Het epos van de Beker met de Grote Oren: geschiedenis van de Europa Cup Landskampioenen/Champions League 1955-2020 (1) – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Aan de vooravond van jaargang 65 van de Europa Cup der Landskampioenen/Champions League schrijven we graag een beknopte geschiedenis van het belangrijkste voetbaltoernooi ter wereld.

Zonder uitzondering vinden we alle menselijke sentimenten terug in de strijd om de ultieme voetbalglorie van het Europese Avondland. In dit fascinerende decor verzoenden volkeren zich met elkaar, wisten roemrijke sporttriomfen politieke vernederingen uit of werd voetbal oorlog. Duizenden raakten in de ban van de Europa Cup en konden zich nooit meer ontdoen van deze obsessie, onder wie schrijver dezes. Ik schreef er intussen drie, zichzelf aanvullende, boeken over: ‘De geschiedenis van de Beker met de Grote Oren’ bij de veertigste (1995), vijftigste (2005) en zestigste verjaardag (2015).

Amper tien jaar na de Tweede Wereldoorlog, die miljoenen mensenoffers eiste en die vervolgens op dramatische wijze het continent kunstmatig verdeelde en geesten scheidde, werden de eerste lijnen van de prille Europese eenheid via het voetbal getrokken.

Het idee van Europees voetbal leefde al in de jaren twintig en dertig. Tijdens het Interbellum werden profcompetities georganiseerd in Oostenrijk, Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Italië. Onder impuls van Hugo Meisl, de manager van het Oostenrijkse Wunderteam, zag in 1927 de Mitropacup het licht, een verwijzing naar het Duitse begrip Mitteleuropa. Deze landen brachten de beste voetballers van het continent voort en trokken voor veel geld topspelers aan uit andere landen. De Belgische aanvaller Raymond Braine voetbalde van 1929 tot 1936 voor Sparta Praag. Hij was de beroemdste voetballer van zijn tijd, samen met de Oostenrijker Matthias Sindelar (Austria Wenen) en de Italiaan Guiseppe Meazza (Inter/Ambrosiana Milaan). Hugo Meisl geloofde dat een internationale competitie de Europese landen dichter bij elkaar zou brengen en ontplooide een netwerk van internationale contacten. Zijn droom was een globale Europese competitie – hij deelde die met onder anderen de Franse journalist Gabriel Hanot – maar de Tweede Wereldoorlog gooide roet in het eten. Het zaad was echter gezaaid en zou na de dramatische tijden tussen 1940 en 1945 opnieuw ontkiemen in de jaren vijftig.

In november en december 1954 nodigde de Engelse landskampioen Wolverhampton Wanderers de clubs Honved Boedapest – met de wereldsterren Ferenc Puskas, Josef Bozsik en Sandor Kocsis – en Spartak Moskou uit voor een vriendschappelijk duel. Manager Cullis dicteerde zijn troepen het aloude kick-and-rush. Men zegt dat hij het veld onder water liet zetten, zodat het geliefde tiktakspel van de Magic Magyar in de plassen bleef steken. De oranjezwarte Engelsen wonnen de beide duels en de boulevardpers kopte ‘Wolves, Champions of the world!’ Op dat moment knipperden de lichten op het bureau van de Franse sportkrant L’Equipe. Gabriel Hanot vond het de hoogste tijd om zijn intussen meer dan twintig jaar oude idee op te poetsen.

In 1934 had de bevlogen hoofdredacteur van Le Miroir des Sports al een merkwaardig artikel geschreven. Hij stelde voor, om bij wijze van Europese uitwisseling, twee teams uit andere landen uit te nodigen voor de Franse competitie. Hij dacht aan de topclubs van zijn tijd, Rapid Wenen en Juventus Turijn. Hij hoopte dat nadien andere landen zijn idee zouden overnemen. Het enthousiasme bekoelde bij de praktische bezwaren, maar Hanot bleef niet bij de pakken neerzitten. Hij  publiceerde een blauwdruk met zijn blad L’Equipe en lokte delegaties van achttien verschillende clubs naar een meeting in het Ambassador Hotel te Parijs. Men schrijve: 2 april 1955. Vooral Santiago Bernabéu, president van Real Madrid, reageerde met enthousiasme. In Engeland bleef de ontvangst koel en de Football Association verhinderde dat kampioen FC Chelsea deelnam aan de eerste editie. Het organisatiecomité ‘regelde’ zelf de eerste duels, zonder loting. De FIFA volgde met een scheef oog de ontwikkelingen en achtte de tijd rijp om in te grijpen. De wereldvoetbalbond sommeerde de nog jonge Union of European Football Association (opgericht in 1954) om het toernooi te adopteren: de Europa Cup was geboren!

Op 4 september 1955 keken 30.000 Portugezen naar de eerste Europa Cup-match tussen Sporting Lissabon en Partizan Belgrado. Op de veertiende minuut tekende Joao Martins voor het eerste doelpunt. De partij eindigde in 3-3. De clubs namen hun tijd: returns lieten tot zes weken op zich wachten. De laatste partij van de eerste ronde, tussen AC Milan en FC Saarbrücken, werd afgeraffeld op 23 november. Op hetzelfde ogenblik openden het Zweedse Djurgardens en het Schotse Hibernian de tweede speeldag! AC Milan voegde zich bij de laatste vier op 12 februari 1956 en ook de halve finales werden over vier weken verspreid. Op 19 april volgden maar liefst 120.000 toeschouwers de halve finale tussen Real Madrid en AC Milan. Op 13 juni floepten de lichten aan van het Parc des Princes in Parijs: Stade de Reims en Real Madrid kruisten de degens. De heerlijke opvoering eindigde in 4-3. Van 1956-’57 af namen enkel nog landskampioenen deel. De winnaar had recht op automatische inschrijving.

In het tijdperk van Europese eenmaking breidde de interesse voor internationaal voetbal zich flink uit. De UEFA opende een tweede front met de Beker voor Jaarbeurssteden (Fairs Cup). Aanvankelijk mochten enkel steden met een echte ‘jaarbeurs’ inschrijven. Het was zelfs toegestaan om als ‘stedelijk’ team deel te nemen. Op 4 juni 1955 moedigden meer dan 10.000 inwoners uit Bazel hun gelegenheidsteam aan. Tevergeefs, want ‘Londen’ smeerde ‘Bazel’ een forfaitscore aan, in wat dus eigenlijk de échte Europa Cup-proloog is geweest. De competitie duurde liefst drie jaar: in 1958 strandde ‘Londen’ op een veel sterker Barcelona (6-0). Aflevering twee liep van 1958 tot 1960, maar van dan af volgde een jaarlijkse parade. In het seizoen 1971-’72 veranderde de naam in UEFA Cup. In hetzelfde jaar 1960-’61 pakte de UEFA de zaken doortastend aan en installeerde ook een toernooi voor bekerhouders. De Europa Cup II kreeg ademruimte van 1961 tot 1999. Daarna slorpte de Champions League – opgericht in 1992 – alles op. En de UEFA Cup kreeg vanaf het seizoen 2009-’10 een nieuw kleedje en werd ‘Europa League Cup’.

De Europa Cup verwierf een magisch aureool dat miljoenen mensen over het hele continent in de ban heeft gehouden. Telkens ging de sportieve snelheid hand in hand met de commerciële vaart. De meest hoogstaande voetbalcompetitie ter wereld is tegelijk een soort aanbidding van het gouden kalf. Bij de 65 ste jaargang neem ik u graag mee op een wandeling langs onvergetelijke helden, tot de verbeelding sprekende clubs en grote momenten. Geniet van deze serie: ‘Het epos van de Beker met de Grote Oren. De geschiedenis van de Europa Cup der Landskampioenen/Champions League.’

Veel leesplezier,

Raf Willems

Share.

About Author

Leave A Reply