REAL – AJAX 1-4, OVER JOHAN & RILKE – MARCEL RÖZER

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Dat ik het niet kan overtreffen, dat weet ik al voordat ik begin aan dit stukje over voetbal. Ik moest schrijven na Ajax-Bayern en ik moet weer schrijven nu. Over het voetbal van Ajax, waarin bijna altijd een verlangen schuil gaat naar het verleden. In het Engels heet dat verleden ‘the good old days’, in het Duits ‘die heile Welt’. Voetbal van Ajax doet je verlangen naar de rugnummers die je moeder achterop jouw shirt naaide, naar korrelige zwart-witbeelden waarin Johan hoog uittorende boven de verdedigers van Inter Milaan, maar ook en vooral naar de tijd dat alles nog goed was. De tijd dat onze ouders nog leefden en fit waren en dat de enige zorg was of de wedstrijd zaterdag doorging. 
Maar goed, het was dus 5 maart 2019 en we waren optimistisch vooraf. ‘Wie weet?’ Voetbal is immers een spel van hoop en in die zin een vrij nauwkeurige afspiegeling van Het Leven Zelf. Misschien was de goal van Ziyech wel zo’n moment waarop je een flinke prijs wint bij een verloting. Je gelooft het nog niet helemaal. Ziyech trouwens die verder een wedstrijd speelde als een verwend topscorertje, maar daarover zo meteen meer. Het werd 0-1 en verdomme, die (en het) zat erin. 
Toen rukte Tadic op en na zijn pirouette – het zal wel anders heten – moest ik denken aan al die keren en al die voetballers die, na een prachtige actie, iets verschrikkelijk doms doen. Dat is eigenlijk bijna altijd zo. Behalve op 5 maart bij Tadic, die na zijn Johan-achtige beweging een steekpasje leverde zoals grote schrijvers een zin afleveren die de kern raakt. Ik moest aan Rilke denken, maar ik moet bijna altijd aan Rilke denken. Rilke was de Cruijff onder de dichters en schreef bijvoorbeeld dat je het leven niet moeten begrijpen en dat het dan pas een feest wordt. (hij schreef het mooier hoor)
Enfin de steekpass van Tadic kwam bij dat gekke kereltje, dat op een klein beest lijkt in de dierentuin, afdeling nachtdieren. Het kereltje had deze wedstrijd al een keer gedaan alsof hij op een pleintje stond en dit keer omzeilde hij iets langs en groots en stifte daarna over het uitgerekte lijf dat toch minstens drie meter telde en almaar langer werd. 0-2. 
Alles leek deze avond te gaan kloppen, maar de doorgewinterde voetballiefhebber wist: dit is Real Madrid en dat zijn de Duitsers van deze eeuw. Toen het nachtdiertje even later de 0-3 liet liggen alsof hij nog tien goals cadeau zou krijgen, schudde in de voetbalhemel iemand zijn hoofd. Dit moesten ze niet doen met De Koninklijke. ‘El pelota no entrar’, zei Johan en hij bleef er schijt aan hebben dat het in het Nederlands vertaald ‘het bal er niet in zitten’ betekende. Iedereen wist echt wel wat hij bedoelde.
Hoe het verder liep weet iedereen. Het werd 0-3 nadat de bal over de lijn was en 1-3 omdat Ziyech niet meeverdedigde. Schöne zag iets langs en groots en probeerde er overheen te schieten. Dat lukte en ik schreeuwde zo hard dat ik duizelig werd. Nu zou het toch wel lukken? Maar ik moest aan Ramos denken en aan Atletico en aan laatste minuten en aan Bayern München toen iedereen daar nog een hekel aan had. Kortom ik was er niet gerust op. 
En toen kwam Frenkie de Jong, de voetballer die eigenlijk Frenkie de Jongen moet gaan heten. Frenkie die altijd zo moet blijven, maar ik zag al tijdens het schitterende interview na de wedstrijd dat hij aan het veranderen is. Zo gaan die dingen. Later zullen we zeggen: weet je nog, die Frenkie de Jong die tijdens Real-Ajax als een pupil de bal verprutste en daarna zei: ‘Ik zou het zo weer doen, alleen dan beter.’ 
Frenkie de Jong gaat volwassen worden en Ajax verruilen voor Barca. Hakim Ziyech gaat een mooie transfer maken, maar… Ik weet het niet hoor. Hij schiet nog op doel als hij een corner neemt. Maar om hem niet helemaal af te vallen. Zagen jullie die cornerbal in de eerste helft die hij op de rand van de zestien op de slof van Schöne legde. Godverdomme, Ziyech, wat een trap, wat een bovenaardse techniek. 
En met bovenaards zijn we terug bij Johan, bij het verdriet dat minder wordt maar nooit zal verdwijnen. Johan, die een revolutie ontketende, maar daar op zijn eigen vreemde manier mee omging. Het zij hem vergeven, omdat in deze wedstrijd zijn geest zichtbaar was. Zo moet het worden gespeeld, dat spel dat onrechtvaardig is, en soms niet; dat mooi is, en soms lelijk. Ja, dat je niet moet begrijpen omdat het dan pas een feest wordt.

Share.

About Author

Leave A Reply