OP ZOEK NAAR…ROMELU LUKAKU (1) – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Romelu Lukaku is op weg naar zijn vijftigste doelpunt voor de Rode Duivels: een onwaarschijnlijk aantal. In de winter van 2013 en de lente van 2014 voerde ik een aantal tijdloze gesprekken met mensen uit zijn omgeving en met Romelu zelf. Over zijn afkomst, zijn identiteit en zijn inspiratiebronnen. Aan de vooravond van de absolute mijlpaal in zijn leven en in de geschiedenis van het Belgische voetbal, deze serie: Op zoek naar…Romelu Lukaku. We starten met enkele impressies van…vader Roger.

Een Congolese spits tussen Kinshasa en Boom

Roger Lukaku is ziek, hij heeft de griep als we op bezoek mogen. De reiger klapwiekt uit de bevroren vijver. Het appartement in de nieuwbouw bevindt zich op privédomein, ergens in Molenbeek, maar van overdreven privacy is geen sprake: bewoners met een voyeuristische trek kunnen er elkaar beloeren. Roger stommelt rond – af en toe een hoestbui wegmeppend – in een vlekkeloos wit trainingspak met blauwe en rode strepen: France 1998. Hij toont ontzag voor Les Bleus van spelmaker-spits Zidane, wereldkampioen in 1998, en van middenveldvirtuoos Michel Platini, Europees kampioen in 1984. Hij dweepte als jongeman met Maradona: ‘De beste van mijn tijd omdat hij met middelmatige elftallen als Napoli en Argentinië de scudetto en de Mundial 1986 kon winnen.’ De grootste uit de geschiedenis blijft voor hem Pelé: ‘De Braziliaan was completer dan de Argentijn.’ Zijn geliefkoosde midvoor? De Nederlander Marco van Basten. J’aime beaucoup Marco van Basten. Een aanvaller buiten categorie! Pelé-Platini-Maradona-Van Basten-Zidane: voetballers met benen, brein en brille. De voorbeelden verraden de fijnproever-expert in de vader van Romelu, geboren op 6 juli 1967 in Kinshasa in een gezin van vier jongens en vier meisjes dat leefde in de Cité des Etudiants. Zijn vader verdiende zijn brood bij de overheidsadministratie, zijn moeder hield zich bezig met de opvoeding en dreef tegelijk ook een handeltje. Voetbal? Dat was iets voor mensen zonder beschaving, zo oordeelden zijn ouders. Hij gedroeg zich als een rebelse puber, deed niets liever dan voetballen en verwaarloosde er desnoods zijn studie voor.

Doelpunten, daar hij had een neus voor, de geest om te scoren zat diep in hem en hij trapte ze in de Congolese competitie blindelings binnen: ‘Mijn stijl van spelen was niet erg technisch. De goals ontstonden uit het aanvoelen en het lezen van de match. Ik bezat een zekere intelligentie op dat gebied. Als gevolg van uren voetballen in de straten van Kinshasa. Van je veertiende mag je er deelnemen aan de wijkcompetitie, een toernooi waarin districten het tegen elkaar opnemen. Daar wemelt het van de scouts. Zo trok ik naar Fikin, een club uit het centrum van de hoofdstad. Ik zette de tocht verder richting Seaza, een tweedeklasser met een Italiaanse bouwsponsor. Op blote voeten heb ik er de trainer tijdens een sessie overtuigd en ik brak door met twee topschutterstitels.

De transfers volgden elkaar dan in ijltempo op: Banque du Peuple, Onatra (de ploeg van de spoorwegen) en tot slot Daring Motema Pembe, de nummer één van het land. Ik werd er de ster van de ploeg. Tienduizenden fans scandeerden Lu-ka-ku.’

De tijd stond niet stil. In een tijdspanne van zes jaar baande hij zich een weg naar de top. In 1990 werd hij international en leerde hij in de Afrika Cup het Ivoriaanse Africa Sports kennen. Daar noteerden talentscouts van het Belgische FC Boom zijn naam en deden er verder geheimzinnig over. Omdat de rechtstreekse route van Congo – toen nog Zaïre – naar België onaanvaardbaar werd geacht door de opinie, volgende een ommetje via Africa Sports. De spelersbegeleider van Motema vreesde dat anders zijn huis vuur zou vatten als gevolg van protesten van woedende fans! Rare jongens, daar in Kinshasa. Maar, ze kwamen wèl voor hem. Dat kon van die Bomenaars niet meteen worden gezegd. Vivre en Belgique, een bejubelde Afrikaan belandde in de schandelijkste omstandigheden die men zich kan inbeelden: ‘De makelaar dumpte me in een studio, niet meer dan een hok. En dan die zogenaamde supporters in Boom…als ik een bal verloor, dan klonken de oerwoudgeluiden: oe-oe-oe! Bij de beesten af.’ De ellende eindigde niet, want…er was ook nog de niet-bijzonder nobele oefenmeester, met een ongelimiteerde boersheid en dito snor: ‘Hij maakte in het Nederlands racistische grappen over mij ten aanzien van de groep.’ Tijd om de rug te rechten. Hij hield niet van compromissen en zocht in het bijzijn van de voorzitter het conflict en stelde hem voor de keuze.

Uiteindelijk won Boom, dankzij zijn doelpunten, de eindronde en verbleef het één seizoen in eerste klasse. De voorzitter passeerde wel langs de kassa, want hij transfereerde Roger Lukaku naar FC Seraing voor het achtvoudige van de aankoopsom. In Luik volgde het beste seizoen van zijn loopbaan, onder leiding van coach Georges Heylens – zijn mentor en vriend voor het leven – en het samenspel met het Braziliaanse trio Wamberto-Isaias-Edmilson. Met attractief en doelpuntenrijk voetbal behaalden de roodzwarten zelfs een UEFA-ticket: hij stuntte op Club Brugge met een hattrick tussen de 82 ste en 89 ste minuut, van 3-0 naar 3-3. Hij had het mooi voor elkaar gekregen. Op dat ogenblik was het ook tijd voor het vaderschap: ‘Ik had het talent om te voetballen en tegelijk ontbrak bij mij elke zin voor schijnheiligheid. Ik kwam steeds naar buiten met mijn standpunt. Dat botste vaak, maar het maakte ook het leven veel gemakkelijker want het is het een of het ander.’

Zo knalde dat weleens. ‘In 1994 speelden we met de nationale ploeg in Tunesië voor de Coupe d’Afrique. Ik kwam over vanuit Seraing. De minister van Sport en de president van de federatie stelden de bedragen ter discussie. Ik antwoordde korzelig: alles of niets. Ik nam een risico, want weerspannigheid tegenover afgevaardigden van Mobutu, dat was gevaarlijk. Ik kon dat gebrek aan respect en dat onderkruiperig  gedoe niet verdragen.’

Na het hoogtepunt bij Seraing zwierf hij nog een seizoen of zeven rond als profvoetballer bij allerlei bescheiden Belgische clubs. Rond 2000 koos het gezin Lukaku voor het Scheldedorpje Wintam. Om er te leven van het spaargeld, want hij stempelde. Hij bleef trainer-speler tot zijn 38 ste, bij tweedeprovincialer FC Volharding. Daar kregen zijn zoons zin in het spel: ‘Romelu was als kind al bezeten van de bal: foot, foot, foot. Een doelpunt is het toppunt van het spel, daarom werd hij spits. Toen hij van Wintam naar Lierse overstapte, zo rond zijn twaalfde, ben ik hem wel van dichtbij gaan opvolgen.

Nog steeds zonder druk op te leggen: ik zal al zijn trainingen en matchen, maar ik gaf geen commentaar. Hij trapte ze wel binnen, maar er zat ook veel afval in zijn spel.’

Het keerpunt is daar wanneer iedereen aan je twijfelt en jij beseft dat je toch zult doorbreken. Die innerlijke kracht was bij Romelu aanwezig, zo stelde de opsommende Roger vast: ‘Hij wilde op zijn vijftiende bij Anderlecht voetballen, op zijn zestiende het eerste elftal halen, tegen zijn achttiende in Engeland spelen en op zijn twintigste vijftien doelpunten scoren in de Premier League. Hij bezit de geest om te slagen: plus haut, plus haut, plus haut. Een sterk én een goed karakter.’

‘Wie wil slagen op het veld, met zeer gedisciplineerd leven. Zijn goede karakter staat dat niet in de weg, want hij vecht als een leeuw tijdens de match. In zijn eerste week bij Chelsea gaf Malouda hem een zware trap, zijn bovenbeen bloedde. Toen veranderde hij . Ik zeg je nu: hij staat nog maar dertig procent van zijn mogelijkheden. Hij zal nog groeien, vroeg of laat komt hij aan waar hij thuishoort. Bij de echte top!’ Inderdaad, een wel bijzonder krasse uitspraak van de vader over de zoon in de winter van 2013: hij staat nog maar aan dertig procent van zijn mogelijkheden…Zou dat echt zo zijn geweest?

Share.

About Author

Leave A Reply