Johan Cruijff is dood. Leve Johan Cruijff! – Marcel Rözer

Ajax ontvangt in de achtste finale van de Champions League de bekerhouder. Real Madrid komt naar Amsterdam. Dat doet oude tijden herleven. Journalist Marcel Rözer roept de prachtige prestatie van vorige week tegen Bayern München (3-3) nog even in herinnering. Op de achtergrond is de ‘vereeuwigde’ Johan Cruijff aanwezig.

Het is minuut 94 van Ajax-Bayern. De bal ligt in de goal van Manuel Neuer. Maar er ligt nog veel meer achter de doellijn van wat een paar jaar geleden nog de beste keeper van de wereld was. Hij ligt er zelf, de bal ligt er, het is net 3-3 geworden. Maar er worstelen ook drie of vier Ajacieden. Ze willen de bal. En wel nu. Meteen. Ze willen winnen en de tijd loopt weg, de ArenA uit.
In feite valt er maar één conclusie te trekken na de epische clash van afgelopen woensdag in Amsterdam: het voetbal is niet kapot te krijgen. Ga even zitten en kijk mee naar de weegschaal waarop aan die ene, negatieve, kant zoveel troep op wordt geflikkerd. Van monstrueuze commerciële deals tot schwalbes, van getatoeëerde ego’s tot pure onversneden onsportiviteit, van foute makelaars tot populistische voetbalanalisten… De lijst van zaken die het voetbal gebruiken als een boer zijn kistkalf is langer dan een opsomming van bezwaren tegen de Brexit. En net als bij de Brexit leken de destructieve krachten aan de winnende hand. Tot woensdag. Tot Ajax-Bayern.

Het voetbal, ach het voetbal. Poëtisch gezegd zou je kunnen zeggen dat het als Moeder Aarde is, het geeft en het geeft en het geeft en als dank vervuilen we haar, we zuigen het voetbal leeg alsof er nooit een einde aan de liefde komt. Transferperiodes in de winter, zodat de verrassingsteams die het goed doen verzwakt kunnen worden. (F. De Jong naar PSG bijvoorbeeld) De Champions Leaguefinale die jaarlijks vrijwel zeker gaat tussen twee van zes dezelfde clubs. En die komen dan uit Spanje, Engeland of Duitsland. Of, vooruit, het is Paris Saint Germain na de geldinjectie van een sjeik.

Maar godverdomme, op 12 december 2018 leefde het voetbal nog steeds, dat is zeker. Onana, die vreemde springveervogel uit Kameroen, had bizarre reddingen met al zijn armen en benen nodig om de Duitsers van goals af te houden. Frenkie de Jong had schijt aan de term dat ‘balverlies op die plek niet mag’, en liep rond als Johan in zijn beste dagen. Dat hij vreselijke fouten maakt zij hem onmiddellijk vergeven. Het één kan niet zonder het ander, zou ik de boze supporters willen zeggen. Frenkie maakt die fouten omdat hij voetbal ‘speelt’. Daley Blind schaakvoetbalde en deed vergeten dat hij tot in de diepste vezels verlegen is. En te aardig. En zo kunnen nog even doorgaan. Professor Ten Hag had zijn zaakjes goed voor elkaar, meer dan alleen op papier. 

Feit is dat Ajax voetbalde in het revolutionaire systeem dat de top van de wereld momenteel speelt. Risicovol, overal op het veld man-tegen-man confrontaties, de tegenstander opsluiten, ‘hoog’ spelende backs, tempocombinaties die het publiek naar adem deden happen. Het was er allemaal en er was meer. Er waren vliegende keepers en te harde tackles die vanaf de kant te snel ‘domme rode kaarten’ worden genoemd. Ga er maar eens zelf staan. Behalve die rode kaarten, werd alles van Ajax-Bayern vanuit de voetbalhemel met instemmend gebrom begroet. 
Johan zat op zijn troon naast God. Deze had hoofdpijn, want ook hij ging volgens Johan ‘het pas zien als hij het doorhad’. Enzovoort. God was blij geweest met Ajax-Bayern want ook hij hield van voetbal. Aanvankelijk had Johan weer alles en iedereen van commentaar voorzien. Tadik, Johan weigerde tadietsj te zeggen, maakte goed gebruik van de ruimte tussen de linies. En Matthijs (De Ligt) moest harder inspelen. Onana keepte als Menzo en zo had hij, Johan, het altijd willen hebben. Naarmate de wedstrijd vorderde werd Johan stiller en God luidruchtiger. Bij de rode kaart voor Wöber klonk uit Gods mond een wonderbaarlijk godverdomme. Bij de 2-3 mompelde hij iets over kut-Duitsers en dat hij het na 1945 misschien toch anders aan had moeten pakken. 
En toen klonk na 97 minuten het laatste fluitsignaal. God keek naar de man naast zich en zag hoe het hoofd van Johan gebogen was. Zijn schouders schokten. God legde een arm op Johans nog immer knokige lijf. En tussen het erbarmelijke gesnik door meende God de volgende zin te horen. ‘Zo bedoelde ik het. Zo dus’, zei Johan en hij wees wanhopig in de diepte. ‘En ik mis het zo.’

About Author

Leave A Reply