In Memoriam Gordon Banks (1937-2019), de denkende doelman en wereldbekerwinnaar met Engeland in 1966 – RW

‘Oh dear, it’s the England goalkeeper.’

Dat was het laatste wat Gordon Banks (20 december 1937-12 februari 2019) hoorde vooraleer hij het bewustzijn verloor na een fatale autocrash op 22 oktober 1972.

Banks balanceerde op de drempel van blindheid en verloor zijn rechteroog. Op het top­punt van zijn glorie, pas bekroond met de award van de British Football Writers Association, sneed het noodlot de carrière van de beste keeper ter wereld abrupt af.

De Britse pers parafraseerde hem als The Banks of England. Ze dichtte de doelman de soliditeit toe van het machtigste instituut ten tijde van het Britse wereldimperium. Banks, wereldkampioen in 1966, drumde tussen 1963 en 1972 in 73 interlands alle concurrentie weg. Het grote publiek aaide hem liefkozend als Fernandel, naar de Franse komiek. Omwille van de fysieke gelijkenis. En omdat Banks vaak lachte in het openbaar, de tanden bloot. Achter de vriendelijke façade zat een vat vol vraagtekens. Zorgvul­dig zelfvertrouwen in het doel, een treu­rende twijfelaar in het leven. Hij bestu­deerde the art of goalkeeping. Geen soulman, geen suspensemens, geen tijger, geen zwarte panter. Wel een ob­sessieve hang naar perfectie met vaste gebruiken. Vóór de wedstrijd trok hij zich in een hoekje van het toilet terug. Het gezegde ‘alle keepers zijn gek’maakte hem boos. Hij analyseerde, nuchter, koel, beredeneerd en vermeed alle overbodige show. De denkende doelman, Rodin in keeperskleding. Behalve die ene keer.

Banks, binnenvetter van nature, herkauw­de op de terugweg van het stadion naar huis een zeldzaam incident met de scheidsrechter. Die betrapte hem op een sullige overtreding van de vierpassenregel. Uit de vrije trap scoorde Liverpool de winnende treffer. Banks presteerde altijd sterk op Anfield Road, onderhield goede relaties met de Kop en was de favoriete doelman van coach Bill Shankly. Hij ontstak in woede.

Die innerlijke toorn verdwaasde zijn geest, met de fatale klap tot gevolg. Gordon Banks, wiens magistrale eeuwige save op een kopbal van Pele (WK ’70) ook in een schilderij tot kunst werd verheven, zou nooit meer op niveau keepen. Hij zou daar later altijd laconiek over doen:

That save from Pelé’s header was the best I ever made. I didn’t have any idea how famous it would become – to start with, I didn’t even realise I’d made it at all. I heard Pelé shout ‘goal’ as he headed it, which was followed by a massive, almost deafening, roar. Even though I’d got a hand to it, I thought he must have scored.

Then I realised the crowd were cheering for me. I couldn’t believe it. Bobby Moore came over and ruffled my hair – I like to tell people that he was having a go at me for not holding on to it! After all, our match against Brazil was still at 0-0 and we had a corner to defend. As I got to my feet I tried to look as nonchalant as possible, as if to say that I make that sort of save all the time.’

Hij kreeg niets cadeau in het leven. Zijn familie leefde tussen de slierten van rook en van de ellen­digste industriewijk in Sheffield. Op zijn vijftiende had hij zich reeds neergelegd bij een toekomst in de schaduw van de mijn en een prole­tarisch voetbalperspectief. Hij sukkelde letterlijk in het spel. Op zaterdag lummelde hij doel­loos rond in de parken tot het toeval hem een handje toestak. Het straatelftal van Millspaugh vroeg de kijkende Banks om hun zieke keeper te vervangen. ‘Ik voelde me even gelukkig als bij mijn se­lecties voor het Engels elftal’, verklaarde Banks later. Hij mocht blijven en veronderstelde als vanzelfsprekend dat het voor de rest van zijn le­ven zou zijn. Derde divisieclub Chesterfield scoutte scherp, maar de bescheiden Banks vermoedde alweer een eindstation. Na een prachti­ge prestatie in de FA Youth Cup Final op Old Trafford hapte Leicester City meteen toe. Dankzij Banks’ keeperskunsten baande Leicester zich in 1961 en 1963 een weg naar Wembley, maar botste op Tottenham Hotspur en Manchester United.

Van dan af zou de moeder van alle stadions de miskende Banks het gevoel van geborgen­heid geven dat hij altijd had gemist. Wembley werd zijn thuishaven. Hij keepte er zich naar de wereldtop, terwijl de grote clubs hem ne­geerden. In 31 thuiswedstrijden met Engeland hield Banks 14 keer de nul en incasseerde slechts 27 doelpunten.

Voor Banks was elke wedstrijd met het nationale team een vlucht uit de grijze realiteit van Leicester, waar hij hardnekkig het bestuur over zijn salaris bleef interpelleren omdat dat slechts de helft bedroeg van collega-internationals. Banks beleefde zijn highlights tijdens de World Cup van 1966. Hij droeg, vanuit zijn aangeboren ontzag voor het gezag, zijn gouden medaille op aan de konin­gin. Na de finale ontfermde hij zich uit­gebreid over de huilende Duitse doelman Tilkowski, een ritueel dat hij reserveerde voor verslagen collega’s.

Na het WK verkoos Leicester de jonge wolf Peter Shilton en beurde veel geld voor de gekrenkte Banks. Omkijkend in wrok won hij voor Stoke City zes jaar later de League Cup, de enige trofee uit de historie van de club. Na zijn dramatische afscheid versierde hij nog een transfer naar Fort Lauderdale in de clowneske Ame­rikaanse Soccer League. Banks voelde er zich geen mo­ment thuis, de spelers moesten het veld op als cowboys, in een brandweerwagen, tank of doodskist. In 1977 keerde hij terug, maar raakte op enkele verwaarloosde opdrachten bij nietige clubjes na nergens aan de bak. Ondanks 73 wedstrijden met Engeland en slechts 57 tegengoals, of een gemiddelde van 0,78 per match. Engeland leed onder Banks amper negen nederlagen. En slechts vier in officiële partijen. Pelé loofde hem als één van de beste doelmannen van de twintigste eeuw.

Praatjesmakers paaiden hem met val­se beloften. De brave Britse burgerman Banks verbitterde. Na zijn rechteroog verloor hij ook een heup. Gordon Banks: asceet en trotse topatleet in het doel, manke man in het leven.

About Author

Leave A Reply