JOSE LEANDRO ANDRADE, DE EERSTE WERELDVEDETTE VAN HET VOETBAL (1)

Pinterest LinkedIn Tumblr +

90 jaar geleden, 30 juli 1930 won Uruguay de eerste wereldbeker – RW

José Leandro Andrade. De eerste ‘zwarte’ voetbalprins overleed in 1957, drie dagen na zijn 56 ste verjaardag. Men vond hem terug in zijn kleine kelderwoning in Montevideo. Zijn enige bezit: bed, tafel, stoel. En een kartonnen doos met zijn zes gouden voetbalmedailles met Uruguay: Wereldbeker 1930, Olympische Spelen 1924 en 1928, Copa America 1923, 1924 en 1926.

Dit portret komt uit ‘111 Legendarische Voetbalhelden sinds 1920’. Een nieuw boek in de Voetbalbibliotheek De Witte Duivel: verschijnt op 15 augustus 2020.

El rey negro de salon & balon werd door Eduarod Galeano, de belangrijkste schrijver van zijn land, tot ‘Koning van de Tokkel’ omgedoopt. Hij stierf eenzaam en totaal berooid.

Terwijl hij in zijn voetballeven toch alle belangstelling naar zich toe had gezogen. Het gebeurde als vanzelfsprekend, hij moest er niets voor doen. Hij was de eerste mondiale vedette van het voetbal. In Parijs bewoog hij zich ‘tussen de rijken en de schonen’.

Hij kwam ter wereld op 1 oktober 1901 in een ranch van bevrijde slaven. Als kind van een Argentijnse dienstmeid en een onbekende vader. Ze noemden hem naar een 97-jarige, die op het nippertje in het midden van de negentiende eeuw de barre zeereis op een Portugese tumbeiro of ‘doodkist-slavenboot vanuit West-Afrika had overleefd. De man heette José Ignacio Andrade. Hij kreeg bij het aanmeren in de Braziliaanse havenstad Bahia een dubbel brandmerk op het schouderblad en linkerborst en werd tijdens een openbare veiling verkocht aan een grootgrondbezitter. Intussen wijdde hij zichzelf in…de zwarte magie in. De legende wil dat hij zijn bewakers behekste en vluchtte naar het vrije Uruguay, dat de slavenhandel had afgeschaft. Daar deed hij zich voor als expert in het oplossen van waarzeggerij en liefdesproblemen. Volgens biograaf Franklin Morales in José Leandra Andrade, El rey negro de Paris ontmoette de mysterieuze man in de zomer van 1901 de hoogzwangere Anastasia Quiroz. Ze deed voor zijn bevalling beroep op zijn natuurgeneeskundige kennis. Hij adopteerde haar zoon op 15 november 1901, zes weken na zijn geboorte, via een ritueel waarmee hij het bloed van het eigen voorhoofd vermengde met dat van de baby. Hij geloofde dat deze magische inwijding de overdracht van geheime kennis en macht naar het hart van het kind regelde.

José Leandro liep elke dag ruim vier kilometer naar school met een lappenbal aan de voet. Zijn moeder oefende dagelijks met hem de tango in. Zijn tien jaar oudere vriend leerde hem de Afrikaanse percussieritmes aan. Naast drums speelde de kleine Andrade ook piano en de snaarinstrumenten repique, chico, bombo en banjo. Rond 1916 verhuisde Anastasia met haar vier kinderen naar  een achterbuurt van Montevideo.

Het huisje was zo benepen dat moeder met haar twee dochters in hetzelfde bed sliep en José Leandro en zijn broer noodgedwongen op de grond. Op zijn zeventiende nodigde Penarol hem uit voor enkele partijtjes met het derde elftal. De nonchalance oversteeg de inzet en na verschillende afwezigheden op trainingen stuurde men hem onverwijld de laan uit. Hij bekeek voetbal als pure ontspanning, gooide zich liever in amusement en voerde als vakkundige trommelaar een dansgroep aan die zich ‘de arme Cubaanse negers’ noemde. Hij liet zich in 1921 ook verkiezen tot voorzitter van de zwarte carnavalsvereniging Libertadores de Africa, een club met een hoog black powergehalte.

Ze scoorden dé carnavalshit van 1923. Hij kreeg zelfs uitnodigingen voor het nationale elftal maar in de aanloop naar carnaval verkoos hij de repetities met de Libertadores boven de trainingen met de Celestes of hemelsblauwen, de bijnaam van Uruguay. Dit belette niet dat hij hét fenomeen zou worden van de Olympische Spelen van 1924.  

Hij was de beste van de ‘Afro-Uruguayans’. Die vonden het ontwijkende, snelle, zigzaggende en met schijnbewegingen doorspekte spel uit. Dankzij urenlange oefening in beperkte ruimtes: straatjes, velden en zandstranden.

Als enige ‘zwarte speler’ van het toernooi, de eerste uit de geschiedenis van het op dat ogenblik zeer racistische Europese continent, floreerde hij. Ondanks ‘journalistieke’ observaties zoals: ‘die neger scheen een schedel als een kokosnoot te hebben’.

Met zijn technisch vernuft, atletische elegantie en acrobatische kunststukjes als ‘de schaar’ en ‘de retro’ veroverde hij de aanvankelijk argwanende publieke opinie. Hij kreeg de prijs voor beste speler van de Spelen, en dus van de wereld, op dat ogenblik.  De pers doopte Uruguay tot ‘vernieuwer van het voetbal’ na het fantastische spel tegen achtereenvolgens Joegoslavië (7-0), Verenigde Staten (3-0), Frankrijk (5-1), Nederland (2-1) en in de finale voor 40.000 toeschouwers tegen Zwitserland (3-0).

Share.

About Author

Leave A Reply