Met zijn omhaal leeft de pionier voort

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Een iconisch beeld is het, de omhaal van Humphrey Mijnals, de eerste van liefst 54 spelers met Surinaams bloed in het Nederlands elftal. Bij zijn overlijden, vorige week op 88-jarige leeftijd, gingen de herinneringen terug naar die actie op 3 april 1960. Horizontaal gestrekt zweefde Mijnals door de lucht tijdens een vriendschappelijke interland tegen Bulgarije (4-2).

Met zijn omhaal leeft de pionier voort. Zo’n kunststukje, bejubeld als een Zuid-Amerikaanse attractie, was in 1960 nog onbekend in het Nederlandse voetbal. Uit filmbeelden bleek weliswaar dat het een overbodig shownummertje was geweest, omdat een overtreding tegen doelman Frans de Munck al was bestraft – dát mocht de pret niet drukken. Een grote groep supporters bestormde het veld in het volle Olympisch Stadion (58.000 toeschouwers) en droeg Mijnals op de schouders naar de kleedkamer.

Niet alleen de omhaal, in De Telegraaf beschreven als een dubbeltrap, markeert zijn debuut. De doorbraak van een Surinamer in Oranje leidt ook tot uitvoerige bespiegelingen in de geest van de opvattingen zoals die halverwege de vorige eeuw nog gangbaar zijn. ‘Donkere Humphrey, de atleet, de voetballer en de acrobaat, heeft met zijn soms weergaloze improvisaties de harten van het Nederlandse voetbalvolk veroverd. Hij heeft met de bijna vloeibare souplesse van zijn ras, de gedoctoreerde midvoor Panayotov tot een verdrietig man gemaakt. Alle eer voor Humphrey’, jubelt De Volkskrant.

TIP VAN DOMINEE

Bij zijn eerste interland is Humphrey Mijnals pas 3,5 jaar in Nederland. Na een tip van een Nederlandse dominee in Suriname laat hij zich in het najaar van 1956 op 25-jarige leeftijd naar Elinkwijk lokken. Mijnals heeft dan al 46 interlands voor Suriname gespeeld en een kort avontuur als profvoetballer in Brazilië beleefd. Elinkwijk is een eredivisieclub in Utrecht en later opgegaan in een fusie tot FC Utrecht.

Als voetballer op het hoogste niveau in Nederland is Humphrey Mijnals de trots van Suriname, dat  pas in 1975 onafhankelijk van Nederland zal worden. Voor de filmbeelden van Mijnals’ eerste interland loopt bioscoop Paarl in Paramaribo dagen achtereen vol. In de Nederlandse Eredivisie krijgt Mijnals vrijwel elke wedstrijd te maken met tegenstanders die hem om zijn huidskleur proberen te prikkelen. Na een nederlaag tegen Elinkwijk in 1957 bijt het Nederlandse icoon Abe Lenstra hem toe: ‘Vuile vieze zwarte, ga terug naar je land’. Mijnals reageert met: ‘Dikke bleekscheet, rotboer’.

MESSTEEK

Heviger nog krijgt Mijnals het op 26 mei 1960 te verduren. Na een gewonnen beslissingswedstrijd om behoud van de eredivisie-positie wordt Mijnals op het veld belaagd door drie aanhangers van de tegenstander, het Amsterdamse Blauw-Wit. Er volgt een messteek in het dijbeen die een bloedende wond veroorzaakt. Het incident krijgt in de Nederlandse kranten slechts summiere aandacht. Of het een racistische daad is, wordt nooit uitgezocht. Mijnals legt zich neer bij het verzoek van zijn club om geen aanklacht in te dienen. De dader is nooit gepakt. ,,Het heeft mij nooit zoveel gedaan. Wie mij uitschold in het veld, pakte ik met mijn benen terug”, zegt Mijnals later over.de wijze waarop hij vaak is bejegend.

Vooraf heeft zijn verkiezing in Oranje nog niet tot felle polemieken in de krant geleid, ook al passeert bondscoach Elek Schwartz met de keuze voor Mijnals een gevestigde waarde als Cor van der Hart, de vaste stopperspil van het Nederlands elftal. Na de wedstrijd neemt Kick Geudeker wel nadrukkelijk afstand van de euforie rond Mijnals. In het wekelijkse maandagochtendblad Sport & Sportwereld, waarvan Geudeker hoofdredacteur is, schrijft hij het enthousiasme over Mijnals in bedekte termen toe aan overmatige politieke correctheid in Nederland.

Geudeker: ‘Wat of wie was de oorzaak van de onrust en ten gevolge daarvan, de uitermate slechte dekking in onze verdediging? Een van de oorzaken was  ….. Humphrey Mijnals. Wij zijn ons er van bewust dat hetgeen wij over het debuut van de Surinamer schrijven, velen niet prettig in de oren zal klinken, zeker hen niet, die hem na afloop in triomf van het veld hebben gedragen, evenmin hen, die elke trap van zijn voet, of elke luchtsprong, met gejuich hebben begroet. Wat wij niet willen, is een voetbalprestatie afwegen tegen de achtergrond der rassendiscriminatie, hetgeen de laatste tijd te veel is gebeurd. Wij vrezen dat Mijnals’ verkiezing voor een deel onder deze invloed tot stand is gekomen, hetgeen wij betreuren, niet in het minst voor Mijnals zelf. Natuurlijk betreuren wij dit alles te moeten schrijven, omdat Mijnals zelf en ook zijn aanhangers zo veel vreugde hebben beleefd aan deze verkiezing voor de Oranje-ploeg. Juist daarom hebben wij deze verkiezing zo betreurd, omdat wij wisten dat de teleurstelling niet zou kunnen uitblijven. Wat ons betreft waren hem deze bespaard.’

ONBEGRIP OVER RESERVEROL  

Drie weken later klinkt de kritiek op Mijnals luider én breder. Hij is een van de zondebokken na de 2-1 nederlaag in Hel van Deurne tegen de Rode Duivels. Het einde van zijn korte interlandperiode met slechts drie ’caps’ voltrekt zich snel daarna, nota bene in Paramaribo, bij een interland tegen Suriname. Tot zijn grote woede krijgt Cor van der Hart de voorkeur. Reservespeler voor eigen publiek? Mijnals wil het niet begrijpen.

Pas tijdens de rust (1-3) mag hij invallen. Mijnals kan niet voorkomen dat in zijn derde interland de overwinning zowaar nog in gevaar komt. (3-4). Na afloop uit hij zijn ontgoocheling nadrukkelijk in de media. Dat wordt hem kwalijk genomen, door zowel de KNVB als bondscoach Schwartz  Zonder nog iets te vernemen komt er een einde aan zijn kortstondige interlandcarrière.  Voor de drie maanden eerder nog zo enthousiaste kranten is hij meteen oud-international.

VOETBALLER VAN DE EEUW

Ook als hij met voetbal is gestopt blijft Mijnals in Utrecht wonen waar hij een tabakszaak bezit. De waardering in Suriname lijdt er niet onder Aan het einde van de twintigste eeuw wordt hij in  zijn geboorteland uitgeroepen tot Surinaams voetballer van de eeuw. Mijnals krijgt daarmee de voorkeur boven spelers uit volgende generaties als Ruud Gullit, Frank Rijkaard, Clarence Seedorf en Patrick Kluivert. ,,Terecht”, reageert Mijnals. ,,Gullit en Rijkaard zijn in Nederland opgegroeid en hebben weinig betekend voor het Surinaamse voetbal.”

Ruim twintig jaar duurt het voordat er na Mijnals een speler met Surinaamse roots in het Nederlands elftal verschijnt: Romeo Zondervan van FC Twente, die niet verder komt dan één interland. Kort daarna wordt hij gevolgd door Frank Rijkaard en Ruud Gullit. Zij gaan voor in een omvangrijke vloot.

SOUPLESSE EN ATLETISCH VERMOGEN

Inmiddels hebben er 54 spelers met Surinaams bloed in het Nederlands elftal gespeeld. Slechts een flinke minderheid daarvan, 16 spelers, is in Suriname geboren. Vrijwel allemaal zijn ze in het Nederlandse voetbal geschoold. Hun souplesse en atletisch vermogen wordt nog vaak toegeschreven aan hun afkomst.

Het blijft opmerkelijk dat zo’n verhoudingswijs klein land zoveel roots draagt met voetbaltalent. Suriname, grenzend aan de noordkant van Brazilië, telt niet meer dan een kleine 600.000 inwoners. Op voetbalgebied heeft het nooit bijzondere prestaties geboekt. Voor een verklaring van de talenten verwijst Humphrey Mijnals regelmatig naar de woorden van Ronald Venetiaan, de laatste en langstzittende president voordat Desi Bouterse aan het bewind kwam. ,,Jullie voetballers zijn net als onze garnalen: we hebben hier een kweekvijver met een speciaal voetbaltalent.”

TWITTER: @hmees

Share.

About Author

Leave A Reply