LEVE HET VROUWENVOETBAL (2): VAN LILLY PARR (1919) TOT MARTA (2019) – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Op 7 juni 2019 start La coupe du monde féminine in Frankrijk. Stilaan krijgt het vrouwenvoetbal het respect dat het verdient. Dat heeft een eeuw geduurd. Precies honderd jaar geleden trok de eerste vedette van het vrouwenvoetbal, Lilly Parr, tienduizenden fans naar de stadions. De vrouwelijke variant van het voetbal stak op dat ogenblik de mannelijke inzake populariteit naar de kroon. Tot woede van de conservatieve bondsbonzen. Deze maand volgen miljoenen televisiekijkers de prestaties van Marta, de hedendaagse opvolgster van Lilly Parr. Een feuilleton met verschillende afleveringen over de geschiedenis van het vrouwenvoetbal. Vandaag deel 2.

WORDT HET VOETBAL DE SPORT VAN DE VROUW IN DE 21 STE EEUW?

‘Kan voetbal de wereld redden?’ Dat boek schreef ik in 2004. Met daarin deze historische beschouwing.

De filosofe Julia Kristeva heeft de 21 ste eeuw uitgeroepen tot die van de vrouw. In de sport lijkt de weg naar gelijkberechtiging nog lang. In het Westen (Noord-Amerika, Europa en Oceanië) blijven ernstige financiële discrepanties tussen de geslachten bestaan. In het voordeel van de mannen uiteraard. In de landen van de zogenaamde derdewereldcontinenten (Afrika, Azië en Latijns-Amerika) verhinderen of bemoeilijken traditionele rollenpatronen en rigoureuze religies de vrije doorgang van vrouwen naar de top.

De Women Sport Foundation is een internationale organisatie die wereldwijd de emancipatie van de vrouw in de sport bepleit. Ze heeft nog veel werk voor de boeg. Jennifer Hargraves schreef in haar sociologische studie Sporting Females (1994) het understatement van de eeuw: ‘There was no question that sports were the natural domain of men.’

Tennis (Mary Ewing Outerbridge, Althea Gibson, Billy Jean King, Martina Navratilova) en atletiek (Hassiba Boulmerka, Gail Devers, Cathy Freeman) gaven de sportieve vrouwenemancipatie tussen 1889 en 2000 een beslissende stimulans. Het lijkt er sterk op dat voetbal de fakkel overneemt. In de Verenigde Staten spelen momenteel bijna 20 miljoen vrouwen voetbal in een officiële club. Voor de Amerikaanse Mia Hamm lijkt een hoofdrol weggelegd. Zij is de eerste wereldvedette van het vrouwenvoetbal en wordt vergeleken met Ronaldo. Tijdens het WK in 1999 in de Verenigde Staten betaalden meer dan 90.000  mensen een inkomticket voor de finale. Nooit eerder woonden meer kijkers een vrouwelijk topsportevenement bij. Noorwegen en de Verenigde Staten dragen, niet toevallig, de blijde boodschap met volle teugen uit. Wordt voetbal in de 21 ste eeuw de sport van de vrouw?

Dat had het reeds kunnen zijn net na de Eerste Wereldoorlog. Botte mannelijkheid stak daar toen een stok voor.

Het juk van de jurk

Vrouwen en sport. De combinatie werd lange tijd op hoongelach onthaald. Parijs, Sorbonne, 1894. Ene Pierre de Coubertin blaast de klassieke Olympische Spelen, nieuw leven in. Athene zal in 1896 de eerste gastheer zijn voor de moderne Olympische beweging. Het is de start van een nieuwe internationale sportcultuur, die ‘de verbroedering der volkeren’ nastreeft. Althans van het mannelijke gedeelte ervan. Vrouwen hoorden thuis achter het fornuis. Pierre de Coubertin stond tot in 1925 aan het roer van het Internationaal Olympisch Comité, het belangrijkste mondiale sportorgaan. De besnorde baron was een man van extremen. Frans, met een uitgesproken voorliefde voor de Angelsaksische cultuur. Edelman, die het vanzelfsprekende nationalisme en de oorlogsdreiging uit die tijd verfoeide. Intellectueel, met een passie voor de sport. Pedagogische vernieuwer, met een diepe minachting voor de vrouw, aan wie hij de verworvenheden van de moderniteit ontzegede: ‘Kinderen baren en opvoeden, zich onderwerpen aan de man.’ En toen de feministische suffragettes omstreeks 1900 het recht op deelname aan de Spelen opeisten, sakkerde hij: ‘Sportende vrouwen zijn het meest onethische gezicht dat een mens kan verdragen.’ De Coubertin pookte met veel missioneringsdrift het olympisch ideaal aan als, enigszins naïef, ‘een universele beweging van wereldbroederschap’. De baron verwierf langzamerhand enig aanzien in Europa, maar de Franse regering beschouwde hem als een sta-in-de-weg, een malloot met zijn kolderieke ‘Engelse’ pleidooien voor lichamelijke opvoeding in het onderwijs. Ze schoffelde hem uit het organiserend comité van de Parijse Wereldtentoonstelling in 1900. Ze stal en passant wel zijn idee om de Spelen daarin te integreren, maar moffelde ze weg in een bestoft hoekje van het evenement. De Coubertin staarde knarsetandend naar het gejongleer met sportmanifestaties, uitgesmeerd over vijf maanden. Bovendien – en erger – ontving Parijs de eerste vrouwelijke deelnemers, die weliswaar van onder tot boven zuchtten onder het juk van de jurk. De evolutie verliep met horten en stoten, maar bleek niet te stuiten. In 1924 werd hij bij zijn afscheid gehuldigd. Hij wentelde zich in trots en walging. De Olympische Spelen waren intussen een feit maar hij mislukte in zijn andere missie: ‘De belangrijkste taak van de vrouw op de Olympiade bestaat erin de lauwerkrans over de hoofden van de mannelijke winnaars te hangen. ‘ Ondanks de virulente vrouwenvrees van de hoogbejaarde IOC-patriarchenclub was de emancipatie niet af te stoppen.

Oorlogsvrouwen

De eerste periode van het vrouwenvoetbal situeert zich tijdens de Eerste Wereldoorlog situeert zich tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vrouwen namen toen in de fabrieken de plaats over van de mannen die aan het front lagen. Ze imiteerden ook hun sportieve gewoonten en sloegen spontaan aan het voetballen.
Sue Lopeze speelde twintig jaar voetbal op het hoogste niveau en is de eerste vrouwelijke coach meet een licentie in Engeland. Ze reisde de wereld rond als ambassadrice van het vrouwenvoetbal en bekleedde verschillende functies bij zowel de Football Association, de FIFA als de Women’s Soccer Foundation in de Verenigde Staten. Ze is auteur van het boek Women on the ball. A guide to Women’s Football, waarin ze reflecteert naar de prille geschiedenis van het vrouwenvoetbal. In 1920 speelden de elftallen van Dick, Kerr Ladies en St. Helens een wedstrijd voor 53.000 toeschouwers in Goodison Park in Liverpool. Buiten de poorten van het stadion stonden nog eens 8000 teleurgestelde fans. Eén jaar later besliste het mannelijke bolwerk dat de Football Association toen was om  het vrouwenvoetbal te verbieden. De ban duurde …tot in 1966.

De Dick, Kerr Ladies werden zelfs een legende (zie ook vorig artikel op deze website over Lilly Parr). De club noemde zich naar het bedrijf van WB Dick en John Kerr, dat tramlijnen en spoorwegen aanlegde. Tijdens thee- en lunchpauzes trapten de vrouwen een balletje om de tijd te doden. Op kerstdag 1917 speelde men een benefietwedstrijd voor gewonde soldaten. Meer dan 10.000 mensen daagden op. De DKL werden een begrip en toerden vervolgens door Engeland en verzamelden overal fondsen. Duizenden toeschouwers genoten van hun wedstrijden. In 1919 volgden 35.000 fans in Newcastle het treffen met de plaatselijke Ladies. In 1921 lagen de aanvragen zo hoog dat de club een tournee organiseerde door Groot-Brittannië. Over een periode van zeven maanden bezocht het team alle grote steden voor liefst 67 wedstrijden. Bijna één miljoen mensen woonden de spektakels bij. De DKL ontvingen tegemoetkomingen voor verplaatsingen en voor hun loonverlies maar niets meer. Hun voorbeeld strekte tot navolging. In 1921 speelden meer dan 150 vrouwenelftallen voetbal. Vaak kwam er meer volk kijken naar de vrouwen dan naar de mannen. Dat viel niet overal in goede smaak. Het mannelijke chauvinisme sloeg onverbiddelijk toe en in december van het meest succesvolle vrouwenvoetbaljaar draaide de FA de kraan dicht: ‘The anti-women’s football lobby had won. Their male bastion was not safe.’ Dick, Kerr Ladies bleef wel bestaan tot in …1965. En speelde in totaal 828 wedstrijden waarvan er 758 werden gewonnen en slechts 24 verloren. Met meer dan 3500 doelpunten op het actief. De DKL gaven het vrouwenvoetbal een stevige stimulans maar de FA-ban had het leven uit de beweging gezogen.

Share.

About Author

Leave A Reply