Portret van Leon Mokuna (2) – Raoul De Groote

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Gisteren overleed Léon Mokuna . Hij werd gevreesd als spits, maar vooral herinnerd als de eerste Afrikaanse speler van AA Gent en in de Belgische competitie. Een portret dat verscheen in het boek ‘De Gantoise. 101 sterke verhalen over de Buffalo’s’ (Lannoo) van auteur Raoul De Groote.

Omela Melk

Als eerste Afrikaan in België baande hij de weg voor anderen – ook als trainer, want hij volgde de opleiding aan de toenmalige Heizelschool. Hij was even trainer van FC Nieuw Ledeberg – ook wel het Gentse Galatasaray genoemd, omdat tachtig procent van de spelers van Turkse origine was. De club werd opgericht in de schoot van een project van city coaching. Daarvoor was Mokuna bondscoach van Congo en trainde hij er ook de grote ploegen, zoals Mazembe, V. Club, Léopards… ‘We behaalden goede resultaten’, zegt hij. ‘Ik ga mijzelf niet op de borst kloppen, maar ik heb drie keer op rij de beker van Afrika gewonnen.’

Vermits hij Belg was geworden, kwam hij naar eigen zeggen vier keer uit voor de Belgische nationale ploeg, al was het de B-ploeg – omdat hij tot veler verbazing werd geweerd uit de A-selectie. ‘Belgisch international worden, dat was het summum, een cadeau dat alleen God je kan geven. Ik haalde er de Congolese kranten mee. Ze waren er heel trots op. Ik was, denk ik, ook de eerste Congolees die zo in de reclame werd gebruikt. Er was een Nederlander die foto’s van mij had genomen en er statuettes van maakte die hij in Congo verspreidde voor Omela Melk. Die melk werd in Nederland gefabriceerd en uitgevoerd naar Afrika. Op affiches van Coca-Cola stond ik ook. We hebben hen nog gecontacteerd of ze er nog zo een hadden, maar ze vonden er geen meer.’

Hij herinnert zich nog een trip naar Oost-Berlijn, waar ze tegen Dynamo en Vorwarts speelden, en een door de Sovjet-Unie, naar Moskou, Kiev en Tbilisi, in maart 1959.

In Tbilisi, zo werd hem verteld door monsieur Vladimir, de Russische begeleider, stond het bed van Stalin. ‘Een sportjournalist die mee reisde, heeft er nog een foto van mij gemaakt terwijl ik erop zat. De surveillants legden uit dat Stalins moeder het zo voor hem had opgemaakt. En ze toonden mij de machine waarmee hij ’s nachts pamfletten drukte.’ In Moskou lichtte monsieur Vladimir hem erover in dat hij zich klaar moest houden omdat de KGB hem ’s nachts uit bed zou komen halen om naar het Kremlin te gaan. ‘Het moest geheim blijven, dus ik heb het niet aan de bestuurders van de club gezegd. Ze kwamen mij halen omdat Congo onafhankelijk wou worden en de Russen wilden ons daarbij helpen. Rusland was toen nog niet het Rusland van nu, hé, ze wilden gewoon met mij praten. En ik moest ook het lijk van Stalin, waar dagelijks lange wachtrijen stonden, gaan bekijken.’

De Russen zagen erop toe dat hij met respect behandeld werd, zegt hij. ‘Een Russische speler had mij in de match een duw gegeven waardoor ik gevallen was. Er zijn toen Russische soldaten de kleedkamer binnen gekomen. Ze hadden hun ceintuur al uitgedaan om hun landgenoten af te ranselen. “Waarom heb je hem geduwd?”, vroegen ze. Monsieur Vladimir vroeg mij om hen te kalmeren, want anders zouden ze hen slaan. Dus ik gebaarde dat het oké was en ze begrepen het.’

De boot en het gat

Zijn bijnaam ‘Trouet’ wordt vaak toegeschreven aan zijn harde schot en de stukgeschoten netten van de doelen die daarvan het gevolg zouden zijn geweest – trouet betekent klein gat. Maar evenzeer is het een verhaal dat er achteraf bij is gefantaseerd, want zelf houdt hij het erop dat hij zich de bijnaam heeft toegeëigend toen hij op een boot in de haven van Kinshasa Léon Trouet zag staan. Omdat hij die aanvulling bij zijn eigen voornaam wel vond passen, noemde hij zichzelf van jongs af al Léon ‘Trouet’ Mokuna.

Als zoon van een politieman uit Léopoldville werd hij opgeleid tot telefoonoperator. ‘Ik zat op een school bij de Paters van Scheut – ik ben ze dankbaar voor alles wat ze voor ons hebben gedaan – en in de speeltijd voetbalden we soms met tennisballen. Ik schoot op een gegeven moment tegen een bal die kwam aangebotst en die raakte een andere leerling recht in het oog. L’oeil foutu. Carrément foutu! Vanaf dat moment begon ik te beseffen dat ik een schot had en ik begon vaker op doel te trappen. Zeker toen we met schoenen konden voetballen. Toen we onze eerste schoenen kregen, leek het alsof er ijzer in de tippen zat. Ze wogen! Miste je de bal, dan kon je zomaar iemands been breken. Maar ik heb er wel mee geleerd om hard te schieten. We voetbalden de hele tijd als we geen les hadden. Zo leerde je het. Het gebeurt dat ik ’s nachts nog over voetbal droom. Tja, wat wil je? Ik ben jong begonnen en je bent als het ware in het voetbal geboren. Het heeft mij vanuit Congo over de hele wereld gebracht.’

Share.

About Author

Leave A Reply