OVER JUVENTUS-AJAX & JOHAN EN DALEY – Marcel Rözer

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Ik herinner het me nog. Ajax had de Champions League gewonnen, maar ploeterde in de jaren erna in een sfeerloze ArenA, dat toen nog heel hip met een grote A aan het einde geschreven werd. De Amsterdamse arrogantie – we moeten Koninklijk worden; de 1 op de stropdas – was de club keihard in het gezicht terug geslagen.

Ik geloof dat ik rond die tijd voor het eerst hoorde dat Danny Blind een zoontje had dat ook heel goed kon voetballen. Gefascineerd als ik was door vaders en zonen volgde ik Daley met extra interesse. Man, wat een schitterende Netflix-documentaire zit er in deze mooie jongen. Net als de arme Jordy C. werd hij vergeleken met zijn grote vader die wél succesvol was. En net als bij Jordy vestigde de Hoop van het volk zich op de Zoon. Waar hebben we dat vaker gezien?

De jonge Blind werd in zijn eerste jaren bij Ajax overal voor gebruikt. Ik herinner me een vol stadion van waaruit hij weg werd gefloten. Hij werd linksback en toch weer niet. Controlerende middenvelder en toch weer niet. Hij werd talent van het Jaar, Ajacied van het jaar. Ajax leende hem uit aan Groningen en haalde hem terug. Hij ging naar Manchester United en kwam weer terug. En altijd hing en hangt er om iets dat de Johan uit de titel maar al te goed ziet en voelt. Johan de Volksmenner, de Man die zegt wat hij denkt. Johan Derksen dus, die maakte Daley Blind als ‘analist’ met de grond gelijk. En Daley was een makkelijk slachtoffer. Hij is een gevoelige jongen en dat is in de voetbalwereld geen goede eigenschap. Nou zijn er veel gevoelige jongens in de voetbalwereld, maar Daley is er zo eentje die het niet kan verbergen. Hij kan niet verbloemen dat hij af en toe te veel nadenkt. Ik heb hem nog nooit een hondse overtreding zien maken om ‘even te laten zien wie er de baas is’. Daley Blind is namelijk nooit de baas. (De Ligt is wél de/een baas, ook al is hij tien (!) jaar jonger. Over De Ligt een andere keer meer)

Maar dan terug naar de kritiek van Johan Derksen. Zonder enig gevoel werd de jonge Blind afgeslacht en belachelijk gemaakt vanachter de tafel met de pikorde van Jurassic Park. Altijd maar weer op zoek naar de lachers, naar de Dumpert.nl-mentaliteit waar het leuk gevonden wordt als mensen op hun bek gaan. Johan Derksen was de wolf en Daley Blind Roodkapje. En ik voorzag een slechter eind dan in het sprookje.

Maar toen kwam dus de jaargang 2019. ‘Mes que un club’ staat in het logo van een andere grootheid in het voetbal. En zo is het eigenlijk bij Ajax ook. De club is groter dan welke Johan ook en zie daar, dit seizoen is er dan eindelijk de beloning. Na de leegloop van komende zomer kan er opnieuw decennia lang gezocht worden naar de ziel. De wetenschap dat hij ooit weer gevonden kan worden is geruststellend.

Daley Blind is in zekere zin de verbeelding van die zoektocht. En Johan Derksen is de Judas, het monster dat het Volk verbeeldt. Hij wil winnen. Nu! Altijd! En eist dat van de voetballers, zonder enige nuancering, speelsheid of vergeving. De jonge Blind zocht naar zijn vorm, zijn positie en hem is aan te zien dat hij die zoektocht overleefde omdat hij helemaal gek is van het spel. Hij houdt van voetbal.

Daley Blind is misschien wel de meest intelligente voetballer van Ajax, de man die altijd speelt voor het team, die zichzelf weg kan cijferen, die een zekere stijl en grootsheid vertegenwoordigt. Een grootsheid die bij Johan Derksen ontbreekt. Wat had het hem gesierd dat hij, na afgelopen dinsdag, Daley Blind niet alleen had geëerd om zijn ongelooflijke prestatie, maar dat hij ook had gezegd dat hij het al die jaren fout had gezien.

Opeens zag ik het; we leven met zijn allen tussen de hyena’s, andere mensdieren dan wijzelf wachten toe we gewond, bang of onzeker worden. Johan Derksen is de opperhyena, hij weet van iedereen in het voetbal de zwakke plek. Hij wacht genadeloos op het moment dat hij die informatie kan gebruiken. Mededogen is hem vreemd. Dat Daley Blind dinsdag iets uitzonderlijks deed, krijgt hij niet uit zijn strot.

En omdat Derksen het niet kan, niet wil of niet doet, hier een ode aan Daley Blind. Hij voetbalt zoals Van Gogh schilderde, hij is op zoek naar iets, maar je voelt ook dat er iets dreigends op de loer ligt, iets angstigs, iets dat er ook maar zo voor kan zorgen dat het duistere (macho-figuren als Ronaldo of Lewandowski) wél toe kan slaan. Tegen Juve was Daley Blind als de schaker Kasparov in zijn beste jaren; altijd een zet voor op de tegenstanders, altijd op de aanval. En altijd ook nog oog voor de schoonheid. Van een pass. Van het spel. Van het leven. Dat doe je zó goed, Daley. Je vader is trots op je. En wij ook.

Share.

About Author

Leave A Reply