OP ZOEK NAAR…ROMELU LUKAKU (3) – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Romelu Lukaku is op weg naar zijn vijftigste doelpunt voor de Rode Duivels: een onwaarschijnlijk aantal. In de winter van 2013 en de lente van 2014 voerde ik een aantal tijdloze gesprekken met mensen uit zijn omgeving en met Romelu zelf. Over zijn afkomst, zijn identiteit en zijn inspiratiebronnen. Aan de vooravond van de absolute mijlpaal in zijn leven en in de geschiedenis van het Belgische voetbal, deze serie: Op zoek naar…Romelu Lukaku. Deze keer over…de invloed van The Purple Talents van Anderlecht op zijn ontwikkeling als jeugdspeler.

THE PURPLE TALENTS, THE MAKING OF ROMELU

Ik slenterde langs de lijn van het synthetische voetbaveldje van het trainingscentrum Neerpede. Hier huisden The Purple Talents van RSC Anderlecht. Daar benadrukte Jean Kindermans de ‘beweging gericht op de bal’: diagonale en strakke voorzet, uit de zone stappen en de bal in één tijd spelen. Ik bracht hem een bezoek naar aanleiding van het hoofdstuk ‘The making of Romelu Lukaku’ in mijn boek 11 RSC Anderlecht. Het was lente 2010 en een jongen van zeventien zoog in zowel de competitie , de Europa League als de media alle aandacht naar zich toe. Kindermans lichtte toe hoe Lukaku de eerste exponent was van het purperen project: van modale voetballer bij de U15 tot Rode Duivel, binnen een tijdsbestek van drie jaar. Zonder de principes van The Purple Talents zou hij dit volgens Kindermans niet hebben gekund: techniek bijschaven, natuurlijk uithoudingsvermogen kweken. Tweemaal daags: één uur individueel op school, twee uur collectief ’s avonds. Hij definieerde de paarse school als ‘champagnevoetbal’, naar de eigen huisstijl sinds de jaren zestig:l techniek, aanvallen, vista, intellect.

De directeur Jeugdopleidingen had alles met zijn eigen ogen waargenomen. Hij doorliep alle jeugdreeksen tot in de selectie van het eerste elftal onder leiding van clubicoon Paul Van Himst. Hij bevond zich even in het gezelschap van Frank Vercauteren, Enzo Scifo en Juan Lozano. Doorbreken deed hij niet, maar hij zag wel hoe het voetbal hoort gespeeld te worden. Na een loopbaan van een seizoen eersteklassevoetbal bij Lierse SK en verder enkele jaren op het niveau van tweede en derde afdeling bekwaamde hij zich in de theoretische en praktische omscholing van de jonge voetballer.

In 2006 had het wereldje de mond vol over een fenomeen: ‘We ontdekten hem bij Lierse SK in de U 13 als een…vrij rudimentaire voetballer. Hij gaf wel enkele signalen af: fantastische linkervoet, enthousiasme, kracht, scorend vermogen. En hoewel hij toen al de ster was, toonde hij geen vedetteallures: geen petje scheef op het oog, noch tatoeages of vestimentaire overdrijvingen.’ Kindermans stuurde hem meteen door naar een hogere categorie en hij legde hem de face-to-face-opleiding op: ‘Tel al zijn speelmomenten op die hij op doel heeft getrapt: 240 minuten op weekbasis. Balletjes gooien, opvangen, trappen links en rechts, wegdraaien van de tegenstander. Zijn morfologische voorsprong op zijn leeftijdsgenoten hebben we goed afgebakend. Daar moet je voorzichtig mee zijn. De persoonsgerichte benadering werkte zijn technische achterstand weg. Zijn schot is bijzonder krachtig, maar tegelijk doelgericht. Hij weet perfect wat hij doet. Met Romelu bouwden we aan een voetbalgeheugen. Als je de oefening drilt, wordt het een automatisme. Hij heeft de handicap van zijn lichaam: grote voeten, massa spieren, lengte. De belangrijkste beweging in het voetbal is die van het brein: wat doe je met de bal? Trappen, dribbelen, drijven, schieten? Lukaku zit op dat gebied uitstekend in zijn vel: uren balletje inspelen, aanpakken, schieten enzovoort.’

Op zijn zestiende in de eerste ploeg van Anderlecht, hij moest en zou. Hij trappelde van ongeduld. Ik ontmoette een negentienjarige mens die speelsheid liet afwisselen met ernst. Hij babbelde graag, sprong soms van de hak op de tak, maar kwam tijdens dat gesprek steeds terug naar de kern. Tijdens het interview in het Radisson Hotel stapten enkele luidruchtige ‘landgenoten’ op hem af om hem te omhelzen: ‘Even voorstellen: wij zijn Congoleze Anderlechtfans uit…Canada.’ Ze vielen elkaar in de armen in…Birmingham.

Romelu Lukaku lachte, maar veel verbazing scheen er niet te zijn. Wie zeshonderd dagen na elkaar media-aandacht te verduren krijgt, kan ter zake tegen een stootje. Welke vraag brandde, drie jaar eerder, op zijn lippen: ‘Wanneer mag ik mij vermaken bij de grote jongens? Toen de tijd rijp was, nam ik me voor dat ze het niet licht zouden vergeten. Mijn eerste gedachte? Ik ben even goed. Ik wist immers dat we bij The Purple Talents beter met de bal overweg konden. Ik observeerde de tegenstanders en concludeerde: dat kan ik ook. Wie is hier de beste? Als spits had ik records aan de lopende band gebroken bij Anderlecht. Ik schreef al mijn doelpunten op in boekjes die ik bewaarde. Ik dacht nog even terug aan mijn kindertijd. Papa bracht me naar het veldje maar dan deed ik het zelf. Niemand heeft me verteld: Romelu ga op het pleintje oefenen of loop toertjes rond het blokje.’

‘Ik mijmerde net voor mijn debuut nog even over hoe ik op mijn tiende al de innerlijke drang had om mijn familie uit de slechte situatie te halen. Onder meer daar deed ik het voor. Daarnaast hoorde het antwoord op de vraag na elke match te zijn: wie scoorde? Romelu! Ik weet het nog perfect uit mijn hoofd. Met uitzondering van twee wedstrijden heb ik àààltijd gescoord tussen de U12 en de U17.’

Bij The Purple Talents maakte ze hem ‘dodelijk’, beweerde hij. De groep trainde op het veld en hij deed niets anders dan afwerken. Duizenden ballen heeft hij getrapt. Hij noemde twee namen: René Peeters en Charly Musonda. Aan die twee had hij veel te danken: ‘De eerste leverde mij de looplijnen van de spits. De tweede bracht mij de geheimen van de afwerking bij: één op twee, zijn passing was perfect. Toen ik voor het eerst op het hoogste niveau voetbalde, dacht men over mij weer zo’n trage targetman. Mis! Tot ze me bezig zagen! Ik ben beter in beweging zonder bal dan wanneer ik met de rug naar doel moet afschermen en neerleggen voor de inkomende man. Dankzij René Peeters: van de nietsnut die ik in dat onderdeel was, maakte hij een monster. Dat proces duurde zeven maanden. Ze verstuurden alle soorten voorzetten: lange diepe bal in afwisseling met de flank, zowel van links als van rechts. De verdedigers voerden hun interceptie uit, de buitenspelers leverden hun voorzetten af, maar ik voltrok de afwerking vanuit alle hoeken en kanten van het strafschopgebied. Yannick Ferreira, mijn volgende trainer, motiveerde me op de wijze die ik nodig had: Romelu, ik bouw mijn ploeg rond jou!

Wow, dat klonk me als muziek in de oren, dat is belangrijk voor mij. Ik was daar echt de man, ik vond dat leuk en dan geef ik iets terug. Geert Emmerechts was de volgende in de rij en hij provoceerde me geregeld, want er zat een lui kantje aan mij. Ik moest toen weleens horen dat er iemand beter was dan ik. Dat had ik nodig om boven mezelf te groeien.’

Jean Kindermans stelde zichzelf de vraag alsof het antwoord er meteen in gebakken zat: ‘Hadden wij een plan met Romelu? Bij The Purple Talents diepten we voor hem een werkschema uit. Zijn lichaam is kwetsbaar. Dat moet zo veel kracht verdragen. Het is ook een voordeel. Zijn fysiek gestel is een wapen, maar we beschermden hem tegen blessures via een softwaresysteem waarin belasting en speeltijd worden gemeten. We screenden hem voortdurend en liet zijn lichaam zich aan het ritme van het eerste elftal aanpassen. Hij was niet de voetballer aan wie je iets vijfentwintig keer moest uitleggen. Hij haalde àltijd zijn targets. Daar zat zijn geheim. Romelu had een brandende ambitie. Was dit ook een aandachtspunt in de familie? Gonsde het voortdurend in zijn achterhoofd: ik wil beter worden dan mijn vader, maar ik doe dit ook voor hem? Zo zette hij talent om in resultaat. De meeste jongeren eindigen met een gebrek aan rendement. De echte topper boekt vanuit zijn positie een meerwaarde voor het collectief en wordt resultaatbepalend. Dat gebeurde met Romelu.’

Share.

About Author

Leave A Reply