MICHEL PREUD’HOMME ZESTIG, DE KUNST VAN HET KEEPEN VOLGENS ALBERT CAMUS (2) – RW

Michel Preud’homme viert vandaag zijn zestigste verjaardag. De doelman schitterde bij achtereenvolgens Standard, KV Mechelen en Benfica Lissabon. En tussendoor bij de Rode Duivels. Maar vooral tijdens de ‘Mechelse jaren’ groeide hij uit tot de beste van de wereld. In 2011 schreef ik dit portret vanuit een ‘filosofische benadering’ in het boek ’11 KV Mechelen’ dat ik samenstelde met Mark Uytterhoeven en Henk Van Nieuwenhove. Aflevering 2

‘De bal gaat steeds een andere kant uit dan je wenst.’

Albert Camus, filosoof en cafékeeper

Het dagelijkse decor van Michel Preud’homme in Mechelen: een geschilderde goal – twee palen en een lat, in witte verf – op een versleten kazernemuur van bruine bakstenen. Tegen die muur: een ladder, voor als de ballen op het dak zouden vliegen. Voor die muur, modderbrij. Zo ziet het trainingsveld van KV Mechelen eruit. Duizenden schoten heeft hij hier gestopt sinds de zomer van 1986. Uit het zwerk plukkend, in de voeten klauwend, door zijn universum zwevend. Terwijl kauwt hij op een tabakspruim die hij uit bijgeloof onder zijn bovenlip duwt. Hij legt zichzelf discipline en gedrevenheid op. Nooit gezien, niet eerder en niet later: een beest! Coaches De Mos en Van Hoof zingen ter zake als een koor van eenstemmigheid. Hij eist die ernst ook van de collega’s, tot aan de opwarming voor de wedstrijd toe. Opvliegendheid bij verkeerd getrapte voorzetten, een zekere verkramptheid in de kleedkamer: hij trok wit weg volgens getuigenissen uit die tijd. Van de fixatie op dat ene wat op dat ogenblik van tel is: het stoppen van elke bal. Die dynamiek tast het team in goede zin aan. Het respect groeit, men weet: Preud’homme is onze zekerheid. Het geeft hem het noodzakelijke gevoel: ik ben hier de man.

Dat hoeft niet expliciet te worden uitgesproken. Bij KV spreidt men het bedje voor hem. Hij bant de sores uit zijn hoofd, duwt de zorgen van zijn periode bij Standard naar de achtergrond: privéproblemen, profiteren van het leven, het omkoopschandaal, ‘feesten om te vergeten’, zware blessures, de beurtrol met Gilbert Bodart… De opsomming is eindeloos. De complete vernedering: men negeert hem voor het WK van 1986 in Mexico. Zelfs als derde man! Hij is op de dool, hij zit op een dood spoor. Mechelen geeft hem de staat van genade: wat een rendement! Tussen 1986-’87 tot  1990-’91: 18, 24, 18, 14, 24. De teller der tegendoelpunten! Hij wordt overstelpt met persoonlijke medailles: Gouden Schoenen in 1987 en 1989 en onophoudelijk de ‘Belgische doelman van het jaar’, liefst vier op een rij.

In 1994 staat hij daar, als keeper van KV, de topper van de globe. In het spoor van Lev Yashin: de beroemde Russische zwarte panter, de grootste aller tijden, de legende van ‘the eccentric art of goalkeeping’. Het citaat is van Vladimir Nabokov, die zich in zijn vrije tijd amuseerde als amateur-ballenpakker. De schrijver, berucht om Lolita en vermaard om zijn dichtbundels en de roman De lach in het donker, getuigde over de aparte ‘kunst van het keepen in Rusland’: In Russia, I was crazy about goalkeeping. That gallant art has always been surrounded with an aura of singular glamour. Geschreven voor Lev Yashin, de zwarte spin. Weefde een web over het strafschopgebied. Regeerde met autoriteit en zelfbewustzijn. Dirigeerde zijn defensie, scherpte permanent de tactiek aan en ondermijnde de eigen zwakheden door intensieve arbeid. Hoge lichamelijke en geestelijke paraatheid. De kunst van het keepen, volgens de mythe van Moskou.

Heeft iemand – met enige zin voor overdrijving, hoewel – Yashin dichter benaderd dan de ‘Michel van Mechelen’?

Preud’homme, pseudoniem voor perfectionistische passie: hoe vermijden dat men zichzelf te kijk zet? De angst voor de blunder, bestaat de onhoudbare bal? Niet alleszins in the world according to Michel! Op het neurotische af, keepers zijn anders. Oefent het ambt – met zijn uitputtende training – speciale aantrekkingskracht uit op mensen met een bepaalde identiteit?

Eenzaam: een keeper is altijd alleen. Hypochondrisch: de ziekelijke vrees voor het kleinste kwaaltje. Wantrouwend: zal de bal mij te grazen nemen? Gek: het nemen van onverantwoorde lichamelijke risico’s.

Solitair en toch solidair: het individu organiseert het collectief, de doelman houdt met de ultieme redding het elftal overeind.

In 1994 is hij het springerige stadium voorbij. Zijn loopbaan is gelouterd, een aaneenschakeling van rise and fall. Met Standard van kampioen tot bankzitter. Met KV Mechelen van provincieclub tot Europacupwinnaar en terug. Met daarin één constante: Preud’homme blijft als een bezetene aan zichzelf werken. De soms onzekere ouderwetse lijnkeeper evolueert tot een bevelende meevoetballende doelman. KV is MP! Michel the Man!

De filosoof Albert Camus beschreef dus de absurditeit van het bestaan in zijn literaire meesterwerken.Wat leerde hij van het keepen? Die ene levensles: de bal gaat altijd een andere kant uit dan je wenst.

Tussen 1986 en 1994 heeft Michel Preud’homme onophoudelijk – sisyphusiaans – getracht het onmogelijke tegendeel van deze wijze uitspraak aan te tonen.

Hoe zou de filosofie – en dus de wereld – er hebben uitgezien mocht Albert Camus Michel Preud’homme hebben gekend? De kunst van het keepen, volgens de mythe van Mechelen?

About Author

Leave A Reply