OP ZOEK NAAR EDEN HAZARD: VAN BRAINE TOT BERNABEU IN TIEN PASSAGES (1) – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Eden Hazard (1991) begon te voetballen in zijn tuin op de leeftijd van pakweg drie jaar, we schrijven de winter van 1994. Dat was eigenlijk het stokoude stadionnetje van de Royal Stade Brainois, gelegen naast het ouderlijke huis. Vijfentwintig jaar later, op donderdag 13 juni in de zomer van 2019, werd hij ingehaald als de ‘nieuwe held’ van Real Madrid, tot nader order de succesrijkste club ter wereld. Tussen de hof van Eden en de grootste voetbaltempel, van Braine tot Bernabeu: een vakantiereeks in tien passages.

Passage 1: Beringen, Mijnstadion

In het knusse Mijnstadion van FC Beringen schoof ik in de zomer van 2008 tussen honderden anderen aan bij de hotdogs en hamburgers aanprijzende marktkramer-met-vettige-schort. Meer dan zevenduizend waren er opgedaagd: voetballiefhebbers die een glimp kwamen opvangen van het nieuwe idool van de Rode Duivels, naar aanleiding van de kwalificatiewedstrijd van de U 19 tussen België en Zwitserland. De KBVB had in al haar wijsheid de deuren gratis opengezet en de tribunes waren tot de laatste stoel bezet. Iedereen wilde hem zien, het joch van de toekomst. Ik turfde hem in mijn notaboekje, zoals dat in het jargon heet, en kwam tot 36 balcontacten in de eerste helft, waarvan maximaal drie onzuivere. Hij deed er steeds iets deugdelijks tot briljants mee en trapte zonder enige zweem van twijfel een strafschop in de linkerbovenhoek. Het publiek scandeerde: ‘Eden Hazard, Eden Hazard, Eden, Eden, Eden Hazard.’
Amper een jaar eerder had ik echter nog niets van hem vernomen. Zijn naam viel voor het eerst in de living van Julien Cools. Hij was de aanvoerder geweest van de nationale ploeg die in 1980 de finale van het Europese Kampioenschap op het nippertje had verloren van West-Duitsland (2-1, laatste minuut kolossenkopslag Hrubesch achter Pfaff). De ‘Jenne’ schakelde als marathonmiddenveldman ook het legendarische Club Brugge van Ernst Happel naar het hoogste toerental, met onder meer Europese finales tegen FC Liverpool in 1976 en 1978. Een voetbalmens met enig recht van spreken, die Julien Cools. Bovendien begeleidde hij als coach de U15 bij de KBVB. Ik peilde even naar zijn toekomstvisie, ter afronding van het gesprek. Wie zou in zijn ogen dé Belgische voetballer van morgen worden? Zonder aarzeling klonk het: ‘Eden Hazard.’ Ik stond daar met mijn mond vol tanden, het was winter 2008 en als zelfverklaarde ‘kenner-van-het-Belgische-voetbalverleden’ kreeg ik hier een naam voor de kiezen waarvan ik nog nooit had gehoord. Dat kon ik niet over me heen laten gaan. ‘Op zoek naar Eden Hazard.’ Op zijn Frans: à la recherche du temps perdu. Als dat maar geen verloren tijd wordt.

Share.

About Author

Leave A Reply