HOE SCHOTLAND HET ‘MOOIE VOETBAL’ UITVOND (1) – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Op dinsdag 11 juni 2019 spelen de Rode Duivels in Brussel tegen Schotland.

De Schotten zijn de échte bedenkers van het voetbal – en niet de Engelsen – en onder invloed van de ‘Celts’ – lees de Ierse migratie – ontwierpen ze de eerste variant van ‘the beautiful game’ of ‘het mooie voetbal’. Een intermezzo uit mijn boek ‘Wereldvoetbalzomers van België 1920 tot Brazilië 1970. Een cultuurgeschiedenis van het spel om de bal, deel 1.’

Schotland 1885-1915: voetbal als religie van het volk, passing game als basis voor het creatieve spel.

‘The Scots were celebrating their religion: football!’ Zo benaderde de eerbiedwaardige kwaliteitskrant The Times in 1977 de enthousiaste Schotse fans die de doelpalen van Wembley uit de grond rukten na de overwinning tegen ‘Auld Enemy’ Engeland. Geen enkel volk ter wereld heeft zo’n obsessie voor het voetbal als de Schotten. Hun invloed op het spel is immens geweest.

De Schotten, onder invloed van de Ierse migratie, zijn met hun snelle samenspel op het einde van de negentiende eeuw de grondleggers van het artistieke voetbal. Het is afkomstig uit mijnwerkers- en arbeidersmilieus.

Ze transformeerden een obscuur winterspelletje van Engelse schooljongens naar de populairste sport ter wereld. Wat meer is: de Schots-Ierse (lees Celtic-culture-) oriëntatie en benadering – the passing game – werd een universeel begrip en legde de basis voor de artistieke stijl – the beautiful game – in alle uithoeken van de planeet.

‘Football in Scotland has always been principally the game of the working man.’

Dat is het standpunt van historicus Roddy Forsyth in zijn ‘The Only Game’, een vlotte geschiedschrijving van het Schotse voetbal.

Schotland-Engeland is de oudste voetbalklassieker ter wereld. De allereerste editie in 1872 trok het interlandvoetbal schuchter op gang. Het thema bleef steeds hetzelfde: de immer oplaaiende strijd tussen het gefrustreerde Schotse zelfbewustzijn en de Engelse laatdunkendheid. De Schotten zijn de grondleggers van het moderne voetbal. Ze introduceerden de eerste vormen van snel samenspel: the passing game. De Engelse term dekt beter de lading dan welke Nederlandse vertaling ook. De belangrijkste coaches uit de moderne Britse voetbalgeschiedenis zijn Schotse zonen van socialistische mijnwerkers en scheepsbouwers: Bill Shankly (FC Liverpool), Matt Busby (Manchester United), Jock Stein (Celtic Glasgow) en Alex Ferguson (FC Aberdeen en Manchester United). De in Europa succesvolle Engelse clubteams werden in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de twintigste eeuw zonder uitzondering gedragen door Schotse strategen, vaak met Ierse roots, en solistische spitsen: Billy Bremner en Peter Lorimer (Leeds United), Denis Law en Paddy Crerand (Manchester United), Archie Gemmell en John Robertson (Nottingham Forest), Kenny Dalglish, Alan Hansen en Graeme Souness (FC Liverpool).

En in de jaren twintig waren er al de onvergetelijke ‘Wizards of Wembley’, de tovenaars van Wembley. Alex James (Arsenal) en Hughie Gallacher (Newcastle United) tekenden voor dé historische zege uit de geschiedenis van het Schotse voetbal op 31 maart 1928: EngelandSchotland 1-5! Het briljante samenspel van de tovenaars, ‘the wizards’, mondde uit in een niet te wissen herinnering, die slechts werd bijgebeend door de 2-3 zege van 16 april 1967. Die haalde de Schotse natie uit de dichtslibbende depressie waarin ze sinds de Engelse winst van de World Cup 1966 was gerold. Vervolgens riepen de Schotten zich met hun onnavolgbare logica uit tot beste voetbalnatie van het universum want ze hadden de regerende wereldkampioen in eigen huis gerold, niet toch?

Gespleten is ze, de Schotse persoonlijkheid. Het klassieke verhaal over Dr. Jekyll and Mister Hyde van de Schot Robert Stevenson is volledig van toepassing op zijn land, dat eeuwenlang verscheurd werd door vetes. De Schotten liggen voortdurend met zichzelf overhoop, behalve als ze een gemeenschappelijke vijand hebben, bij voorkeur Engeland.

De Romeinse keizer Hadrianus (117 na Christus) begreep snel dat de Schotse stammen geen trek hadden in beschaving. Om deze ‘wilden’ te isoleren liet hij van oost naar west, dwars door Britannia, een muur optrekken. De veefokkende Keltische clans uit de Highlands ontwikkelden vervolgens een hartsgrondige hekel aan de Engelstalige Lowlanders, en omgekeerd. Tenzij de strijd tegen het Londense hof op het menu stond.

Ridder Robert Bruce en zesduizend woeste krijgers lokten in 1314 met een list 20.000 Engelsen het moeras in en behaalden de beroemdste overwinning uit de Schotse geschiedenis. Ze leidde tot onafhankelijkheid.

Intussen werd er ook prehistorisch gevoetbald. ‘The Story of Football’ (1976) beschrijft hoe jonge mannen in de Middeleeuwen hun leven waagden bij sportieve schermutselingen. Het gewelddadige spel, waarin twee gemeenschappen in de straten van de stad, zonder regels jacht maakten op een veredelde varkensblaas was vaak een dekmantel voor moorden en afrekeningen onder edellieden. Engelse en Schotse koningen verboden bij decreet het voetbal. De jongelui gedroegen zich te grof en riepen voetbalblessures in als alibi om de gehate legertrainingen te ontlopen. Kerken sloegen het immens populaire balspel in de ban omdat het lichamelijk contact voor ongewenste mannelijke erotiek zorgde.

De (achttiende)Eeuw van de Rebellie droeg ook de Schotse Verlichting in zich, een buitengewone explosie van creativiteit en energie. Edinburgh floreerde als intellectueel centrum van Europa, Glasgow was de belangrijkste handels- en industriestad van het Britse imperium. James Watt vond de stoommachine uit, Graham Bell de telefoon, de gebroeders Adam de macadam. John Cleese parafraserend zeggen de Engelsen: ‘After all, apart from inventing the steam engine, the telephone, the television and teaching us how to build roads, what have the Scots ever done for us?’

Het voetbal civiliseren én populariseren bijvoorbeeld. Het spel om de bal ontstond in het midden van de negentiende eeuw in Engeland. In zijn prilste vorm werd het beoefend door deftige gentlemen die elkaar beschaafd het ronde leder betwistten. Ook de Schotten pikten de draad op, vooral om de schrijnendste armoede te bestrijden. Een oud gezegde klonk, vrij vertaald, als volgt: wil je voetballer worden, ga dan in de mijn werken. En de enige wijze waarop jongens konden ontsnappen aan dat levensgevaarlijke en uitzichtloze bestaan was door het beroepsvoetbal. In het Schotse mijnwerkersbekken rond Belshill genoot voetbal een ongekende populariteit tussen 1900 en 1930. Tijdens ‘The Great Strike’ van 1926, de grote mijnstaking, organiseerde het stakingscomité zelfs ‘The Soup Kitchen Cup’. De ‘Big Five’ van een eeuw Schots voetbal beleefden hun kindertijd en hun eerste werkervaringen in deze periode in deze streek: Hughie Gallagher, Alex James, Matt Busby, Bill Shankly en Jock Stein. De Schotse ‘working man’ koesterde zijn temperament, geloof in eigen kunnen en recht op eigen mening tegenover het gezag. Reeds lang voor 1900, en dus voor het ontstaan in andere landen van Europa, hadden de Schotse arbeiders al beslist dat voetbal hun sport zou worden: ‘the only game for them!’

Share.

About Author

Leave A Reply