LEVE HET VROUWENVOETBAL (8): VAN LILLY PARR (1919) TOT MARTA (2019) – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Van 7 juni 2019 tot 7 juli 2019 loopt La coupe du monde féminine in Frankrijk. Stilaan krijgt het vrouwenvoetbal het respect dat het verdient. Dat heeft een eeuw geduurd. Precies honderd jaar geleden trok de eerste vedette van het vrouwenvoetbal, Lilly Parr, tienduizenden fans naar de stadions. De vrouwelijke variant van het voetbal stak op dat ogenblik de mannelijke inzake populariteit naar de kroon. Tot woede van de conservatieve bondsbonzen. Deze maand volgen miljoenen televisiekijkers de prestaties van Marta, de hedendaagse opvolgster van Lilly Parr. Een feuilleton met verschillende afleveringen over de geschiedenis van het vrouwenvoetbal. Vandaag deel 8. Over hoe het wereldkampioenschap in Duitsland 2011 het vrouwenvoetbal definitief professionaliseerde. Steffi Jones was daarachter de drijvende kracht.

STEFFI JONES EN HAAR ZOMERDROOM: HET WERELDKAMPIOENSCHAP 2011 IN DUITSLAND (1)

De zomerdroom van Steffi Jones: het wereldkampioenschap vrouwenvoetbal 2011 in Duitsland. Die Zukunft des Fussballs ist weiblich.

Frankfurt. Hauptstadt des Frauenfussballs. Frankfurt. Herz des Frauenfussballs.

Hoofdstad en hart van het vrouwenvoetbal. Frankfurt was het in die tijd allebei. Hoofdstad en hart tegelijk, en zo heeft het zich ook geafficheerd tijdens FIFA Frauen Weltmeisterschaft van 2011. Als hoofdstad én hart, als denker én dichter. Mét een fanfeest, mit Partystimmung. Meer dan 450.000 toeschouwers bezochten de Frankfurtse Fanmeile. En als Duitsland de laatste vier van het toernooi had bereikt, dan was de mijlpaal van het half miljoen feestende mensen vast wel gehaald. Ik stap door het woud naar het Wald Stadion, het is een aparte ervaring. Met enige overdrijving waan je je in een soort oerbos, terwijl boven je hoofd het ene vliegtuig na het andere daalt of stijgt. Frankfurt Airport is één van de drukste luchthavens van Europa. De stalen vogels, want daar lijken ze hier écht op, schijnen rakelings over het Wald Stadion te scheren. Ik neem een kijkje op het veld van Eintracht Frankfurt. Daar overhandigde ze op de hoofdtribune na de finale van 17 juli 2011 tussen de Verenigde Staten en Japan de wereldbeker. Steffi Jones aan Homare Sawa. Zij, Jones, de organisatrice van het WK, die Kaiserin, met een knipoog naar Franz Beckenbauer. Zij, Sawa, de captain van Japan. Van deze operatie werd gezegd: the future of football is feminie. Die Zukunft des Fussballs ist weiblich.

Steffi Jones (1972) was de voetbalvrouw van de vrouwelijke voetbalhoofdstad: het meisje van de straatdribbel, de vedette van het wereldbekerteam. Een slordige vijf landstitels, vier bekerschalen en twee Europacups met de FFC Frankfurt. Met nog eens een titel daarbij met de FSV Frankfurt en Europees kampioen (2001, 2005) én de beste van de globe met de Mannschaft (2003). Ze droeg maar liefst 111 keer het magische witte shirt met de zwarte streepjes. Die Steffi Jones werd dus voorzitter van het zogenaamde Local Organisation Comittee FIFA Frauen Weltmeisterschaft 2011. Een hele mond vol, reflecteerde ik en ik vermoedde dat deze aanspreektitel niet enkele keren snel na elkaar viel af te ratelen.

Ze nam haar taak bijzonder serieus en reisde de wereld rond, bezocht de zestien deelnemende land. Ze ontving ook het vrouwenteam van het niet-geplaatste Rwanda. In het kader van een oefenstage bij de Deutscher Fussball-Bund, met vriendschappelijke wedstrijden en culturele uitwisseling. Het werd haar keurmerk, het voetbal op één lijn brengen met het sociale en het culturele element. Ze gedroeg zich erg empathisch bij het bezoek uit Rwanda: ‘Voetbal speelt een belangrijke rol in het verwerken van het pijnlijke verleden van dit land. Enkele jaren geleden was een normale voetbalwedstrijd nog onmogelijk in Rwanda. De speelsters van het nationale team zijn rolmodellen geworden voor de jongeren.’

Kinderrechtenorganisatie Unicef kon Jones warm maken voor de door haar uitgedragen boodschappen. Zij aanvaardde in 2006 het ambassadeurschap ‘Fussball für Tolerance’.

In haar autobiografie Der Kick des Lebens (Fischer Taschenbuch Verlag, 2008) bekende ze: ‘Het was de ontdekking van mijn leven.’ Wat dan, zal men zich vervolgens afvragen? Antwoord: het voetbal was, ‘die Entdeckung meines Leben.’

De bal sleurde haar door de moeilijkheden van haar jeugd: het kind van de blonde Liselotte uit Frankfurt en de ‘zwarte’ Ray Jones, een Amerikaanse soldaat in Duitsland. Dat huwelijksgeluk liep snel op de klippen: ‘Mutter musste schnell lerne, das Vater die Monografie nicht erfunden hatte.’ Ray zocht zelfs buitenechtelijk vertier terwijl Liselotte met Steffi in het kraambed lag. Moeder Jones botste met de mannelijke ontrouw. Haar eerste liefde, ook een Amerikaan, had haar een zoon geschonken toen ze nog minderjarig was. Pas enkele uren voor het verlovingsfeest biechtte hij alles op: ook in de Verenigde Staten had hij troost gezocht in een vrouwenschoot. Hij verdween naar de oorlog in Vietnam en keerde pas vier jaar later terug. Hij verwerkte de trauma’s der barbarij niet, raakte verslaafd aan drugs en werd ontslagen door het Amerikaanse leger. Steffi’s halfbroer Christian kwam tijdens zijn puberteit ook in de ban van de stimulerende middelen en hij botste voortdurend met het recht. Hij zwierf rond op straat en belandde in de jeugdgevangenis en allerlei instellingen. Vader Ray verliet voor Steffi’s zesde verjaardag zijn vrouw en kind. Liselotte bleef alleen achter voor de opvoeding. Even dreigde ook voor Steffi het verkeerde pad, met haar broer Christian als slecht voorbeeld voor ogen. Ze werd op haar elfde betrapt op winkeldiefstallen. Toen ‘ontdekte’ ze het straatvoetbal. Ze knokte om de bal, als enig meisje, met jongens op de Bolzplätze van één van de moeilijkste wijken van Frankfurt. Vanwege het gemengde huwelijk van haar ouders, kreeg het gezin bij de lijst voor de sociale huurwoning het deksel op de neus. Moeder Jones verzette zich aanvankelijk hevig tegen de voetbalplannen van haar dochter maar deze volgde koppig haar eigen wil. Ze sloot zich op jeugdige leeftijd aan bij de vrouwenafdeling van voetbalclub Praunheim en stootte al snel door naar de topclubs uit Frankfurt. Op school werd ze geregeld het slachtoffer van racistische pesterijen. De ellende stopte niet: haar jongere broer Franky werd in 2006 onder de wapenen geroepen voor de Golfoorlog in Irak. Hij keerde terug met zware verwondingen en verloor zijn beide benen: ‘Meine Mutter würde plötzlich zornig: Dieser George Bush! Wenn ich könnte, wurde ich ihn…’

Het verhaal van Steffi Jones fascineert. Voetbal heeft haar een levensdoel gegeven: ‘Meine Beine hatten mich herausgetragen aus dem Frankfurter Problemviertal Bonames, aus der Perspektivlosigkeit.’ Haar benen-aan-de-bal droegen haar uit de probleembuurt, weg van de perspectiefloosheid.

Die benen, en dat onderscheidingsvermogen, hielpen haar in de zware klim naar de top van de piramide. In 2011 werd Steffi Jones één van de markantste persoonlijkheden van het vrouwenvoetbal. Ze boorde nieuwe bronnen aan: het sportieve, het commerciële, het sociaal-culturele, het ecologische.

Ze had een droom. Ze had een zomerdroom. Het was de voetbalzomerdroom van Steffi Jones. In Frankfurt, de hoofdstad en het hart van het vrouwenvoetbal. Haar hoofdstad, haar hart, haar voetbal, haar heilige drievuldigheid. Daar werd zij dé voetbalvrouw van, van ‘die FIFA Frauen Weltmeisterschaft 2011’.

Morgen leest u deel twee.

Share.

About Author

Leave A Reply