‘JULES, WAAROM HEB JE NIET GESCHOTEN?’ – BEDENKINGEN BIJ DE VERLOREN FINALE VAN HET EUROPEES KAMPIOENSCHAP 1980 DOOR AANVOERDER JULIEN COOLS – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Op 22 juni is het weer een jaartje langer geleden: intussen reeds 39 herdenkingen lang, de dag dat België net geen goud haalde op het EK voetbal. Ik reisde ooit naar Kasterlee, een toeristische trekpleister in de Kempen. Daar woont Julien Cools, afkomstig van buurgemeente Retie. In de volksmond – waarschijnlijk uit eerlijke schaamte – zonder t uitgesproken: de Jenne is van Reeie. Hij was een laatbloeier. Via zijn dorpsploegje naar tweedeklasser Beringen en pas op zijn 26 ste profspeler na een transfer naar Club Brugge. Daar beleefde hij de vijf fantastische ‘Happeljaren’ met drie landstitels in 1976, 1977 en 1978; één Belgische beker in 1977 en twee verloren Europese finales in 1976 en 1978. In 1980 gidste hij als 35-jarige aanvoerder de Rode Duivels naar één van hun grootste prestaties: de finale van het EK 1980 in Italië tegen West-Duitsland. Een enorm portret van de beide elftallen begroet de bezoeker in de inkomhal: Rome, 22 juni 1980, Stadio Olimpico. Kapitein Cools draagt de Belgische wimpel.

‘Zjul, waarom heb je niet geschoten?’ Het is een legendarische maar enigszins in de vergetelheid geraakte oneliner van Rik De Saedeleer. Genre ‘Dag Moeder’ (X3) of ‘Beenhakker ziet Grün in plaats van geel’ en ‘Moet er nog zand zijn?’. Ten onrechte!

In het Duitse naslagwerk Fussball EM Enzyklopädie 1960-2008  lezen we over minuut 69: ‘Cools kommt zehn Meter vor dem deutschen Tor freistehend an den Ball, passt aber weiter. Die deutsche Abwehr kann klären.’

Dit behandelt West-Duitsland-België, de finale van het Europees Landenkampioenschap in 1980. Als we de zege op de Olympische Spelen buiten beschouwing laten, is dit qua resultaat hét hoogtepunt van 125 jaar Belgisch voetbal. Een finale op een groot toernooi! Julien Cools is aanvoerder en gidst zijn team naar een ongeëvenaarde serie van elf ongeslagen officiële wedstrijden tussen september 1978 en juni 1980. Tegen naties met topspelers als Oostenrijk en Krankl; Schotland en Dalglish; Portugal en Nene; Engeland en Keegan; Spanje en Quini; Italië en Antognoni. Elf wedstrijden en 89 minuten. Dan kopt kolos Hrubesch de bal voorbij Jean-Marie Pfaff en het doek valt over de Duivelse droom. Het trekt ook een streep onder Cools’ carrière, na vijf opeenvolgende jaren op het hoogste internationale plan: drie met Club Brugge onder Ernst Happel, twee met de Rode Duivels onder Guy Thys. Respectievelijk de beste clubtrainer en de belangrijkste bondscoach uit de Belgische voetbalgeschiedenis. En, voer voor debat, maar bekijk de resultaten: is Happels blauwzwart tussen 1975 en 1978 de onsterfelijke nummer één onze clubteams, als enige Belgische ploeg ooit in de finale van de Europacup der Landskampioenen? En is het imago van Thys’ Rode Duivels van 1980 veertig jaar later onwrikbaarder dan ooit?

Julien Cools diept de dingen uit.

‘”Zjul, waarom heb je niet geschoten?” Dit ging meteen een eigen leven leiden en achtervolgde me tot bij de ontvangst op het Koninklijk Paleis. Zelfs één van de lakeien sprak me erop aan. Af en toe dub ik er ook nog wel eens over. Ik denk dan terug aan mijn doelpunt op Anfield Road, de 0-2 in 1976 in de finale van de UEFA Cup tegen Liverpool. Subliem samenspel van de driehoek Leekens-De Cubber – Lambert zonderde mij vrij voor doel af en op volle snelheid nam ik de Engelse topkeeper Clemence te grazen. Waarom koos ik voor een andere beslissing in 1980? Soitje Van der Elst en Jan Ceulemans riepen om de door mij aan Stielike ontfutselde bal én ik gaf hem, het werd een afschamper. Ik scoorde ook tegen Europese toppers als AS Roma, Borussia Mönchengladbach en Atletico Madrid en mijn goal tegen Spanje (2-1), door de Caje aangebracht, zorgde voor onze enige overwinning op het EK.

Ik herinner me hoe we na het treffen met de Spanjaarden met vier naar de dopingcontrole moesten: Santillana en Del Bosque, Luc Millecamps en ik. In een hokje zaten we samengeperst op elkaar. Te wachten op wat niet meteen kwam: een plas. Ondraaglijke hitte in Milaan. We begonnen ons goed vol te slaan. Drinken om te plassen. We deden ons te goed aan Heineken. Del Bosque, de latere trainer van Real en momenteel bondscoach van Spanje, hield het aanvankelijk bij cola. Hij stond naar ons te loensen, met die schuine blik van hem. We riepen: bier! Op het einde zag hij scheel van de drank. Nooit zoveel pinten gepakt als na die match.’

‘Waarom heb ik niet geschoten? Ja, als, als, als…Het verhaal van de finale had een andere wending kunnen krijgen. Voor de pauze vergaloppeerde de Mannschaft zich. In de tweede helft veranderde de match. We dreven ze terug, we rukten op. We voelden aan alles: we pakken ze! De Duitsers wisten niet meer van welk hout pijlen te maken. Ze stonden met de rug tegen de muur. Tegen Italië (0-0) bewezen we onze tactische volwassenheid. Eén punt volstond voor ons om door te stoten naar de eindstrijd. Vijftigduizend wilde tifosi schreeuwden de Squadra naar de finale, maar we hielden het hoofd koel. Gerets, Renquin en Millecamps bikkelden. Vandereycken pakte Antognoni, Van Moer vroeg de bal in alle omstandigheden en Meeuws organiseerde de buitenspelval. De Engelsen (1-1) liepen er als kippen zonder kop in. Ceulemans, Van der Elst en Vandenbergh zochten de ruimte op. Pfaff verzorgde de show. De ploeg twijfelde voor het toernooi aan hem, Custers was via de groep in het doel gekomen maar Pfaff toonde zijn weerbaarheid. Guy Thys bleek de vaderfiguur met de zachte aanpak: de kwinkslag, de sigaar en de whisky. Dat was nodig. De Kempenzonen vormden het hart van de Rode Duivels. Wij waren gevoelige jongens die geen harde hand verdroegen. We kozen voor de underdogpositie, maar eens op het veld stonden er elf gerijpte persoonlijkheden die niet wilden wijken. En toch, hoe mooi zou het zijn geweest, mocht ik daar als aanvoerder met de Europabeker hebben staan zwaaien? De apotheose van mijn loopbaan. Ik heb ze helaas niet volledig kunnen waarmaken.’

Mocht ‘Jules’ wel geschoten hebben, zijn naam zou op een andere manier in internationale naslagwerken weerklank hebben gevonden. Nu blijft het bij de ‘Zatopek’ van het Belgische voetbal – een oneerbiedige vergelijking want de technisch sterk ontwikkelde  Cools was heus veel meer dan een lange afstandsloper op het veld – knagen tot op hoge leeftijd. Met die boodschap in het achterhoofd verliet ik ooit Kasterlee bij Retie, waar de inwoners- waarschijnlijk uit eerlijke schaamte –  de t inslikken maar met de Jenne wel een beroemdheid in hun midden hebben.

Share.

About Author

Leave A Reply