HOE SCHOTLAND HET ‘MOOIE VOETBAL’ UITVOND (2) – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Op dinsdag 11 juni 2019 spelen de Rode Duivels in Brussel tegen Schotland.

De Schotten zijn de échte bedenkers van het voetbal – en niet de Engelsen – en onder invloed van de ‘Celts’ – lees de Ierse migratie – ontwierpen ze de eerste variant van ‘the beautiful game’ of ‘het mooie voetbal’. Een intermezzo uit mijn boek ‘Wereldvoetbalzomers van België 1920 tot Brazilië 1970. Een cultuurgeschiedenis van het spel om de bal, deel 1.’ Nog steeds te koop in de boekhandel, via bol.com of bij raffe.willems@telenet.be.

Schotland 1885-1915: voetbal als religie van het volk, passing game als basis voor het creatieve spel.

De Engelsen legden de regels van het voetbalspel neer, de Schotten veranderden het voetbal. Ze verwetenschappelijkten het en gaven het een artistieke toets mee, zodat het publiek kon genieten.

Als vanzelfsprekend ontwikkelden de Schotten inzichten die haaks stonden op de Engelse voetbalvisie. ‘In 1872 waren de Engelse spelers officers and gentlemen, mannen uit de hogere klasse die neerkeken op het rapalje van de straat,’ schrijft Brian James in zijn naslagwerk ‘England v. Scotland’.

De Engelsen introduceerden het ‘dribbling game’ in het 1-1-8-systeem. Elke speler trachtte zelfgenoegzaam iedereen te dribbelen om dan te scoren. De anderen keken beleefd toe en applaudisseerden of ergerden zich. Later bedienden ze zich van de ‘lange bal’.

Brian James: ‘De Schotten bogen hun wetenschappelijke geest over het voetbal. Ze bedachten een simpele tactische innovatie: het “passing on game”, in het 2-2-6-systeem. Het gold als de uitvinding van het wiel voor het voetbal. The Passing Game bood het voetbal zowel wiskundige fundering als kunstzinnige verbeelding. De profspelers kregen in Engeland de bijnaam ‘The Scotch Professors’. De Schotten leerden samenspelen. De prilste interlands waren een clash tussen Engelse gentlemen en Schotse players. Met hun spectaculaire, superieure spel bezorgden de Schotten de Engelsen talrijke vernederingen. In de eerste twintig duels won Schotland elf en Engeland vier keer. De Schotten duwden er ook het professionalisme door. Na 1890 speelden 68 Schotse profs in de Engelse competitie. Het was een trend die zich in de hele twintigste eeuw zou doorzetten. Preston North End won de eerste kampioenschappen met een elftal vol Schotten.

In 1900 gold Glasgow als derde stad van Europa, na Londen en Parijs, en herbergde het de drie grootste stadions van de wereld: Hampden Park (nationaal), Ibrox Parx (Rangers) en Celtic Park (Celtic). De nationale thuishaven Hampden Park is enkele Europese toeschouwersrecords rijk: bij een interland Schotland-Engeland in 1937 (149.000) en bij een nationale bekerwedstrijd Celtic – Aberdeen in datzelfde jaar (146.000).

Op de Engelse lange bal reageerden de Schotten met een korte pass. Schotse spelers (Law, Bremner, Lorimer, Dalglish, Souness, het Celticelftal dat in 1967 de Europacup won met Jimmy Johnstone en Bobby Murdoch) en coaches (Stein, Shankly, Busby) vertolkten in het Britse voetbaldebat steeds het verzorgde spel. Het professionalisme bood Schotse jongens uit de arbeidersklasse de kans om de bittere armoede te ontvluchten en volkshelden te worden. Zonder ooit als gelijke te worden geaccepteerd door de Engelsen. Velen worstelden met de roem. Schotse topspelers koppelden een technische lichtvoetigheid aan een vechtersmentaliteit en een drang naar zelfvernietiging.

De Schotten gaven met hun ‘spirit of the Celts’ niet alleen de Engelsen een keurige voetbalopvoeding, ze doceerden tevens de rest van de wereld. Vier door de geschiedenis vergeten namen verdienen een historisch eerbetoon voor hun missioneringsdrift ten voordele van The Beautiful Game: John Madden, John Harley, Charles Miller en Jimmy Hogan. De laatste was een Engelsman met Ierse roots maar hing de Schotse ‘passing game’-gedachte aan. John Madden bleef na een Europese rondreis met Celtic Glasgow in Praag hangen. Hij vertoefde er van 1904 tot 1940 als coach van Slavia Praag en nam ook geregeld het nationale elftal (finales op OS 1920 en WK 1934) onder zijn hoede. Hij gold als brein achter de Praags-Tsjecho-Slowaakse stijl die in de jaren dertig van de twintigste eeuw het meest gesmaakte voetbal van Europa voor het voetlicht bracht.

John Hurley verruilde in 1909 het grauwe Glasgow voor het montere Montevideo. Hij gooide er zijn ideeën letterlijk op straat. De donkere straatkinderen, die door de Engelsen niet werden getolereerd in hun clubs, pikten het passing game gretig op. Hurley passeerde eerste langs Buenos Aires, verspaanste zijn naam in Juan Harley, verbond zichzelf met het volkse Penarol dat hij tot in de jaren vijftig van zijn adviezen voorzag. Hij klom op in de sportieve hiërarchie van de Uruguyaanse voetbalbond. Het resultaat is bekend: Uruguay werd dé voetbalnatie van de jaren twintig. Met bijzonder spectaculair voetbal. Charles Miller was de zoon van een Schotse vader en een Braziliaanse moeder. Hij leefde tussen Sao Paulo en Santos. Hij en de uit Glasgow stammende Archie Mac Lean lieten het Braziliaanse voetbal ontwaken bij het begin van de twintigste eeuw. Geschiedschrijver Tomas Mazonni noemde Mac Lean in zijn ‘Historia do Futebol do Brasil’ als volgt: ‘een artiest en een waardige exponent van de Schotse school.’ Als eerbetoon aan de spelstijl van Charles Miller noemen de Brazilianen tot vandaag creatieve en onnavolgbare voetbalbewegingen ‘Chaleira’, zo toont Aidan Hamilton aan in zijn naslagwerk ‘The British Influence on Brazilian Football’.

Jimmy Hogan werd geboren in de streek van Lancashire, in de buurt van Manchester, als nazaat van Ierse inwijkelingen. Hij leerde in Londen het voetbal van ‘The Scotch Profs’ en droeg het als coach uit in Wenen en Boedapest. Samen met de vrijzinnig-joodse visionair Hugo Meisl deed hij Wenen als voetbalstad ontwaken. Hij stoffeerde Austria en het nationale voetbalelftal met zijn inzichten. Met als resultaat: het Oostenrijkse Wunderteam van de jaren dertig. Zijn diverse passages langs het joodse MTK Boedapest, met assistentie van ex-Celticspeler John Robertson, lagen aan de basis van het voetbal van de ‘Magic Magyars’ in de jaren vijftig. Auteur Bob Crampsey blikt in 1978 terug op meer dan een eeuw voetbal in zijn land met een treffende omschrijving die hij in zijn pamflet The Scottish Footballer stopte:

‘He is combative, impatient of discipline, often bearing the seeds of self-destruction. For him, the bravura individual performance will always come more easily than the methodical subordination to a plan devided by others. His gifts are those of the improviser. He’s quite simply the Scottish footballer’.

De Schotse identiteit werd uitgedragen in het voetbal. Met de verspreiding van het passing game ruim honderdtwintig jaar geleden reageerden de Schotten op het saaie, hovaardige en fysieke spel van de Engelse buren. Hiermee brachten ze een revolutionaire vernieuwing in het voetbalspel.

Share.

About Author

Leave A Reply