Een gedachte bij 75 jaar Auschwitz: de herinnering aan het joodse voetbalhumanisme (1) – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Walther Bensemann, de man die het voetbal naar Duitsland bracht, bevorderde de wonderlijke wals tussen Weimar en het Weense Wunderteam

Meer dan 75 jaar geleden leerde de wereld de verschrikkingen van ‘Auschwitz’ kennen. Het grootste concentratiekamp stond symbool voor de Holocaust en werd in januari 1945 ‘bevrijd’. Minder bekend is dat de nazi’s ook het voetbal verketterden als ‘das Judenspiel’. Althans de ‘joods-humanistische’ variant ervan. Die ging uit van drie ideeën: artistieke en creatieve spelstijl, een professionele organisatie en een model van opvoedkundig burgerschap. Dat ‘joodse voetbalhumanisme’ lag aan de basis van het mooiste voetbal uit de geschiedenis van de twintigste eeuw: het Oostenrijkse Wunderteam (1931-1937) en de Hongaarse ‘Magic Magyars’ (1950-1955). Het beïnvloedde ook het Braziliaanse sambavoetbal van Pelé in de jaren zestig en de Hollandse School van Johan Cruijff in de jaren zeventig. In deze miniserie maakt u even kennis met deze aparte kijk op voetbal. Meer lezen? ‘Weltmeister’ en ‘Wereldvoetbalzomers van België 1920 tot Brazilië 1970’: zie Voetbalbibliotheek De Witte Duivel.

Anno 1918, journalist Walther Bensemann haatte vanuit zijn joods-humanistische visie de oorlog. Hij geloofde in vredelievende kracht van het spel om de bal. Twee jaar later richtte hij het voetbalweekblad Der Kicker op. Hij vuurde het idee aan van ‘burgerschap door voetbal’ en steunde voluit de artistieke stijl: ein System der Freiheit. Hij gaf het jonge Duitse voetbal een gezicht: dat van de dissidente tegenstroom, van de vrije meningsuiting en van het jeugdige individualisme. Hij hoopte op het voetbal als die Religion der Völker.

Dankzij zijn daadkracht brak de jeugdige sporttak door tijdens het Interbellum. Er was sprake van een gepassioneerde voetbalcharleston tussen 1920 en 1933. Het publiek zocht naar amusement en vond dat in nieuwe muzikale stromingen – zoals de jazz en de charleston – maar ook in het voetbal. Opvallend: duizenden vrouwen bezochten de stadions. De prettig-gestoorde-voetbalgekte was een aangenaam verschijnsel in de bizarre tijden van de Weimarrepubliek. Weimar knuffelde het Weense Wunderteam en gaf de voorkeur aan de schone Donauschool boven het Sturm und Drang. En het was Walther Bensemann, die het spel van dat Oostenrijkse wonderelftal als ideaaltype voorhield aan de Duitse publieke opinie. Dat was het product van zijn vriend en coach Hugo Meisl, sterspeler Matthias Sindelar en veldtrainer Jimmy Hogan. De Donaurevolutie, zo heette het voetbalevangelie – balcontrole, dribbelkunst én gevarieerd samenspel – dat door liberale joden werd verspreid in Wenen, Boedapest en Praag. Ze was gebaseerd op de voetbalverhalen van Jimmy Hogan, laten we hem omschrijven als de voorloper van Wiel Coerver. Hogan werd geboren in de buurt van Manchester, zijn stamboom had Ierse wortels. Hij droeg het Schotse passing game uit, een uitvinding van voornamelijk Celtic Football Club, die in die tijd door de Europese voetbalpers werd omschreven als ‘the finest footballmachine on earth’. Hogan coachte in Boedapest en Wenen en kwam ook de blijde boodschap van het vrije voetbal in Duitsland verkondigen. Hij belandde op het einde van de jaren twintig in Dresden en leidde er de toen vijftienjarige Helmut Schön op, de bondscoach van West-Duitsland tussen 1964 en 1978. Dit alles onder het motto: de bal, het brein, de benen. Dàt was de joods-humanistische voetbalvisie van Walther Bensemann.

Share.

About Author

Leave A Reply