot bij Union, versloeg Coppée Zamora al in de elfde minuut. Na de pauze diende De Bie zich te reppen op verschillende Spaanse schoten. Op de 52 ste en 55 ste minuut knalde Coppée België op een veilige voorsprong. Telkens vanuit hetzelfde scenario: een ‘center’ van eerst Hebdin en later Van Hege en een ‘kaatser’ van Balyu. Coppéé 3, Zamora 0. Een prestatie van formaat. Dat diende zelfs het Antwerpse publiek na afloop te erkennen.

About Author

Leave A Reply